• Over OLVZ
  • Sitemap
  • Contact
  • Jobs
  • Kalender
  • Links

OLV Ziekenhuis AalstOLV Ziekenhuis Aalst

Patiënten

  • Artsen
  • Diensten
  • Dienstverlening en vrije tijd
  • Kinderhoekje
  • Opname
  • Patiëntenbegeleiding
  • Raadplegingen
  • (On)tevreden? Laat het weten!

Zorgverleners

  • Hermes
  • Accreditering
  • Parkeren
  • Preoperatieve protocols
  • Commissie voor Oncologie

Bezoekers

  • Bezoekuren
  • Eetgelegenheid
  • Parking
  • Richtlijnen

Werken in het OLV

  • Stage verpleegkunde
  • Stage geneeskunde
  • Jobs
  • Vakantiejobs
  • Vrijwilligers
  • Weekendwerk
  • Artsen
  • Diensten
  • Dienstverlening en vrije tijd
  • Kinderhoekje
  • Opname
  • Patiëntenbegeleiding
  • Raadplegingen
  • (On)tevreden? Laat het weten!

Borstkliniek

Wat doen wij 

In 2002 werd in het OLV Ziekenhuis Aalst, de OLV Borstkliniek opgericht. Deze borstkliniek is geen aparte afdeling binnen het ziekenhuis maar wel een overkoepelend multidisciplinair overlegorgaan. Een dergelijke structuur is noodzakelijk gezien het groot aantal betrokken medische disciplines en de toenemende complexiteit van de hulpverlening.

 
Het  OLV Ziekenhuis overkoepelt meerdere campussen. Met het oprichten van de OLV Borstkliniek  streven we naar een uniform beleid inzake borstkankerscreening, diagnostiek, lokale en medicamenteuze behandeling, opvolging, risicobepaling, palliatieve zorg, psychosociale begeleiding, enz...
 

Doelstellingen OLV Borstkliniek

Met het oog op een optimale zorgverlening zijn binnen de OLV Borstkliniek een aantal doelstellingen naar voor geschoven:

  1. Streven naar een volledig gamma van medische zorgen met adequate medische bestaffing en infrastructuur zodat patiënten alle diagnostische en therapeutische procedures binnen één ziekenhuis kunnen doorlopen;
  2. Organiseren van wekelijkse multidisciplinaire overlegmomenten met alle betrokken medische disciplines, waarbij elk dossier uitvoerig besproken wordt in aanwezigheid van alle betrokken artsen;
  3. Uitwerken van behandelingsprotocols en richtlijnen volgens strikt wetenschappelijke principes;
  4. Optimaliseren en structureren van de psychosociale begeleiding;
  5. Verbeteren van communicatie en informatie overdracht;
  6. Registratie van de volledige patiëntenpopulatie met oog op kwaliteitscontrole;
  7. Stimuleren van research en deelname aan wetenschappelijke studies;
  8. Aandacht voor permanente  bijscholing en opleiding van artsen en verpleegkundigen
     

Organigram

Acht medische disciplines zijn actief betrokken in de werking van de OLV Borstkliniek. Zij vormen de 'kern'diensten. Daarnaast zijn ook verschillende disciplines en diensten geässocieerd. Binnen elke medische discipline werd een verantwoordelijke arts aangeduid, doch elke arts die een borstkankerpatiënt behandelt, maakt deel uit van de OLV Borstkliniek. Naast een arts is binnen elke discipline minstens één borstreferentieverpleegkundige betrokken in de werking van de Borstkliniek. Deze referentieverpleegkundigen fungeren elk binnen hun eigen afdeling als vertouwensfiguur voor patiënten en collega's en als tussenschakel tussen de verschillende hulpverleners.

Elke betrokken arts en referentieverpleegkundige vertoont een bijzondere interesse in de borstpathologie, engageert zich actief in de werking van de OLV Borstkliniek en laat zich continu bijscholen. De voorzitter van de OLV Borstkliniek heeft vooral een coördinerende en organiserende functie.

Stafvergaderingen

Elke donderdagvoormiddag vergadert het team van de OLV Borstkliniek.

De staf wordt bijgewoond door alle betrokken artsen ( anatomopatholoog, radioloog, chirurg, gynaecoloog, plastisch chirurg, medisch oncoloog en radiotherapeut ), de klinisch psychoog, de borst- en sociaal verpleegkundige. Ook huisartsen en borstreferentieverpleegkundigen kunnen deze vergadering bijwonen.

Tijdens deze vergadering wordt elke nieuwe Borstkliniek-patiënt (zowel voor als na de operatie) besproken. Ook diagnostische en therapeutische probemen van follow-up patiënten komen aan bod.

Elk therapie voorstel is steeds ondersteund door het volledig team van de Borstkliniek. In de besluitvorming wordt niet alleen de strikte medische elementen weerhouden maar ook de volledige psychosociale context .

Er wordt in die mate belang gehecht aan het advies van de volledige staff, dat sommige beslissingen worden uitgesteld tot na bespreking op de stafvergadering. Dat kan op zich leiden tot enige vertraging van de behandeling. Dit weegt echter niet op tegen de enorme meerwaarde van een  mulidisciplinair advies.

Artsen en medewerkers 

 

Medisch coördinator OLV Borstkliniek 
dr. A. Roelstraete

De dagelijkse werking van de OLV Borstkliniek staat onder toezicht van de Medisch Coördinator, dr. A. Roelstraete. Zij waakt over de kwaliteit van de medische behandeling en de psychosociale opvang en begeleiding van borstkankerpatiënten.
Contact: T. secretariaat 053 72 44 79 of heidi [dot] roelstraete [at] olvz-aalst [dot] be

 

 

Verpleegkundig coördinator OLV Borstkliniek / Borstverpleegkundige - Annelies De Grauwe

De verpleegkundige coördinator (borstverpleegkundige) is een extra ondersteuning voor borstpatiënten en is tevens een aanspreekpunt voor artsen binnen en buiten het ziekenhuis.
Samen met de Patiëntenbegeleiding Borstkliniek ondersteunt ze borstpatiënten vanaf de eerste consultatie en gedurende de volledige behandeling.
Naast patiëntenbegeleiding zorgt zij samen met de medisch coördinator van de Borstkliniek voor de organisatie en coördinatie van de Borstkliniek.
Contact: T. 053 72 49 66 of annelies [dot] de [dot] grauwe [at] olvz-aalst [dot] be

 

 

Medewerkers  
Ilse Claessens
Hilde Keymeulen
Sven Dekeersmaecker
Datamanagers - studieverpleegkundigen

 

Tiny Van Keymeulen   Klinisch psycholoog
Nele De Roo
Ann Biebaut
Linde Houbracken
Rita Vranken
Sociaal verpleegkundigen

 

Bert Vandenborne
Myriam Verhas
dr. K. De Wolf

Coördinator Palliatief Support Team
Psycholoog Palliatief Support Team
Arts Palliatief Support Team
Daniëlle Durinck Consultatie Borstprothese
eXtra Hair T. 053 72 43 42
Leven Zoals Voorheen T. 053 77 28 16

 

 

Referentieverpleegkundigen / kinesisten  
Karine Philips Algemene Heelkunde
Sandra De Waghter
Sylvie Evenepoel
Oncorevalidatie
 
Graziëlle Van Den Hel
Annie De Sutter
Sil Suys (campus Asse)
Gynaecologie
Marc De Neef
Caroline Vandersteen
Leen Forger (campus Ninove)
Els Pissens (campus Ninove)
Medische Beeldvorming
Lieve Van Der Stockt Medische Oncologie
Martine Hitchinson
Annick Van Den Borre
Oncologisch Dagziekenhuis
Jo Van Hecke Nucleaire Geneeskunde
Anja Vanderkelen Plastische, Reconstructieve en Esthetische heelkunde
Els Roelandt
Kathleen Vandamme
Radiotherapie-Oncologie
Contactinfo 

Medisch coördinator - dr. A. Roelstraete
T. secretariaat 053 72 44 79
heidi [dot] roelstraete [at] olvz-aalst [dot] be

Verpleegkundig coördinator OLV Borstkliniek / borstverpleegkundige - Annelies De Grauwe
T. 053 72 49 66
annelies [dot] de [dot] grauwe [at] olvz-aalst [dot] be

  • Diagnostische procedures

    Om de diagnose van een borstgezwel te bevestigen, zal  u een aantal onderzoeken ondergaan.

    Andere onderzoeken zijn noodzakelijk om  uitbreiding lokaal (lymfklieren) of naar de organen (uitzaaiingen) uit te sluiten of te bevestigen.

    Om al deze onderzoeken zo vlot mogelijk te laten verlopen, vindt u hier de meest courante technische procedures opgesomd. Elk onderzoek wordt nader toegelicht. Op deze manier hopen wij de stress die dergelijke technische onderzoeken met zich meebrengen, tot een minimum te beperken.

    • Mammografie & Echografie
    • MR onderzoek van de borsten
    • Biopsie procedures
    • Staging procedures
    • Hartfunctie onderzoek
    0
  • Mammografie & Echografie
    Terug

    Mammografie

    U schrijft zich in aan de dienst 'Inschrijvingen' (-2) van het ziekenhuis.Vervolgens meldt u zich aan op het secretariaat Medische Beeldvorming (gelijkvloers).

    Breng uw vorige foto's van de borst mee. U wacht in de wachtkamer tot de verpleegkundige u komt halen. In de kleedkamer doet u uw trui en beha uit. In de mammografiezaal stelt de verpleegkundige u enkele routinevragen. Deze informatie is belangrijk voor de radioloog bij het bekijken van de foto's. De verpleegkundige zal ook uw borsten met de hand onderzoeken. Daarna worden rontgenfoto's van de linker en rechterborst genomen. Van elke borst maakt zij minstens twee foto's. De borst wordt op een plaat gelegd, een tweede plaat drukt de borst gedurende vijf seconden samen. Dit is zeer belangrijk voor de kwaliteit van de foto. Indien u dit samendrukken als pijnlijk ervaart, mag u dit gerust melden aan de verpleegkundige. De foto's worden na ontwikkeling meteen getoond aan de radioloog. In totaal duurt zo'n onderzoek ongeveer twintig minuten.

    Echografie

    Een echografie gebeurt meestal in aansluiting op de mammografie en wordt uitgevoerd door de radioloog. Deze bekijkt eerst grondig de foto's van de mammografie. Voor het echo-onderzoek begeleidt de verpleegkundige u naar de echozaal. Tijdens de echografie wordt er een afbeelding van de borst gemaakt. De arts brengt gel aan op de borst en gaat er overheen met een apparaatje. De gel voelt koud aan, maar de echografie is volkomen pijnloos. Soms kan het zijn dat de echografie niet voldoende duidelijkheid geeft. Eventueel zal de radioloog u aanraden om een MR-onderzoek te laten uitvoeren. Voor dit onderzoek is dan wel een nieuwe afspraak noodzakelijk.

    Resultaat van het onderzoek

    Indien mogelijk geeft de radioloog U een voorlopig resultaat na de mammografie en echografie. De definitieve beoordeling van de mammografie en de echografie, en de eventuele vergelijking met vorige foto's, vergt tijd en bijzondere aandacht van de radioloog. Daarom volgen de definitieve resultaten  pas achteraf: de resultaten worden dan doorgestuurd naar uw huisarts of uw behandelende arts.

    Enkele voorwaarden en tips voor een geslaagd onderzoek

    • Probeer u te ontspannen tijdens het onderzoek, u maakt dan veel meer kans op onmiddellijk geslaagde foto's.
    • Draag voor boven- en onderlichaam gescheiden kledij zoals een broek of een rok met een blouse of een trui, liever geen jurk, korset, ... .
    • Gebruik geen crème of bodylotion op het bovenlichaam wanneer u naar het onderzoek komt. Deo of parfum, evenals talk en poeders zijn dikwijls een probleem. Gelieve dit te vermijden.
    • Tijdens de zwangerschap wordt er normaal geen mammografie genomen, maar een echografie is geen probleem. Indien u zwanger bent of denkt zwanger te zijn, gelieve dit dan vóór het onderzoek te melden aan de verpleegkundige.
    • Als u borstvoeding geeft is de borstklier gezwollen, dit bemoeilijkt het beoordelen van de foto's, gelieve dit dan ook te melden aan de verpleegkundige vóór het onderzoek.
       

    En tot slot nog dit

    • Het is zeer belangrijk om borstkanker in een vroeg stadium op te sporen.  Dankzij regelmatig onderzoek kunnen veel borstkankers genezen worden. Elke vrouw, van welke leeftijd ook, kan hierbij helpen. Bij een eenvoudig borstonderzoek kan men zelf een kleine verandering in de borst opmerken. Dit kan een onschuldig kwaaltje zijn, maar het is toch raadzaam hier met de huisarts over te spreken.
    • Vanaf de leeftijd van 40 jaar is het aangewezen om een jaarlijks borstonderzoek door een arts te laten uitvoeren. Vanaf deze leeftijd (40 jaar) kan het ook aangewezen om 2-jaarlijks een screeningmammografie  te laten uitvoeren.
    1
  • MR-onderzoek van de borsten
    Terug

    Dit onderzoek wordt eveneens uitgevoerd in de dienst Medische Beeldvorming. Vaak gebeurt dit onderzoek wanneer de mammografie en echografie moeilijk te beoordelen zijn, of wanneer een afwijking in de borsten van naderbij bekeken dient te worden.

    Tijdens het MR-onderzoek wordt met behulp van een sterke magneet en radio­golven afbeeldingen van uw borsten gemaakt (MR = Magnetische Resonantie).

    Voor het maken van de afspraak houdt men rekening met uw menstruatiecyclus: het meest ideale tijdstip voor een MR borst onderzoek is de 10de of 11de dag van de cyclus. In deze fase van de cyclus zien we nauwelijks aankleuring van normaal borstklierweefsel. (NB: de eerste dag van de menstruatie = de eerste dag van de cyclus)

    Wanneer u aan de beurt bent, zal de verpleegkundige u enkele vragen stellen. Metalen voorwerpen zoals een pacemaker, vaatclips, oude types kunsthartkleppen, ... mogen niet in de buurt van de magneet komen. De verpleegkundige zal ook een infuus aanbrengen om tijdens het onderzoek een kleurstof te kunnen toedienen.

    In de MR-zaal zelf neemt u in buiklig plaats op de tafel. Neem een zo comfortabel mogelijke posite in en probeer zo rustig mogelijk te blijven liggen. Het onderzoek duurt maar 15 minuten. Probeer niet te bewegen, anders moeten de foto's misschien opnieuw genomen worden.

    De tafel wordt in een tunnel geschoven die langs beide kanten open is. Via een televisiescherm en een luidspreker is er direkt contact tussen u en de verpleeg­kundige. Bovendien houdt u een belletje in de hand waarmee u een signaal kan geven als u hulp nodig hebt.

    Tijdens het maken van de foto's hoort u een luid kloppend geluid. Het onderzoek bestaat uit meerdere reeksen, meestal vier opnames. Na de eerste of tweede opname wordt een kleurstof via een infuus ingespoten. Normaal voelt u hier niets van.

    Omdat er eerst nog enkele berekeningen noordzakelijk zijn, kan u niet onmiddelijk resultaat van dit onderzoek verwachten. De opnames worden bovendien ook nog vergeleken met vroeger genomen mammografie- en echografiebeelden.

    De radioloog geeft echter het protocol van het onderzoek zo snel mogelijk door aan uw behandelende arts.

    1
  • Biopsie procedures
     Terug

    Om de diagnose van een borstgezwel te bevestigen of te weerlegen, moet in vele gevallen wat weefsel weggenomen worden. Dit weefsel wordt dan microscopisch onderzocht. De techniek van weefselafname noemen we een biopsie.

    Er bestaan verschillende biopsietechnieken. Telkens wordt getracht om dié techniek te gebruiken, die het meest informatie biedt en dit met de minste bijwerkingen. Slechts in uitzonderlijke gevallen dienen we over te gaan tot een operatieve ingreep: de "open" biopsie.

    De FNAC-biopsie
    De Core-biopsie of True-cut biopsie
    De Vacuümaspiratiebiopsie
    De "Open"-biopsie

     

    De FNAC-biopsie

     Top

    Indien het letsel voelbaar is, wordt soms gekozen voor een fijne naald-aspiratie (FNAC: Fine Needle Aspiration). Hierbij wordt met een fijne naald geprikt in het letsel en worden enkele cellen opgezogen voor microscopisch onderzoek.

    Deze procedure verloopt meestal zeer vlot en levert zeer snel resultaat op. Aangezien slechts losse cellen onderzocht worden, kan dit onderzoek een enkele keer iets minder nauwkeurig zijn dan de andere biopsietechnieken.

     

    De Core-biopsie of true-cut biopsie

     Top

    De radioloog zoekt met echografie het letsel in de borst op. De borst wordt dan plaatselijk verdoofd met een kleine prik. Het letsel in de borst wordt aangeprikt met een speciale naald. Dit is bijna pijnloos, men voelt alleen een schokje wanneer de naald heel snel in de borst springt. Daarna wordt  een pleistertje aangebracht. Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten en men moet hiervoor niet nuchter zijn. Na het onderzoek mag u onmiddellijk naar huis. U moet het alleen die dag wat kalmer aan doen. Een bad nemen mag als er een mooi korstje op de prikplaats is gekomen.

    Dit onderzoek levert cilindertjes weefsel op, dit in tegenstelling tot de FNAC (enkel losliggende cellen). Het resultaat van het microscopisch onderzoek laat meestal een tweetal dagen op zich wachten. Wanneer bijzondere kleuringen nodig zijn, kan het resultaat nog wat later verwacht worden.

     

    De Vacuümaspiratiebiopsie

     Top

    Met een vacuüm geassisteerd toestel kan door middel van een éénmalige naaldpassage een groot aantal weefselstalen worden genomen. Op deze manier bekomt men voldoende weefsel om een betrouwbare diagnose te stellen, de patiënt met de grootste zekerheid uitsluitsel te geven over wat er aan de hand is en indien nodig een precies behandelingsschema op te stellen.

    Dit onderzoek gebeurt zittend in een aangepaste zetel. Het is belangrijk hierbij goed stil te zitten. Onder plaatselijke verdoving wordt een insnede van 4 mm gemaakt. Hier wordt de naald ingebracht. Eens de naald in de nabijheid van het letsel is geplaatst, kunnen we door vacuümaspiratie en onder radiografische controle,  de hele zone biopsiëren. Na de ingreep wordt de biopsieplaats aangedrukt en sluiten we de insnede met een steristrip. U kan het ziekenhuis onmiddellijk verlaten, u houdt het die dag enkel wat rustig. Het resultaat van het weefselonderzoek zelf is meestal twee dagen later bekend. 

    Deze techniek wordt enkel toegepast wanneer andere biopsie technieken ontoereikend zijn: bij kleine verkalkingen in de borst zonder duidelijke massa, bij goedaardige letsels die de patiënt liever verwijderd wil zien (bvb fibroadenomen) of bij letsels waarbij men niet met 100% zekerheid kan zeggen dat ze goedaardig zijn.

    Soms laten we op het einde van de biopsie procedure een clip achter in de borst. Deze clip duidt dan de plaats van de biopsie aan en kan later makkelijk teruggevonden worden bij een controle mammo-of echografie.

    Sinds begin 2006 wordt deze techniek ook toegepast in het OLV Ziekenhuis.

     

    De "Open"-biopsie

     Top

    Een open biopsie is een chirurgische ingreep onder algemene narcose, waarbij er een sneetje wordt gemaakt in de borst en rechtstreeks een beetje weefsel wordt weggenomen.

    Het stukje weefsel wordt onderzocht door de patholoog-anatoom met de bedoeling een diagnose te stellen.

    Deze techniek wordt gebruikt indien puncties of biopsies geen uitsluitsel geven.

    De chirurg of gynaecoloog richt zich soms op een harpoen, dit is een soepele metaaldraad die in de buurt van het letsel geplaatst werd met behulp van mammografie of echografie.

    1
  • Staging procedures
    Terug

    Bij de oppuntstelling van een borsttumor worden een aantal stagingonderzoeken uitgevoerd.

    Deze onderzoeken sporen uitzaaïngen (of metastasen) op. Ook bij de opvolging van patiënten met borstkanker, kunnen dergelijke onderzoeken op regelmatige tijdstippen herhaald worden.

    De klassieke check-up naar uitzaaïngen op afstand bestaat meestal uit:

    • een bloedafname,
    • een RX-thorax (longfoto),
    • een botscintigrafie of botscan of skeletscintegrafie
    • een echografie van de lever 

     

    Bloedafname

     Top

    Bij de bloedafname worden er verschillende parameters nagekeken: bloedcellen, suiker, nier- en leverfunctie, zouten,... . Dit ter evaluatie van de algemene toestand en ter voorbereiding van eventuele ingreep. Daarnaast kan ook een tumormarker bepaald worden.
     

    RX-thorax

     Top

    Een  longfoto kan aangevraagd worden als routine onderzoek bij een staging en als voorbereiding op een heelkundige ingreep.

    De afspraak voor dit onderzoek wordt via het secretariaat geregeld.

    Voorbereiding
    Er is geen specifieke voorbereiding noodzakelijk.

    Uitvoering
    Het gaat om een staande röntgenopname, face (vooraanzicht) en profiel (zijaanzicht).
    U dient enkel het bovenlichaam te ontbloten.

    Uitslag
    Een radioloog beoordeelt de kwaliteit van het onderzoek voordat u de afdeling verlaat. Op een later tijdstip wordt het onderzoek nauwkeurig bekeken. Er wordt dan een verslag gemaakt voor uw behandelend arts.
    Deze zal u het resultaat meedelen.
     

    Botscintigrafie of botscan of skeletscintigrafie

     Top

    Met een botscintigrafie kunnen verschillende soorten aandoeningen van het skelet worden opgespoord. Bij de diagnose van borstkanker wordt een botscan gedaan om eventuele uitzaaïngen in het bot op te sporen.

    Voorbereiding op het onderzoek
    Voor dit onderzoek is geen speciale voorbereiding vereist.

    Wel wordt u verzocht vóór het maken van de foto's naar het toilet te gaan en goed uit te plassen. Een volle blaas bemoeilijkt namelijk het fotograferen van het bekken.

    Uitvoering van het onderzoek
    Aan het begin van het onderzoek krijgt u door middel van een injectie in een bloedvat in de arm een kleine hoeveelheid radioactieve stof toegediend. Deze stof wordt opgenomen in het skelet. Dit vraagt echter enkele uren. In deze wachttijd mag u de afdeling/ziekenhuis verlaten.

    Als de radioactieve stof voldoende is opgenomen in het skelet, begint de opname van de beelden. U komt op een onderzoekstafel te liggen en er worden in verschillende richtingen foto's genomen. De manier waarop dit gebeurt hangt af van de beschikbare apparatuur. Dit duurt 20 tot 45 minuten. Hierna wordt gecontroleerd of alles duidelijk in beeld is gebracht; zo nodig worden één of meer extra opnamen gemaakt. 

    Tijdens het maken van de foto's is het van belang zo stil mogelijk te blijven liggen. Metalen voorwerpen kunnen het onderzoek verstoren. Daarom kan u gevraagd worden metalen sieraden af te doen of bepaalde kledingstukken uit te trekken.

    Uitslag van het onderzoek
    Een arts van de afdeling Nucleaire Geneeskunde beoordeelt de kwaliteit van het onderzoek voordat u de afdeling verlaat. Op een later tijdstip wordt het onderzoek nauwkeuriger bekeken. Daarbij wordt zo nodig vergeleken met eerdere botscintigrammen of röntgenonderzoeken.

    Er wordt dan een verslag gemaakt voor uw behandelend arts. Deze zal u de uitslag meedelen.
     

    Echografie van de lever

     Top

    Tijdens het echografisch onderzoek van de lever gaat de radioloog na of er afwijkingen bestaan ter hoogte van de lever. Voor dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven.

    Voorbereiding
    Voor het onderzoek zelf dient u nuchter te zijn. Verder is het onderzoek volkomen onschadelijk.

    Uitvoering
    Voor het echo-onderzoek begeleidt de verpleegkundige u naar de echozaal. Tijdens de echografie wordt er een afbeelding van de lever gemaakt. De arts brengt gel aan op de buikwand rechts en gaat er overheen met een apparaatje. De gel voelt koud aan, maar de echografie is volkomen pijnloos.

    Uitslag
    Soms kan het zijn dat de echografie niet voldoende duidelijkheid geeft. Eventueel zal de radioloog u aanraden om een CT-can  te laten uitvoeren. Voor dit onderzoek wordt dan wel een nieuwe afspraak gemaakt via uw behandelende arts.

    1
  • Hartfunctie onderzoek
    Terug

    Verloop van dit onderzoek

    U schrijft zich in aan de dienst Inschrijvingen (-2) van het ziekenhuis. Vervolgens meldt u zich aan op het secretariaat Nucleaire geneeskunde.

    In tussentijd bereidt de verpleegkundige het product dat ze u zal toedienen. Het is een radioactief serumalbumine (=eiwit).

    Hierna wordt u geïnstalleerd op een mobiele tafel.
    Er worden 3 monitorelektroden op uw borst gekleefd, welke aangesloten worden op een monitoringtoestel voor EKG (electrocardiogram) en een computer.

    Het product wordt in een ader aan de niet-geopereerde zijde ingespoten.

    Een scanapparaat wordt schuin tegenover uw linkerborstzijde geplaatst om de linkerhartkamer te visualiseren.

    De ejectiefractie wordt berekend als het gemiddelde van een aantal opeenvolgende hartslagen.

    Het gemiddelde van een vrouw is ongeveer 55 %, voor een man 62 %.

    Enkele adviezen i.v.m dit onderzoek

    Tracht zo rustig mogelijk te zijn, zodat u een normale hartslag heeft. Angst  voor dit onderzoek is echt niet nodig. Omwille van de radioactiviteit zal men u aanraden geen contact te hebben met zwangere vrouwen of kleine kinderen (indien dit niet mogelijk is kan men een afstand behouden: hoe verder verwijderd, hoe lager de radioactiviteit).

    Ook dient u veel te drinken na dit onderzoek (o.a. cafeïnehoudende dranken zoals koffie of thee, omdat deze vochtafdrijvend werken en zo de radioactiviteit in het lichaam sneller afbreken (normaal duurt dit ongeveer 12 u).

    1
  • Heelkundige behandeling

    U onderging recent een aantal onderzoeken waarbij een gezwel in de borst werd vastgesteld. Het kwaadaardig karakter van het gezwel werd bevestigd door middel van een biopsie. Samen met uw arts werd beslist tot een heelkundige ingreep. Welke procedure voor u aangewezen is, hoort u van uw behandelend arts. Het is belangrijk dat u weet dat dit voorstel werd besproken op de multidisciplinaire staffvergadering in aanwezigheid van al uw behandelende artsen (radioloog, chirurg, gynaecoloog, radiotherapeut, medisch oncoloog, plastisch chirurg enz...). Tracht te begrijpen waarom de u voorgestelde behandeling het meest geschikt is. Concrete informatie vindt u bij uw behandelende artsen. In eerst instantie wordt een behandeling voorgesteld voor de borsttumor. In tweede instantie wordt, waar dit nodig is, een heelkundige procedure uitgestippeld voor behandeling van de okselklieren. Om praktische redenen worden de procedures afzonderlijk besproken, uiteraard worden ze in èènzelfde tijd uitgevoerd.

    • Preoperatieve oppuntstelling (onderzoeken voor de operatie)
    • Heelkundige behandeling van de borsttumor
    • Heelkundige behandeling van de okselklieren/okselklieruitruiming
    • Borstreconstructie
    • Enkele praktische richtlijnen (Campus Aalst)
    • Postoperatieve zorgen
    0
  • Pré-operatieve oppuntstelling
    Terug

    Pre-anesthetisch onderzoek

    Om u beter te leren kennen en uw gezondheidstoestand te kunnen evalueren, zal de anesthesist een dossier aanleggen. Uw behandelende geneesheer kan hem hierbij helpen. Dit onderzoek is belangrijk. Het laat toe de risico’s, die aan elke ingreep verbonden zijn, te definiëren. Bij opname in het ziekenhuis zal u een vragenlijst worden overhandigd. Wij verzoeken u de vragen die u gesteld zullen worden juist te beantwoorden. Het gaat immers om uw veiligheid. Veel aandacht zal besteed worden aan de geneesmiddelen die u inneemt. Zelfs een aspirientje tegen de hoofdpijn kan belangrijk zijn! Meestal komt de anesthesist de avond vóór de ingreep langs. Dit pre-anesthetisch onderhoud geeft u de gelegenheid om met de anesthesist van gedachten te wisselen over de verdovingstechnieken die hij zal toepassen en over het verloop van de ingreep.

    Nuchter blijven: voor uw veiligheid vragen wij u een aantal uren voor de operatie niets te eten of te drinken. Uw maag moet immers leeg zijn voor de ingreep.

    Premedicatie: om het angstgevoel voor de ingreep te verminderen, kan de anesthesist een premedicatie voorschrijven: het gaat om geneesmiddelen die de patiënt voorbereiden op de anesthesie en op de ingreep en die hem in zekere mate kalmeren. Meestal zal men u de geneesmiddelen die u reeds innam voor de operatie verder laten innemen. Het plots onderbreken van deze medicatie kan nadelige gevolgen hebben. De anesthesist kan het best beoordelen of u deze geneesmiddelen al dan niet verder mag innemen.

    Pre-operatieve onderzoeken

    Vooraleer een heelkundige behandeling uitgevoerd wordt, dienen een aantal pre-operatieve onderzoeken te gebeuren. Meestal wordt een EKG genomen en wordt er bloed onderzocht. Een longfoto is meestal al ter beschikking (zie staging procedures) .

    1
  • Heelkundige behandeling van de borsttumor
    Terug

    U onderging recent een aantal onderzoeken waarbij een kwaadaardig gezwel werd ontdekt. Samen met uw arts werd beslist tot een heelkundige ingreep. Waar dit kan, wordt een borstsparende ingreep uitgevoerd. Als dit om technische of andere redenen niet mogelijk is, wordt overgegaan tot een borstamputatie.

    Indien een amputatie noodzakelijk is, zal altijd overwogen worden of een onmiddellijke reconstructie kan uitgevoerd worden. Soms is dit niet aangewezen en dient de reconstructie uitgesteld te worden tot na het beëindigen van de volledige nabehandeling.

    Borstamputatie of mastectomie

    De Mastectomie, of chirurgische verwijdering van de borst, wordt al meer dan een eeuw toegepast.
    De radicale mastectomie, d.i. de verwijdering van de volledige borst, de lymfknopen in de oksel plus de kleine en de grote borstspier, werd ontwikkeld door een Amerikaanse chirurg, dr. Halsted. De techniek was gebaseerd op de stelling dat de kansen op genezing toenamen naarmate er meer weefsel werd verwijderd. Later onderzoek toonde aan dat er geen voordeel was verbonden aan de chirurgische verwijdering van de borstspieren: Bij de gemodificeerde radicale mastectomie wordt de volledige borst verwijderd samen met de oksellymfeklieren. De borstspieren worden evenwel ongemoeid gelaten. De volledige radicale mastectomie wordt vandaag de dag enkel nog toegepast bij patiënten waarbij de tumor ook de borstspieren heeft aangetast. Dit komt slechts voor bij een kleine minderheid van de patiënten.

    Borstsparende ingreep

    De laatste twintig jaar werd een nieuwe techniek voor de chirurgische behandeling van borstkanker ontwikkeld: de lumpectomie, tumorectomie of borstsparende operatie. Als de tumor klein is en zich beperkt tot één plek in de borst kan de mastectomie worden vervangen door de lumpectomie. Het doel van deze relatief simpele ingreep is de tumor te verwijderen en zoveel mogelijk gezond borstweefsel intact te laten. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat er geen kwaadaardige cellen in de borst achterblijven, wordt er rondom de tumor een gedeelte van het gezonde weefsel mee verwijderd. Afhankelijk van de hoeveelheid borstweefsel die moet worden verwijderd, krijgt deze operatie verschillende benamingen toegekend: wijde excisie, partiële mastectomie, segmentele mastectomie of kwadrantectomie. De algemene en bekendste term is evenwel lumpectomie. De cosmetische resultaten van de ingreep variëren naargelang de lokatie en de omvang van de tumor en de omvang van de borst. Als er uit een grote borst een grote tumor moet worden verwijderd, kan het resultaat esthetisch acceptabeler zijn dan als er een kleine tumor moet worden verwijderd uit een kleine borst. Borstsparende chirurgie wordt bijna altijd aangevuld met radiotherapie, die ervoor moet zorgen dat de kwaadaardige cellen die eventueel zijn achtergebleven in het borstweefsel, worden vernietigd.

    1
  • Heelkundige behandeling van de okselklieren
    Terug

    Bij borstkanker is het belangrijk om een idee te hebben of de okselklieren zijn aangetast. In ongeveer 30% van alle borsttumoren zijn de okselklieren aangetast. Tot op heden bestond er geen enkele adequate, niet-chirurgische methode om uit te maken of de okselklieren waren aangetast. Dit kon dus enkel door ze te verwijderen (okselklieruitruiming) en deze microscopisch te laten onderzoeken. Deze procedure zorgde voor een goede lokale controle en leverde voldoende informatie op voor een eventuele nabehandeling. Echter tengevolge van een okselklieruitruiming kon u geruime tijd last hebben van pijn en verminderde beweeglijkheid van de arm en kon er bovendien op langere termijn oedeem van de arm optreden.

    Om deze vervelende bijwerkingen te vermijden werd een nieuwe operatietechniek ontwikkeld: de sentinelklierprocedure. Deze techniek maakt het mogelijk om de eerste drainerende lymfeklier op te sporen die via een lymfevat rechtstreeks in verbinding staat met de tumor. Deze klier wordt de sentinelklier of schildwachtklier genoemd. De sentinelklier wordt als eerste aangetast wanneer de tumor zich verspreid via de lymfebaan. Daarna kunnen ook alle andere klieren aangetast worden. Wanneer dus de sentinelklier positief is, zijn mogelijks ook andere lymfeklieren aangetast. Is de sentinelklier negatief, dan zijn de andere klieren negatief en is een okseluitruiming niet nodig. Door enkel de lymfeklieren te verwijderen bij patiënten die een aangetaste sentinelklier vertonen, wordt bij een grote groep patiënten een onnodige ingreep vermeden.
     

    Sentinelklieruitruiming of schildwachtkliertest
    Okselklieruitruiming
    Mogelijke verwikkelingen na het verwijderen van de lymfeknopen 

     

    Sentinelklierprocedure of schildwachtkliertest 

     Top
     
    Deze relatief nieuwe techniek heeft als bedoeling de eerste lymfknoop of lymfknopen op te sporen waarnaar de lymfe vanuit de tumor draineert en waar dus ook in principe de eerste via het lymfensysteem uitzaaiende tumorcellen terechtkomen.
    Er zijn in principe drie mogelijkheden om deze techniek uit te voeren:

    1.     Men spuit in of naast de tumor een blauwe kleurstof (Patent blue) bij het begin van de operatie. Dan volgt men van hieruit de blauw kleurende lymfvaten tot aan de eerst aankleurende klier. Deze klier wordt dan verwijderd.

    2.     Men spuit een beperkte hoeveelheid radioactief product in of rond de tumor of in de huid, 6 tot 12 uur voor de operatie. Via een gammacamera kan men dan het verloop van de lymfedrainage volgen en de sentinelknopen op de huid aanduiden.

    3.     Tijdens de operatie kunnen deze sentinelknopen opgespoord worden met een detectietoestel:intra-operatieve gamma probe. Globaal gezien is deze methode voor de chirurg de meest eenvoudige.  De beste resultaten qua gevoeligheid en specificiteit van het onderzoek worden bekomen door een combinatie van beide technieken toe te passen, omdat in zeldzame gevallen soms een sentinelknoop wordt aangetroffen die wel blauw kleurt maar niet radioactief is of omgekeerd.

    De sentinelknopen worden gedetailleerd onderzocht. Wanneer deze knopen geen kwaadaardige cellen bevatten, is de kans dat er toch elders in de oksel uitzaaiingen zitten heel klein:  minder dan 5%.
    Op die manier kan men dus bij een belangrijk deel van de patiënten afzien van een okseluitruiming .

    Een nadeel van de techniek is dat een aantal patiënten een tweede ingreep moeten ondergaan omdat pas na de sentinelprocedure blijkt dat de oksel is aangetast. 

    De sentineltest wordt niet gebruikt bij alle soorten tumoren, men reserveert ze bij voorkeur voor tumoren tot maximaal 3 cm diameter zonder klinisch aantoonbare okselklieren.

     

    Okselklieruitruiming

     Top

    In de lymfeknopen onder de oksel komen de lymfevaten (dunne buisjes die lymfe vervoeren) van de borst en de arm samen. In de lymfeknopen wordt de lymfe gefilterd en nadien weer in de bloedstroom gebracht. De filtering van de lymfe zorgt er bijvoorbeeld voor dat bacteriën afkomstig van een verwonding aan de vinger of kwaadaardige cellen die zich hebben losgemaakt van een tumor niet in de bloedstroom kunnen terecht komen.

    Onafhankelijk van de keuze tussen borstamputatie of borstsparende heelkunde, zal de chirurg tijdens de operatie steeds een aantal lymfknopen uit de oksel verwijderen.

    De verwijdering van de lymfknopen heeft een tweevoudig doel:

    Vaststellen of er kankercellen aanwezig zijn in de lymfknopen
    De aantasting van de lymfknopen is een belangrijke factor bij het bepalen van het stadium waarin de kanker zich bevindt en het vastleggen van de vervolgtherapie op de operatie.
    Zo zal er bijvoorbeeld chemotherapie worden toegediend aan patiënten met aantasting van één of meer lymfknopen en volgt er meestal radiotherapie van de oksel als er vier of meer lymfknopen door kwaadaardige cellen zijn aangetast of als de kanker door het kapsel van de lymfkno(o)p(en) is gegroeid.

    Bestrijding van de borstkanker
    Indien de lymfknopen zijn aangetast door kwaardaardige cellen, kan de kanker verder groeien in de lymfknopen. Door de verwijdering van de lymfknopen wordt ook de nieuwe kankerhaard (of haarden) verwijderd. 

     

    Mogelijke verwikkelingen na het verwijderen van de lymfeknopen

      Top
    • Tijdens de verwijdering van de lymfknopen kan er schade worden toegebracht aan de zenuwen die in de oksel passeren. Dit kan resulteren in gevoelloosheid van de oksel- en schouderstreek of in verzwakking van de schouderspieren. Meestal zal de gevoelloosheid mettertijd verminderen, maar het is mogelijk dat de oksel, schouder en bovenarm nooit meer hun oorspronkelijke gevoeligheid herwinnen.
      Meestal komt de kracht in de spieren mettertijd wel helemaal terug.
       
    • Lymfoedeem: Ten gevolge van een okselklieruitruiming kan er zich in de getroffen arm lymfoedeem ontwikkelen.

    Meer lezen? zie ook: fysiotherapie en revalidatie

    1
  • Reconstructieve technieken
    Terug

    Borstreconstructie bestaat uit het vormen van een kunstmatige borststructuur op de plaats waar de borst werd verwijderd tijdens een mastectomie. Reconstructie kan gebeuren op het ogenblik van de mastectomie of op een later ogenblik, tijdens een nieuwe chirurgische ingreep. Om het weefsel te reconstrueren kunnen synthetische implantaten worden gebruikt, maar ook eigen lichaamsweefsels van de patiënt. Onder het begrip reconstructie vallen ook de reconstructie van de tepel en de tepelhof, al kan een borstreconstructie ook zonder gebeuren. Niet alle vrouwen die een mastectomie hebben ondergaan, kiezen voor een reconstructie. Velen opteren voor het dragen van een borstprothese. Er zijn verschillende technieken om een nieuwe borst, tepel en tepelhof te creëren. Soms worden er veranderingen aan de andere borst aangebracht om de symmetrie te vergroten. Het is van groot belang om realistische verwachtingen te koesteren omtrent het te bereiken resultaat. Voorafgaande gesprekken met de plastisch chirurg moeten helpen een realistisch beeld te krijgen. De nieuwe borst kan er natuurlijk uitzien en normaal aanvoelen voor iemand anders, maar voor de patiënt kan de nieuwe borst helemaal anders aanvoelen dan vroeger.

    Reconstructie met lichaamseigen weefsel
    Reconstructie met synthetische implantaten
    Reconstructie van de tepel en de areola (tepelhof)
    Een keuze maken: onmiddellijke of laattijdige reconstructie?
    Reconstructie met synthetische implantaten of lichaamseigen weefsel?
     

    Reconstructie met lichaamseigen weefsel

     Top

    Een borstreconstructie kan ook worden uitgevoerd met huid en vet uit een ander gedeelte van het lichaam. Momenteel is de techniek met de vrije flap de meest gebruikte techniek. Bij deze techniek worden spieren, vet, huid en een aan- en afvoerend bloedvat van een lichaamsdeel weggenomen en verplaatst (getransponeerd) van de ene plaats naar een andere plaats in het lichaam. Het lichaamsdeel waarvan de flap wordt genomen, is bijvoorbeeld de buik (vrije TRAM) of een bil (vrije GAP). Aangezien de bloedvaten op de ene plaats in het lichaam worden doorgesneden en op een andere plaats gehecht moeten worden, voert een plastisch chirurg gespecialiseerd in microchirurgie deze ingreep uit.

    Een verdere ontwikkeling bestaat erin dat enkel huid en vet met een aan- en afvoerend bloedvat worden getransponeerd. Dit kan eveneens gebeuren van de buikstreek (vrije DIEP) of bilstreek (vrije S-GAP). Deze laatste ingrepen offeren geen spierweefsel op en kunnen de mobiliteit van het lichaam niet beïnvloeden. Hierdoor recupereren de patiënten snel en volledig. De moeilijkheid van de ingreep bestaat uit de vrij secure dissectie van de bloedvaten. Het falingspercentage van deze ingreep bedraagt 2%.

    Momenteel is de DIEP-flap de meest courante techniek voor een reconstructie met lichaamseigen weefsel.
    Hierbij neemt de chirurg een ellipsvormig stuk huid en vet weg uit de vetschort van de buik (onder de navel en boven de schaamstreek), samen met de aan- en afvoerende bloedvaten. Deze bloedvaten worden in een tweede fase vastgehecht aan de aders in de oksel of achter het borstbeen. Het vet en de huid worden gemodelleerd tot een nieuwe borst.

    Het grote voordeel schuilt in de stabiliteit van de reconstructie. Wanneer de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen (één week na de ingreep), treden er haast geen complicaties meer op.
    De ingreep duurt ongeveer 6 uur.

    Voordelen van deze techniek

    • Meest natuurlijke resultaat
    • Er worden geen lichaamsvreemde voorwerpen in het lichaam gebracht
    • De tepel kan op het ogenblik van de reconstructie of tijdens een volgende ingreep worden gecreëerd. 

    Nadelen van deze techniek

    • Tijdens verplaatsing van het lichaamsweefsel kan de bloedvoorziening van dit weefsel beschadigd raken waardoor dit kan afsterven na de verplaatsing. In dat geval moet de nieuwe borst weer worden verwijderd, wat psychisch een uitermate pijnlijke ervaring is voor de patiënt.
    • Na de reconstructie heeft de patiënt pijn op de plaats waar het weefsel weggenomen is én op de plaats waar het weefsel naartoe werd verplaatst (de nieuwe borst).
    • Als er spieren verwijderd worden, kunnen bovendien pijn en verzwakking optreden op de plaats van verwijdering.

       

    Reconstructie met synthetische implantaten

     Top

    Synthetische implantaten zijn traanvormige zakjes die gevuld zijn met siliconen of een zoutoplossing. Ze lijken op een borst en worden onder de huid en/of onder de borstspier geplaatst.

    Om de beste vorm te verkrijgen en de vorming van littekenweefsel rond het implantaat tegen te gaan, wordt het implantaat vaak onder een laag spieren geplaatst in plaats van onmiddellijk onder de huid.

    Kleine implantaten kunnen vaak aangebracht worden zonder dat de huid en de spieren van de borstwand overmatig moeten worden uitgetrokken.

    Om grotere implantaten te kunnen aanbrengen, is het vaak nodig eerst de omringende weefsels uit te rekken met behulp van een zogenaamde tijdelijke expander.

    De tijdelijke expander is een prothese met siliconenwand en klepje, die ingeplant wordt op de plaats waar de gereconstrueerde borst moet komen. Tijdens het implanteren wordt een kleine hoeveelheid zout water in de prothese geïnjecteerd.

    Na de operatie injecteert de chirurg via het klepje regelmatig zout water in de expander, bijvoorbeeld om de twee weken. Na drie tot zes maanden zijn de huid en de spieren voldoende uitgetrokken om de tijdelijke expander te verwijderen en het definitieve implantaat (met siliconen of een zoutwatervulling) te plaatsen.

    Ook een definitieve expander kan worden geplaatst. Deze expander neemt de vorm aan van het definitieve implantaat na opvulling. Deze expander hoeft niet vervangen te worden.

    De eerste 24 tot 72 uur na de ingreep ervaren de meeste patiënten vrij veel pijn doordat de borstspier werd opgetild om de prothese eronder te plaatsen. De borst is gezwollen en zeer gevoelig.

    De tepel en het tepelhof worden bij een latere ingreep gereconstrueerd.

    Nadelen van deze techniek

    • Kapselvorming rond het implantaat (littekenzakje dat zich rond het implantaat vormt en kan verharden en verkalken).
    • Infectie van het implantaat (het implantaat moet verwijderd worden).
    • Perforatie van het implantaat door de huid.
    • Lekkage van het implantaat.

    Deze complicaties kunnen tot jaren na de reconstructie voorkomen en de kans is groter na bestraling van de borst (tot 20%).

     

    Reconstructie van de tepel en de areola (tepelhof)

     Top

    Tepel en tepelhofreconstructie gebeurt 3 tot 6 maanden na de eerste reconstructie. Deze periode is noodzakelijk om de borst een definitieve vorm en plaats te laten innemen en om de juiste positie van de nieuwe tepel te bepalen. Voor de reconstructie van tepel en tepelhof wordt niet langer weefsel ontnomen op andere plaatsen van het lichaam.

    De tepel wordt meestal gereconstrueerd met een kleine flapje afkomstig van de huid van de flap op de plaats waar de nieuwe tepel dient gevormd te worden.

    Dit zal leiden tot nieuwe kleine littekens ter hoogte van de borst in de nabijheid van de nieuw gevormde tepel. Deze littekens zullen echter gecamoufleerd worden door de tatoeage van het tepelhof en tepel. Af en toe kan de tepel gereconstrueerd worden door transplantatie van een gedeelte van de andere tepel. Dit natuurlijk enkel als deze groot genoeg is om een gedeelte te ontnemen.

    Ook het tepelhof wordt niet langer gereconstrueerd met huidenten ontnomen elders op het lichaam. Het tepelhof wordt nagebootst door tatoeage van de tepelhof regio. Deze tatoeage vindt plaats ongeveer één tot drie maanden na de reconstructie van de tepel.
    Tatoeage is echter geen definitieve procedure en dient dikwijls herhaald te worden na enige jaren omwille van vervagen van het pigment.

     

    Een keuze maken: onmiddellijke of laattijdige reconstructie

     Top

    Pluspunten van de onmiddellijke reconstructie:

    • De patiënte wordt niet geconfronteerd met het gemis van een borst;
    • Eén ingreep in de plaats van twee betekent minder kosten, minder lichamelijke problemen na operatie en anesthesie en minder hersteltijd.

    Voordelen van de latere reconstructie:

    • Meer bedenktijd om de reconstructietechniek te kiezen;
    • De eventuele tekortkomingen van de reconstructie worden beter aanvaard;
    • Voor de patiënte die chemotherapie moet ondergaan, een kleinere kans op infectie van de gereconstrueerde borst (vooral bij prothesereconstructies).


       

    Reconstructie met synthetische implantaten of met lichaamseigen weefsel?

    Synthetische implantaten:

    • Kunnen scheuren of andere beschadigingen oplopen en het is mogelijk dat ze ooit moeten worden vervangen;
    • De operatie (en anesthesie) is van kortere duur.
    • De herstelperiode is korter en de pijn na de operatie minder.

    Lichaamseigen weefsel:

    • De operatie duurt lang, de post-operatieve ongemakken zijn niet te onderschatten, maar verdwijnen volledig zeker bij spiersparende ingrepen.
    • De operatie duurt langer.
    • Complicaties komen bijna uitsluitend voor tijdens ziekenhuisverblijf.
    • De nieuwe borst ziet er zacht en natuurlijk uit
    • Er worden geen lichaamsvreemde voorwerpen in het lichaam gebracht.
    1
  • Enkele praktische richtlijnen (Campus Aalst)
    Terug

    Afhankelijk van het type ingreep verloopt uw opname via dagkliniek of verbijft u in het ziekenhuis.

    Bij opname via dagkliniek meldt u zich om 7 uur nuchter aan op de Dagkliniek. U hoeft zich niet in te schrijven. Daar wordt uw kamer toegewezen. Eventueel wordt u voor de ingreep naar de dienst radiologie gebracht voor markering van het letsel of wordt u gezien op de dienst nucleaire geneeskunde voor de voorbereidingen van de Sentinelklierprocedure. Na de ingreep verblijft u kort op de ontwaakzaal van de operatiezaal. Nadien wordt u opnieuw naar de dagkliniek gebracht. U kan het ziekenhuis verlaten rond 18 uur. Het is wenselijk dat iemand u komt afhalen want zelf een wagen besturen is verboden.

    Bij opname met verblijf in het ziekenhuis wordt u in principe opgenomen op de operatiedag zelf, tenzij duidelijk anders afgesproken met uw arts. U dient nuchter te zijn bij opname. U meldt zich aan op de dienst Inschrijvingen (-2) van het ziekenhuis. Daar wordt uw kamer u toegewezen. Bij aankomst op de afdeling, wordt er gecontroleerd of alle pre-operatieve onderzoeken aanwezig zijn. Indien nodig kunnen bijkomende onderzoeken verricht worden.

     

    Opname
    Wat meebrengen?
    Wat kan u verwachten de dag voor de ingreep?
    Hoe verloopt de dag van de ingreep?
    Volgende dagen
    Ontslag


     

    Opname

     Top

    U verblijft voor uw ingreep op de afdeling:
    Algemene Heelkunde – C4 (oud gebouw, 4de verdieping - tel 053/72 42 39 )
    Shortstay (oud gebouw, 1ste verdiep, tel - 053/72 10 65)
    Gynaecologie – C5  (oud gebouw, 5de verdieping - tel 053/72 42 41 )

    Voor ambulante ingrepen verblijft u op de afdeling:
    Dagkliniek - X3N (nieuwbouw, 3de verdiep - tel 053/ 72 41 25)
     

    Wat meebrengen?

     Top

    U brengt mee uw identiteitskaart, uw SIS-kaart, bloedgroepkaart.

    Ook eventuele resultaten van onderzoeken (electrocardiogram, bloedafname, ....).

    Eventueel in te vullen formulieren (bv. attest werkonbekwaamheid, hospitalisatieverzekering) geeft u af bij opname. Chronische thuismedicatie meebrengen. Voor uw verzorging voorziet u best toiletgerief, handdoeken, washandjes en nachtkledij. Waardevolle voorwerpen laat u best thuis.
     

    Wat kan U verwachten de dag voor de ingreep?

     Top

    Uw verpleegkundige zal navraag doen naar thuismedicatie, u helpen bij het invullen van een vragenlijst (zie ook: preoperatieve oppuntstelling.
    Indien nodig wordt de oksel geschoren.
    Uw behandelende arts of assistent komt langs om het verloop van de ingreep nog even te overlopen. U kunt ook de anesthesist op uw kamer verwachten die met u de narcose en pijnstilling zal bespreken.
     

    Hoe verloopt de dag van de ingreep?

     Top

    Voor het vertrek naar het operatiekwartier worden kunstgebit, oorapparaat, contactlenzen, juwelen en nagellak verwijderd. Indien nodig krijgt u premedicatie aangereikt door de verpleegkundige. Voor de ingreep zelf trekt u een operatiehemd aan.

    Via een omweg langs de radiologie (markering) of langs de dienst nucleaire geneeskunde (sentinelprocedure), wordt u naar het operatie- kwartier gebracht. Het tijdstip van uw ingreep wordt door meerdere factoren bepaald. De details hieromtrent zal u reeds uitvoerig met uw arts en verpleegkundige besproken hebben.

    Na de ingreep verblijft u enkele uren op de ontwaakzaal (geen bezoek toegestaan!). Het  infuus waarlangs medicatie en pijnstilling toegediend kan worden, blijft voorlopig ter plaatse.

    De wonde zelf is met een steriel verband afgedekt en meestal is er een wonddrain voor het afvoeren van wondvocht geplaatst. Deze drain dient meestal een paar dagen ter plaatse blijven.

    Terug op uw kamer wordt uw bloeddruk, polsslag en temperatuur gecontroleerd. Ook het verband en de wonddrain worden gecheckt.

    Het schema voor pijnstilling wordt opgemaakt in samenspraak met de anesthesist en uw verpleegkundigen.
     

    Volgende dagen

     Top

    Ook de volgende dagen wordt u nauwkeurig gevolgd. Op regelmatige tijdstippen wordt uw wonde verzorgd. De wonddrain wordt verwijderd op advies van uw behandelende arts.      

    Adequate pijnstilling in overleg met de verpleegkundigen.

    In de loop van uw opname ziet u ook de kinesist(e). Deze bespreekt met u de oefeningen die u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis en na ontslag thuis best verder zet.

    U kunt tevens het bezoek verwachten van één van de sociaal verpleegkundigen van de dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie.

    Desgewenst brengen wij u ook in contact met een aantal lotgenoten (Leven Zoals Voorheen).
     

    Ontslag

     Top

    In samenspraak met uw arts wordt uw ontslagdatum vastgelegd. U kan na de middag het ziekenhuis verlaten.

    Haal bij het vertrek uw grijze kaart en uw ontslagpapieren af aan het bureau van de hoofdverpleegkundige. Deze ontslagpapieren bevatten meestal een voorlopig verslag bestemd voor de huisarts, eventuele aanpassingen in het medicatiebeleid, instructies in verband met de wondzorg voor thuisverpleging en uw afspraak voor een controle raadpleging bij uw behandelende arts. Eventueel kan u reeds doorverwezen worden voor aanvullende behandeling.

    1
  • Postoperatieve zorgen
    Terug
    Wondzorg
    Revalidatie
    Preventie lymfoedeem
    Psychosociale begeleiding
    Complicaties

     

    Wondzorg

     Top

    Na de operatie

    • Pijn: de eerste dagen na de operatie is de borst en okselregio wat gevoelig. U mag hiervoor een pijnstiller nemen. Indien de pijn echter niet duidelijk vermindert, na inname van een pijnstiller meldt u dit best aan uw verpleegkundige of uw arts, zeker indien de borst ook gezwollen is.
    • Zwelling: Het is normaal dat na een borstoperatie de borst wat gezwollen is. Indien u daarbij ook pijn ervaart die niet goed reageert op klassieke pijnstilling, of indien de zwelling rood en hard is, neemt u best contact op met uw gynaecoloog. Ook indien de zwelling toeneemt, neemt u best contact op.
    • Wonddrain: Indien de operatie in de borst omvangrijk is, en zeker indien de okselklieren zijn weggenomen, wordt een wonddrain geplaatst. Hierlangs kan gedurende de eerste dagen na de operatie wondvocht worden afgevoerd. Indien de productie van wondvocht stopt, kan de drain worden verwijderd en mag u naar huis. Het ogenblik waarop dit gebeurt, verschilt van patiënt tot patiënt. Indien het wondvocht gedurende een langere tijd wordt geproduceerd, kan het zijn dat u met wonddrain naar huis mag, met dagelijks bezoek van een thuisverpleegkundige.

    Ontslag

    • Indien enkel een borstoperatie/sentinelklierprocedure is uitgevoerd, mag u meestal de dag zelf, of de dag na de operatie het ziekenhuis verlaten, zoals afgesproken met uw gynaecoloog of chirurg.
    • Indien ook de okselklieren zijn weggenomen, bepaalt vooral de duur van productie van wondvocht hoe lang u in het ziekenhuis zal verblijven. Gewoonlijk is dat een vijftal dagen. Indien het wondvocht gedurende een langere tijd wordt geproduceerd, kan u met de wonddrain naar huis, mits dagelijks bezoek van een thuisverpleegkundige.
    • U dient contact op te nemen met uw ats bij: hevige pijn ter hoogte van de operatieplaats; roodheid/warmte ter hoogte van het litteken; indien de borst gaat zwellen, of indien de oksel gaat zwellen.

       

    Revalidatie

     Top

    Enkele dagen na de operatie wordt gestart met een oefenprogramma, met als doel de beweeglijkheid van het schoudergewricht te verbeteren en de kans op het ontstaan van lymfoedeem in de arm te verkleinen.

    Samen met de kinesist(e) neemt u het schouderoefenprogramma door. Na ontslag kunt u deze oefeningen thuis verderzetten. Bij hardnekkige problemen kan verdere begeleiding door een kinesist thuis aangewezen zijn.

    Meer lezen? zie ook: Fysiotherapie en Revalidatie
     

    Preventie lymfoedeem

    Top

    Na de operatie wordt gestart met een oefenprogramma, met als doel de beweeglijkheid van het schoudergewricht te verbeteren en de kans op het ontstaan van lymfoedeem in de arm te verkleinen.
    Samen met de kinesist(e) neemt u het schoudereofenprogramma door. U krijgt advies omtrent preventie armoedeem en voor onslag wordt nog een herpetz meting uitgevoerd.

    De kinesitherapeut doet preoperatief en/of postoperatief tijdens de ziekenhuisopname omtrekmetingen op 4 punten van de armen. Deze metingen worden 4 tot 8 weken na het ontslag uit het ziekenhuis ter gelegenheid van een doktersconsultatie herhaald. Ook na 3 maanden, na 6 maanden en na 1 jaar worden de metingen nog eens overgedaan. Met de Herpetz methode kan uit deze metingen een relatief percentage oedeemvolume worden berekend. Bij het bereiken van 10% volumeverandering tussen de arm van geopereerde en niet-geopereerde zijde moet een complexe fysische behandeling worden ingesteld bestaande uit manuele lymfdrainage volgens Dr. Vodder, oefeningen en pneumatische compressietherapie met een meerkamermanchette. Dagelijks wordt de arm na de behandeling ingezwachteld. Deze intensieve behandeling wordt dagelijks tot 3 maal per week uitgevoerd en dit gedurende 1 à 3 maanden. Bij stabilisatie van de zwelling wordt eventueel gedurende 1 jaar een onderhoudsbehandeling gegeven van 1 à 2 maal per week. Tevens wordt ook het dragen van een elastische compressiekous aanbevolen.

    Meer lezen? zie ook: Fysiotherapie en Revalidatie

    Herpertz meting
    De kinesitherapeut doet preoperatief en/of postoperatief tijdens de ziekenhuisopname omtrekmetingen op 4 punten van de armen. Deze metingen worden 4 tot 8 weken na het ontslag uit het ziekenhuis ter gelegenheid van een doktersconsultatie herhaald. Ook na 3 maanden, na 6 maanden en na 1 jaar worden de metingen nog eens overgedaan. Met de Herpertz methode kan uit deze metingen een relatief percentage oedeemvolume worden berekend.

     

    Psychosociale begeleiding

    Top

    Via de behandelende arts worden de sociaal verpleegkundigen van de dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie op de hoogte gebracht van de ingreep. Tijdens uw opname komen zij langs om kennis te maken indien dit in vorige fase nog niet is gebeurd. Zij staan samen met u stil bij emoties en vragen van allerlei aard. Deze kunnen gaan over de thuiszorg, de nabehandeling, de voorlopige borstprothese. Ook uw partner en familie kunnen hierbij betrokken worden indien u dat wenst. Zij kunnen eveneens beroep doen op de dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie.
    Welke dingen kunnen zoal aan bod komen?

    • Na de ingreep kan u enige moeite hebben om het huishoudelijk werk zelf te doen en heeft u misschien nood aan extra hulp. In samenwerking met verschillende thuiszorgdiensten (thuisverpleging, gezins- en bejaardenhulp, warme maaltijden, ) kunnen we dit in goede banen leiden;
    • Ook met vragen rond administratieve formaliteiten kan u bij ons terecht bijv. financiële tegemoetkomingen;
    • Uw verhaal nog eens kunnen vertellen kan bijdragen tot het gevoelsmatig herstel. Wij beluisteren uw zorgen en problemen en kunnen eventueel verdere psychologische begeleiding aanreiken;
    • Indien u vragen heeft in verband met de bestraling of de chemotherapie kunnen wij u hierover informeren. Ook praktische vragen zoals hoe moet ik dagelijks naar het ziekenhuis komen? Ik kan niet met de wagen rijden, ik ga mijn haar verliezen, waar kan ik een pruik kopen? kunnen besproken worden;
    • Indien u een borstamputatie heeft ondergaan, krijgt u de gelegenheid om een voorlopige borstprothese aan te schaffen (meer info : zie verder). Bij het einde van het gesprek krijgt u ook de gepaste schriftelijke informatie mee, die kan dienen als aanvulling voor uw persoonlijke informatiebundel.

    Meer lezen? Zie ook: Patiëntenbegeleiding Borstkliniek

     

    Complicaties

    Top

    Gelukkig lopen de meeste operaties volgens plan en genezen alle wonden zonder enig probleem. Indien dit niet gebeurt, spreken we van complicaties. De meeste van deze complicaties treden op tijdens de eerste dagen na de operatie. Om deze reden worden er tijdens deze risicoperiode de meeste controles uitgevoerd. Het risico op complicaties wordt enerzijds bepaald door het soort operatie en de uitvoering ervan en anderzijds door de conditie waarin de patiënt verkeert voor de operatie. Complicaties bij borstkankeroperaties komen slechts voor bij 5 tot 10 procent van de patiënten. Een andere bepalende factor is uiteraard de leeftijd: hoe hoger de leeftijd, hoe hoger de kans op complicaties.
    Enkele veel voorkomende complicaties zijn:

    Nabloeding
    Bij het einde van elke operatie zal de chirurg altijd de wond inspecteren en controleren of er niet nog ergens een bloedvaatje bloedt, het is dan ook niet onmogelijk dat ze een vaatje over het hoofd zien. Soms komt het ook voor dat een bloedvat zich tijdens de operatie heeft samengetrokken, na de operatie gaat openstaan en begint te bloeden. Dit gebeurt meestal als er iets niet in orde is met de stolling. Reden hiervoor zijn allerlei bloedverdunners zoals aspirine e.d. Zulke nabloedingen kunnen bij allerlei operaties voorkomen. Zwelling van het wondgebied is vaak het eerste verschijnsel van een nabloeding bij oppervlakkige wonden, zoals na een borstoperatie. Vandaar dat dikwijls een zogenaamde drain wordt achtergelaten in de wond, die het overtollige bloed verwijdert. Nabloedingen worden behandeld door de eigenlijke bloeding te stoppen en zo nodig verloren bloedvolume terug aan te vullen via bloedtransfusie.

    Wondinfectie
    Infecties van de operatiewond kunnen worden veroorzaakt door bacteriën die tijdens de operatie vanuit de omgeving in de wond terechtkomen. Wondinfecties uiten zich door roodheid en zwelling van de wond. De patiënt voelt zich slecht en koorts treedt op. Dit zijn tekenen dat het lichaam zich verzet en strijd levert tegen de bacteriën. Longinfecties De longen en luchtwegen produceren altijd wat slijm om zich te verdedigen tegen bacteriën. Dit slijm wordt actief naar buiten gewerkt door de trilhaartjes. Hierdoor blijven de luchtwegen relatief bacterievrij. De trilhaaractiviteit is bij rokers verstoord, waardoor deze veel meer hoesten om hun luchtwegen schoon te houden. Na een operatie is hoesten vaak niet zo gemakkelijk en pijnlijk waardoor veel slijm achterblijft in de luchtwegen die een longontsteking kunnen veroorzaken. Om deze reden raadt men rokers aan een drietal weken voor de operatie te stoppen met roken. Na de operatie worden patiënten begeleid door de fysiotherapeut om zo goed mogelijk adem te halen en te hoesten. De behandeling van longinfecties bestaat erin antibiotica toe te dienen en het stimuleren van beter ademhalen en hoesten.

    Thromboses en embolen
    Bloed dat stilstaat, heeft de neiging om te stollen. In slagaders is dit geen probleem, aangezien het bloed hier te snel circuleert. In de aders is de bloedstroom veel trager en het gevaar des te groter. Vooral in de benen is dit een veel voorkomend probleem, aangezien er net na de operatie weinig of geen spieractiviteit is in de benen en net deze spieractiviteit stimuleert de bloedsomloop in de benen. Op deze manier ontstaat het risico op stolsels in de benen of in grote aders in het bekken, men spreekt dan van trombose. Het been wordt dik, rood en pijnlijk. Ook treedt vaak lichte koorts op. Indien zo’n stuk stolsel losraakt en via de bloedsomloop in de longen terechtkomt, spreekt men van longembolie. Om trombose en longembolieën te voorkomen, dient men soms medicatie toe om het bloed minder stolbaar te maken zolang de patiënt niet normaal kan rondlopen. Eventuele stolsels lossen daardoor bijna volledig op. Gelukkig is deze compicatie bijzonder zeldzaam bij borstoperaties. Snelle mobilisatie blijft hoe dan ook aangewezen, zeker bij risicopatiënten.

    1
  • Radiotherapie

    Bestraling is een plaatselijke behandeling, dat wil zeggen dat ook de bijwerkingen meestal heel plaatselijk optreden: alleen daar waar er bestraling terechtkomt. De meest voorkomende bijwerkingen bij een bestraling van de borst zijn vermoeidheid en veranderingen in de huid. U verwittigt best de arts of verpleegkundige bij elke bijwerking.

     

    In de meeste gevallen brengt radiotherapie geen verplichte ziekenhuisopname met zich mee. Dat is nochtans mogelijk, wanneer uw behandeling ver van uw woonplaats uitgevoerd wordt, wanneer u tegelijkertijd een chemokuur ondergaat en/of uw toestand het vereist.

    Onder deze rubriek vindt u wat informatie betreffende het verloop van de bestraling. Tegelijkertijd worden wat richtlijnen gegeven in verband met mogelijke bijwerkingen.

    • Wat is radiotherapie?
    • Wat moet bestraald worden?
    • Hoe verloopt een bestraling
         -
      De voorbereiding
         - De bestraling
    • De medische opvolging tijdens radiotherapie
    • De bijwerkingen tijdens de bestraling
         - Vermoeidheid
         - Huidreacties
         - Vochtopstapeling (oedeem) in borst en armen
         - Sliklast
    • Laattijdige bijwerkingen na bestraling

     

    Wat is radiotherapie?

    Bestraling (radiotherapie) betekent letterlijk: behandeling met behulp van stralen.

    Bij radiotherapie wordt gebruik gemaakt van radioactieve energie die in de vorm van een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies op de plaats van het gezwel of de plaats waar het gezwel zich bevond, wordt gericht. Deze stralenbundel kan worden voortgebracht door speciale machines en wordt in hoge doses aan de patiënt toegediend.

    Via deze behandeling wordt de ongecontroleerde vermenigvuldiging van cellen afgeremd terwijl de cellen die zich normaal ontwikkelen in leven blijven of zich vlot herstellen.

    Radiotherapie wordt meestal 5 dagen per week gegeven, gedurende een aantal weken. Een bestraling voor borstkanker neemt een vijf- tot zevental weken in beslag.

    De opdeling in dagelijkse dosissen is noodzakelijk om de gezonde lichaamsweefsels in het bestralingsveld zoveel mogelijk te sparen.

    Wat moet bestraald worden?

    Bestraling wordt in een postoperatieve fase voorgesteld om het risico op herval of recidief in een bepaalde zone zoveel mogelijk te beperken. Het risico op recidief wordt uiteraard meebepaald door de ernst van de ziekte, de lokale uitgebreidheid van de tumor, het type ingreep enz...  Wanneer het risico op lokaal herval te klein is wordt uiteraard geen bestraling voorgesteld. Ook wanneer de algemene toestand van de patiënt het niet toelaat, wordt  bestraling weggelaten.

    Naast recidieven in de amputatiezone of in de geopereerde borst bij borstparende ingreep, kunnen ook recidieven ontstaan in de klierstreken (met name in de klierstreek achter het borstbeen, achter het sleutelbeen en in de okselklierstreek). Ook deze zones kunnen dan al dan niet bestraald moeten worden.

    Uw radiotherapeut zal, aan de hand van uw dossier, de te bestralen zones vastleggen. Hij (of zij) is de meest aangewezen persoon om u hierover de nodige uitleg te verschaffen.

    Vergeten we niet dat radiotherapie in borstkankerbehandeling nog een aantal andere indicaties kent: bestraling botuitzaaiingen, hersenuitzaaiingen, .... 
     

    De medische opvolging tijdens radiotherapie

    Tijdens uw behandeling wordt u wekelijks door uw radiotherapeut gezien.

    Tijdens deze raadplegingen controleert uw arts uw medische toestand en worden de bijwerkingen van de bestraling nauwkeurig opgevolgd.

    Het spreekt vanzelf dat u bij dringende problemen, ook tussen de geplande raadplegingen in, uw arts of een collega kan consulteren.

    Ook bij het afsluiten van uw bestraling ziet u uw behandelend geneesheer voor een aantal bijkomende adviezen. Een laatste controleraadpleging volgt een zestal weken na de laatste bestraling.

    Of verdere follow-up raadplegingen aangewezen zijn, wordt met u en uw verwijzend geneesheer afgesproken.
     

    Het wachten

    Het wachten duurt lang, het is beangstigend.

    Het is mogelijk dat u moet wachten voor uw bestralingssessie of voor een raadpleging. We doen alles om deze wachttijd te beperken. Deze vertraging is gewoonlijk te wijten aan  een spoedgeval, aan de installatie van een andere patiënt die iets langer duurt dan voorzien; een technisch probleem. 

    Het team dat u omgeeft zal al het mogelijke doen om u op de hoogte te houden van de oorzaak en de duur van dit wachten. Aarzel vooral niet om uitleg te vragen, in het bijzonder als u de volgorde van de patiënten niet begrijpt.

    0
  • De voorbereiding
    Terug

    De eerste consultatie

    De eerste stap is een raadpleging bij de radiotherapeut-oncoloog die uw dossier aanmaakt, u onderzoekt, en uiteindelijk een behandelingsplan opstelt. Dit kan een moeilijke raadpleging zijn, omdat er veel informatie gegeven wordt die u moet proberen te begrijpen en te verwerken. De informatie die u krijgt omvat onder andere het doel van bestraling, het aantal bestralingen en de te verwachten bijwerkingen. Nadat u door de dokter werd ingelicht over de diagnose en te volgen behandeling, wordt u naar het secretariaat verwezen voor een aantal praktische regelingen.

    Secretariaat

    Op het secretariaat worden al uw afspraken vastgelegd en wordt u uitgelegd hoe alles op onze dienst in zijn werk gaat in verband met parkingkaarten, betalingen, vervoersonkosten enz ...

    Uit ervaring weten we dat het niet alijd evident is alles te onthouden wat er gezegd wordt. Daarom wordt alles nog eens kort samengevat  in een kleine folder.

    Patiëntenbegeleiding/sociale dienst

    Nadat u door de dokter werd ingelicht, hebt u wellicht nog heel wat vragen omtrent de diagnose en de behandeling. Vandaar dat u door de secretaresse zal verwezen worden naar de sociaal verpleegkundige van de dienst Patiëntenbegeleiding oncologie.

    Zij zal met u en uw familie de verschillende facetten van de behandeling overlopen en eventueel praktische problemen met u bespreken. Zij zal u eveneens duidelijke en concrete informatie bezorgen omtrent het verloop van de behandeling, de aard en de duur van de nevenwerkingen bij radiotherapie, gebruikmakend van een handige informatiefolder.

    De sociaal verpleegkundige voorziet u van informatie omtrent terugbetalingstarieven i.v.m. uw vervoer. Als u uw eigen voertuig niet kan of wil gebruiken, kunt u elke dag of verschillende keren per week door een vrijwilliger of een ziekenwagen gebracht worden. Bij de laatste sessie zal men u een document overhandigen, waarmee u aan uw ziekenfonds een wettelijke tussenkomst in de vervoerkosten kan vragen.

    Indien u het nodig acht kan u bij haar terecht voor persoonlijke, familiale, alsook financiële, administratieve en praktische problemen welke voortvloeien uit uw ziekte en behandeling. Zij kan u helpen bij het uitzoeken van de meest geschikte vervoermogelijkheden, eventueel bij het inschakelen van thuisverzorging, gezinshulp, poetshulp. Ook kan zij u informatie bezorgen omtrent terugbetaling van vervoersonkosten, prothesen en pruiken, sociale voorzieningen, planning herstelkuur of revalidatie na therapie. Het is immers zo dat de sociale zekerheid een deel van deze kosten op zich neemt. Hoe vroeger u financiële moeilijkheden signaleert, hoe groter de kans dat u geholpen wordt. De kankerliga is één van de mogelijke steunverleners.

    Wanneer u tijdens de behandeling nood hebt aan een gesprek, laat dit gerust weten aan de sociaal verpleegkundigen. Psychologische ondersteuning speelt in het voordeel van het herstel en maken de last van de therapie minder zwaar om dragen.

    U kan hen ook bereiken via de verpleegkundigen of het secretariaat.

    De simulatie

    Vóór de simulatie is er tijd gemaakt voor een gesprek met de sociale verpleegkundigen.

    Voor de bestraling kan starten moet de bestralingzone  worden opgezocht. De radiotherapeut en de verpleegkundigen installeren je hiervoor op een speciaal toestel (de simulator). De simulator kan doorlichten, foto's maken en bestralingbundels projecteren op de huid.

    Tijdens deze voorbereiding (de simulatie) blijft u rustig op de rug liggen, met beide armen omhoog. Om goed ontspannen te kunnen blijven liggen worden uw armen in een speciale steun gelegd. Dan zal de radiotherapeut met behulp van de simulator het precieze bestralingsveld afbakenen. Er zullen één of meer bestralingsvelden worden aangeduid. Er worden foto's genomen en de bestralingsvelden worden door de verpleegkundigen op het lichaam gemarkeerd met viltstift en (moeilijk afwasbare) inkt.

    Hou er rekening mee dat deze inkt vlekken kan nalaten op kledij. Wij raden u dus aan om tijdens de behandeling, indien mogelijk , donkere kledij te dragen. De markeringen moeten tijdens de volledige duur van de behandeling op het lichaam blijven. Uiteraard kunnen we deze markeringen tijdens het verloop van de behandeling wel bijtekenen. Toch vragen wij u, om bij het dagelijks wassen niet teveel over de lijnen te wrijven.

    Ter gelegenheid van de simulatie worden ook de afspraken voor de bestraling vastgelegd.

    De CT-scan

    Na de simulatie meldt u zich aan bij de Medische Beeldvorming  voor een CT-scan. Dit is een röntgenonderzoek, waarbij de te bestralen borst met behulp van de computer in beeld wordt gebracht. De gegevens die hier bekomen worden, zijn noodzakelijk voor de dosis berekeningen. Voor dit onderzoek dient u niet nuchter te zijn aangezien er geen contrastvloeistof toegediend wordt.

    Computerdosimetrie planning

    Voordat de bestraling kan beginnen, legt de radiotherapeut het bestralingsplan vast : aan de hand van de bekomen CT beelden en simulatie gegevens stelt de fysicus  een aantal driedimentionele computer berekende behandelingsplannen voor. Samen met de fysicus wordt het optimale behandelingsplan gekozen .

    Het maken van het bestralingsplan en het nauwkeurig invoeren van de gegevens in de computer van het bestralingsmachine vraagt aandacht en tijd. Daarom kan pas enkele dagen na de voorbereiding daadwerkelijk met de eerste  bestralingen gestart worden.

    1
  • De bestraling
    Terug

    Op de afdeling Radiotherapie staan 3 bestralingstoestellen, opgesteld in een aparte ruimte. De verschillen tussen de toestellen zijn van technische aard en laten ons toe om de radiotherapiebehandelingen optimaal te laten verlopen. We kunnen gebruik maken van oppervlakte - of dieptestralen, bestraling met hoge of lage energie... Uiteraard is alle apparatuur beveiligd en is elk toestel onderhevig aan regelmatige controle.

    De eerste bestraling

    Wanneer u komt voor bestraling hoeft u zich niet telkens aan te melden op het secretariaat :  u neemt plaats in de u toegewezen wachtzaal, waar de verpleegkundige u zal komen halen. Er zal u een kamerjas met nummer worden aangeboden. Deze blijft van u gedurende de hele periode dat u bij ons in behandeling bent. Vervolgens begeleidt de verpleegkundige u naar het toestel en helpt u in de goede houding (dezelfde als op de simulatie). Het is van groot belang dat u tijdens de bestraling ontspannen blijft liggen en probeert niet te bewegen. Het is uiteraard niet nodig dat u tijdens de bestraling de adem inhoudt.

    Eenmaal u goed gepositioneerd bent, verlaten de verpleegkundigen de kamer. Dit vinden veel mensen een wat griezelig moment, maar u zal zien dat het erg goed meevalt. De straling zelf ziet u en ruikt u niet. U hoort enkel een licht gezoem.

    Zodra de verpleegkundigen de kamer verlaten hebben, wordt het bestralingstoestel bediend vanuit de nabijgelegen bedieningsruimte. Daar kan de verpleegkundige u op een televisiescherm volgen. We kunnen u horen en we kunnen met u communiceren  via een speaker. Als er iets is kan u dit gewoon te kennen geven met een teken. De bestraling zelf duurt slechts een paar minuten. De behandeling kan iets langer duren als er meerdere bestalingsbundels gegeven worden. Na de bestraling bent u niet radioactief.

    Afspraken voor bestraling en controles

    De afspraken voor bestraling worden wekelijks genoteerd op uw afsprakenkaartje dat in uw bezit blijft. In geval van nood kunnen afspraken herzien worden. Eenmaal per week plannen wij een controleconsult bij de arts. Dit gebeurt aansluitend aan een bestraling. Zo krijgt u de gelegenheid mogelijke nevenwerkingen te bespreken. Vragen omtrent de behandeling kunnen ook altijd gesteld worden aan de verpleegkundigen.

    Einde van de behandeling

    Aan het einde van de bestralingsserie wordt eveneens een controle gepland bij uw bestralingsarts. U meldt zich nadien aan op het secretariaat waar afspraken voor eventuele verdere consultaties worden vastgelegd. Bij de laatste sessie zal men u een document overhandigen, waarmee u aan uw ziekenfonds een wettelijke tussenkomst in de vervoerkosten kan vragen.

    Meestal volgt een zestal weken na het beëindigen van de bestraling een laatste consultatie. Nadien gaat u meestal terug naar de verwijzende arts.

    1
  • Bijwerkingen tijdens de bestraling - Vermoeidheid
    Terug

    Het is heel normaal dat u zich tijdens de bestraling moe voelt. Tijdens de radiotherapie heeft het lichaam veel energie nodig om te herstellen van de effecten van de therapie. Stress gerelateerd aan uw ziekte, de dagelijkse verplaatsing naar het ziekenhuis, en de effecten van de bestraling op de gezonde cellen kunnen allemaal bijdragen tot het ontstaan van vermoeidheid.

    Sommige mensen krijgen last van vermoeidheid vanaf de derde week van de therapie. De gevoelens van zwakte en vermoeidheid zullen geleidelijk aan wegebben 2 tot 4 weken na het beëindigen van de therapie. Uiteraard kan deze vermoeidheid langer blijven aanslepen bij gecombineerde behandelingen (vb.chemotherapie).

    Aanbevelingen

    • Zet zoveel mogelijk uw gezonde bezigheden verder, maar pas ze aan volgens uw energie. Organiseer goed en vermijd extra inspanningen. Gebruik uw energie alleen voor het werk dat echt noodzakelijk en/of belangrijk is.
    • Las tijdens de dag rustperiodes in. Rust op de momenten waarop u zich meestal erg moe voelt. Vermijd uitputting en zoek uw eigen ritme.
    • Vraag eventueel hulp aan familie, vrienden, instanties.
    • Neem een gevarieerde voeding.
    • Drink voldoende: 1,5 tot 2 liter per dag.
    • Onderhoud uw sociale contacten.
    1
  • Bijwerkingen tijdens de bestraling - Huidreacties
    Terug

    Het is heel normaal dat uw huid reageert op bestraling. De mate waarin dit gebeurt, hangt af van een aantal factoren: het soort stralen en de toegediende dosis. Ook individuele gevoeligheid en lokale verzorging zijn zeer belangrijke factoren.

    Uw huid kan in principe alleen reageren op de bestralingsplaats. De huidreactie zal dus altijd plaatselijk zijn. Op de borst kan uw huid dus rood gaan zien. Ze kan erg droog zijn en soms lichtjes opgezwollen. Achteraf schilfert ze af. De huid op de borst jeukt en is erg gevoelig. Uitzonderlijk komt het voor dat er zich blaasjes vormen.  Wanneer dergelijke vochtige huidreactie optreedt, moeten er extra maatregelen getroffen worden om surinfectie (bijkomende wondbesmetting) te voorkomen.               

    Als er huidreactie optreedt is dit meestal rond de derde, vierde week van de bestraling. De huid gaat zich weer herstellen 1 à 2 weken na de laatste behandeling.

    Algemene aanbevelingen

    De aanbevelingen die volgen gelden alleen voor de plaatsen waar u bestraald wordt. Het is niet nodig dat u de huid buiten de bestraalde zone op een speciale manier verzorgt.

    Bescherm uw huid tegen bijkomende irritatie, verwondingen en ontstekingen zolang de bestraling duurt en tot uw huid volledig genezen is.  

    Meld elke huidverandering  aan de verpleegkundigen of aan uw arts, zo kunnen zij de nodige maatregelen nemen. Onderneem niets op eigen initiatief !

    Hou er rekening mee dat in functie van de toegediende bestralingsdosis verschillende types huidreacties kunnen optreden en om deze redenen adviezen voor huidverzorging kunnen wijzigen tijdens de behandeling zelf.  Een continue opvolging is om deze reden noodzakelijk

    Preventieve maatregelen

    Vermijden van druk en wrijving ter hoogte van de bestraalde zone:

    • Vermijd kleding die over de bestraalde huid schuurt: loszittende kledij wordt aanbevolen.
    • Draag, indien mogelijk, 100% katoenen kleding, zeker als deze rechtstreeks in contact komt met de bestraalde huid.
    • Zorg ervoor dat uw kleding zacht aanvoelt.
    • Gebruik geen stijfsel of harde wasproducten, want deze kunnen de huid irriteren.
    • Draag geen strak zittende beha. Als u  een beha draagt, kunt u uw huid best met een zacht doekje beschermen, of een katoenen hemdje onder de beha dragen.
    • Indien nodig, gebruik hypo- allergische kleefpleisters en bevestig deze niet op de bestraalde huid .
    • Bescherm de bestraalde huid tegen rechtstreekse zon, koude , wind en regen.  Zonneproducten houden de zon niet volledig tegen en bovendien kunnen zij irritatie veroorzaken. Bedek liever de bestraalde huid .

    Hygiëne van de huid

    Behandel de bestraalde borst voorzichtig. U mag de huid dagelijks wassen met water en Lactacyd blauw. Verkies een douche boven een bad. Gebruik bij voorkeur water op lichaamstemperatuur. Maak bij het wassen gebruik van uw handen in plaats van een washandje. Spoel de zeep grondig weg. Maak de huid goed droog na het wassen. Gebruik hiervoor een zachte handdoek en dep de huid droog.

    Wanneer u een deodorant  gebruikt, geeft u best voorkeur aan een stick (geen spray).

    Wassen vervaagt de markeringslijnen. Ze zullen dagelijks gecontroleerd en eventueel bijgetekend worden. Wees vooral tijdens het weekend voorzichtig bij het wassen. Breng in elk geval nooit zelf de tekeningen aan, ook als ze minder duidelijk geworden zijn. 

    Hydrateren van de huid

    Bestraling droogt de huid fel uit. Om deze reden probeert u best uitdrogende zepen te vermijden. Lactacyd blauw vloeibare zeep is een goed alternatief.
    Gebruik verder alleen producten die aanbevolen worden door de verpleegkundigen of artsen. Vermijd poeders (talk) en geparfumeerde zalven of crèmes (Nivea, uiercrème, ...): deze bevatten producten die de huid tijdens de bestraling kunnen irriteren.
    Het gebruik van andere geparfumeerde huidverzorgingsproducten wordt afgeraden.

    Erytheem en droge desquamatie (droge, schilferige huid)

    Breng de verpleegkundigen op de hoogte van deze huidveranderingen. Zij zullen de dokter inlichten, zodat u indien nodig de verzorging van de huid kan aanpassen.

    Probeer nooit op eigen initiatief producten uit.

    Bij een droge, licht schilderende huid zonder roodheid wordt frequent gebruik gemaakt van Radiocare: een hydraterende crème 2x dag aan te brengen. Liefst niet vlak voor de bestraling!!!

    Bij roodheid (erytheem) van de huid die gepaard gaat met jeuk, raden we een crème aan op basis van cortisone. In een dunne laag aan te brengen zonder afdekkend verband.

    Uw arts zal u het nodige voorschrijven.

    Vochtige desquamatie (vochtige huiduitslag)

    Blijf douchen met lauw water.

    Stop het gebruik van hydraterende producten, poeders en crèmes.

    Raadpleeg uw verpleegkundige of uw arts.

    Meestal wordt gebruik gemaakt van Flammigel zalf, in een dikke laag aan te brengen onder een afdekkend verband.
    In een aantal gevallen worden gespecialiseerde verbanden gebruikt (Mepitel, Mepilex, ... )

    Uw verpleegkundige vertelt u er meer over.

    Breng geen kleefpleisters aan in de bestraalde zone. De meeste verbanden kleven spontaan en moeten niet extra bevestigd worden.

    Indien toch extra bevestiging nodig is, gebruikt men best een netverband, een licht drukverband of een windel.

    Wees vooral alert voor infectie van de vochtige huid. Wanneer etter op de wonde verschijnt, raadpleegt u best uw arts.

    Geïnfecteerde wonde

    Een bestraalde huid is heel gevoelig voor bijkomende infecties. Vooral in de huidplooien zien we nogal eens problemen ontstaan. Zeker bij patiënten die in normale omstandigheden ook al last hebben van irritatie t.h.v. de huidplooien.

    Bij tekenen van infectie (ettervorming) moet een wondkweek (met een wattestaafje of wisser) worden afgenomen. In het labo wordt nagekeken of en welke bacteriën verantwoordelijk zijn voor de infectie.

    De arts zal dan de verdere huidverzorging met u overleggen.

    Meestal wordt de wonde grondig gereinigd met  fysiologisch water. Nadien wordt de wonde ontsmet en afgedekt met een steriel verband.

    Zo nodig (zie wondkweekje) starten we antibiotica op onder vorm van een antibiotische zalf of onder vorm van pilletjes.

    Heel frequent wordt er thuisverpleging geregeld. Het is belangrijk dat de wondzorg optimaal wordt uitgevoerd om blijvende littekens te vermijden.

    Na de bestraling

    • Blijf de bestraalde huid beschermen, ook na de behandeling, zelfs als uw huid genezen lijkt.
    • De eerste dagen na de bestraling mag u de huid extra hydrateren met een hydraterende lotion.
    • Vermijd langdurig baden tot de huid is hersteld.
    • Indien de huid nog een reactie vertoont wordt best dezelfde verzorging voortgezet als tijdens de behandeling. De arts zal u hierover de nodige uitleg verstrekken.
    • Vermijd verder verwondingen, wrijvingen of druk.
    • Vermijd tot volledige genezing alle producten die irritatie kunnen veroorzaken (zoals parfums, …)
    • Gedurende de eerste 6 maanden na de bestraling is direct zonlicht op de bestraalde zone niet aangewezen. Bedek de huid of gebruik een zonneproduct met heel hoge factor (bv. factor 30)
    • Gebruik van  zonnebank de eerste 6 maanden na de bestraling is tegenaangewezen.
    • Blijf uw bestraalde huid altijd beschermen tegen  zon!!!!!
    1
  • Bijwerkingen tijdens de bestraling - Vochtopstapeling
    Terug

    Tijdens de bestraling kan de borst wat opzetten ten gevolge van vochtopstapeling in de bestraalde huid en onderhuidse weefsels. Dit noemen we oedeem. Het is normaal dat deze zwelling verergert in de loop van de behandeling. Het oedeem in de borst is meestal van tijdelijke aard. Doch in zeldzame gevallen kan deze blijven bestaan . Na een okselklieruitruiming kan het oedeem nog meer uitgesproken zijn en ook optreden t.h.v. de arm. Hiervoor verwijzen we naar het hoofdstuk over lymfoedeem.

    Aanbevelingen als uw borst gezwollen is:

    • Neem een ruime beha, als u er een draagt.
    • Als u een vulling of borstprothese draagt, zorg dan dat ze zacht is en niet schuurt. Een bestraalde huid irriteert gemakkelijk. Een T-shirt onder de prothese kan uw huid extra beschermen tegen wrijving.
    1
  • Bijwerkingen tijdens de bestraling - Sliklast
    Terug

    Wanneer de klierstreek achter het borstbeen of ter hoogte van de hals moet bestraald worden, kan het slikken wat pijnlijk zijn. Dat komt doordat een deel de slokdarm mee bestraald wordt. Deze last begint meestal rond de 3de week van de bestraling. De pijn vermindert al enkele dagen na de behandeling. Na 2 tot 4 weken is de pijn volledig verdwenen. Indien nodig kan de arts u een pijnstillende gel voorschrijven.

    Suggesties als u last hebt om te slikken:

    • Eet vaak kleine maaltijden (om de 2 uur) i.p.v. 3 grote maaltijden;
    • Gebruik veel melkproducten, zoals: pap, pudding, yoghurt, karnemelk, ...;
    • Ga na op welke temperatuur u de maaltijden het best verdraagt. Hete dranken of gerechten worden vaak minder goed verdragen dan gerechten op kamertemperatuur. Koude gerechten zoals ijs zijn heel aangenaam;
    • Een scheutje room door het vruchtensap roeren werkt verzachtend;
    • Spoel regelmatig (8 keer per dag) uw mond met water of kamillethee. Het is erg belangrijk dat uw slijmvliezen altijd vochtig blijven. Vermijd het gebruik van mondwater om uw mond te spoelen, want daardoor droogt de mond nog meer uit;

    Voeding die u beter kunt vermijden:

    • Hard en droog eten zoals noten, beschuiten, chips, onrijp fruit en rauwe groenten;
    • Scherpe kruiden zoals peper, curry, mosterd en paprika;
    • Fruit (sinaasappel, kiwi, pompelmoes) en vruchtensappen (sinaasappelsap, pompelmoessap) kunnen teveel prikkelen;
    • Koolzuurhoudende dranken (spuitwater) en alcohol.
    1
  • Laattijdige bijwerkingen na bestraling
    Terug

    Buiten de bijwerkingen die tijdens en kort na de bestraling optreden, hebben stralen ook late effecten die pas maanden tot jaren later duidelijk worden.

    De chronische, of lange termijn bijwerkingen, die zich ontwikkelen na het beeïndigen van de therapie verdwijnen meestal niet meer.

    Laattijdige huidreacties

    Het uitzicht, aanvoelen en de omvang van de borst kan voor lange tijd veranderen (deze veranderingen kunnen een jaar of langer aanhouden).
    Roodheid van de huid zal verdwijnen, maar het is mogelijk dat de behandelde borst een donkerder tint blijft hebben dan voordien. De poriën kunnen vergroten en meer opvallen, de gevoeligheid van de borst kan bij sommige patiënten vergroten, bij andere dan weer verminderen. De borst kan dikker en steviger aanvoelen dan voorheen. In sommige gevallen wordt de borst groter door vochtopstapeling (oedeem).

    Fibrose (littekenvorming) van de borst

    Bij sommige vrouwen worden in de borst na verloop van verschillende jaren kleine bloedvaatjes zichtbaar, die het beeld geven van rode huiduitslag. Dit noemen we teleangiectasiën. Dit verschijnsel is onomkeerbaar.

    Na afloop van de behandeling kan radiofibrose (littekenvorming) optreden. Hierdoor wordt de borst vaster en harder. De borst kan ook wat kleiner worden. Daardoor wordt het verschil met de niet geopereerde borst wat groter met de jaren. Sommige vrouwen plaatsen dan ook een kleine silicone protese in de BH om dat verschil op te vangen. Ook deze protheses worden gedeeltelijk terugbetaald.

    Het risico op lymfoedeem wordt ook groter als de oksel na een volledige uitruiming dient bestraald te worden. Ook dit verschijnsel kan laattijdig optreden. Blijf dus waakzaam en mijd zware inspanningen langs de geopereerde en bestraalde zijde.

    Hartafwijkingen

    Bij bestraling van de linkerborst en klierstreken kan een dunne schil van het hart mee bestraald worden. Dit kan aanleiding geven tot wat ontsteking van het hartzakje of de hartfunctie verminderen. Deze bijwerking is zeer zeldzaam en het risico op deze complicatie is met de nieuwe bestralingstechnieken fel verminderd.

    Longafwijkingen

    Tijdens de bestraling kan ook een klein volume longweefsel bestraald worden. De last die men hiervan kan ondervinden is minimaal. Sommigen klagen van een heel discrete prikkelhoest in de weken na de bestraling. In principe zijn deze klachten reversibel en verdwijnen ze volledig in de maanden na de bestraling. Soms blijft men op een klassieke longfoto wat litteken weefsel zien, doch dit verschijnsel is zeldzaam.

    1
  • Medicamenteuze behandeling

    Naast een lokale behandeling, zoals heelkunde en radiotherapie, bestaat een kankerbehandeling vaak ook een systemische behandeling met medicatie. Deze behandeling werkt in op het hele lichaam De systemische behandeling binnen de behandeling van borstkanker kan onderverdeeld worden in drie behandelingen: chemotherapie, hormoontherapie en immunotherapie.

    Chemotherapie

    Chemotherapie is een medische behandeling met geneesmiddelen, ook wel cytostatica genoemd. Deze geneesmiddelen zullen in het lichaam celvermenigvuldigingen tegengaan. In een kankergezwel zijn er immers abnormale cellen aanwezig die zich op een ongecontroleerde wijze vermenigvuldigen. Die abnormale kankercellen kunnen hun oorspronkelijke lokalisatie (borst) verlaten om andere delen van het lichaam te groeien en vermenigvuldigen (vaak long, lever, bot).

    Deze ongecontroleerde vermenigvuldiging van cellen afremmen is het doel van chemotherapie. Chemotherapie wordt verspreid via de bloedbaan om zo het hele lichaam te bereiken en woekerende cellen overal in het lichaam te vernietigen.

    • Algemene principes / veel gestelde vragen
    • Hoe wordt chemotherapie toegediend?
    • Poortkatheter
    • Praktische informatie: verloop van chemotherapietoediening
    • Schema's chemotherapie
       

    Hormoontherapie

    Zoals normaal borstklierweefsel gevoelig is voor hormonen, zo kan een borsttumor ook hormoongevoelig zijn. Dit betekent dat hormonen de groei van een tumor kunnen stimuleren, maar ook dat het onttrekken van hormonen of het toedienen van een anti-hormoon de groei van een tumor kan remmen.

    Van deze eigenschap wordt frequent gebruik gemaakt bij de behandeling van borstkanker.

    Niet alle borsttumoren zijn hormoon gevoelig. Om deze reden wordt bij elk borstgezwel een labo test gedaan naar de hormoongevoeligheid. Hierbij spoort men eiwitten op die een binding kunnen vormen met oestrogeen of progesteron. Deze bindingsplaatsen of receptoren kunnen gemeten worden en geven ons een idee van de hormoongevoeligheid. Een oestrogeen receptor negatieve tumor heeft geen bijzondere affiniteit voor oestrogenen en is derhalve niet hormoongevoelig. Een hormonale behandeling is dus in dit geval niet aangewezen.

    • Hormoongevoeligheid
    • Types hormonale therapie
    • Enkele courante bijwerkingen


    Immunotherapie

    Immunotherapie is een behandeling met medicijnen waarbij het natuurlijke afweersysteem gestimuleerd en gemanipuleerd wordt zodat het kankercellen beter kan doden.

    • Herceptin
    • Lapatinib
    0
  • Chemotherapie: Algemene principes / veel gestelde vragen
    Terug

    Is chemotherapie pijnlijk?
    Nevenwerkingen: welke en hoe eventueel te vermijden?
    Hoe weet u of de chemotherapie doeltreffend is?
    Wat kan uw bijdrage zijn om het genezingsproces te bevorderen?
    Het herstel
    Wat met de vakantie?
    Wat gebeurt er indien u reeds andere geneesmiddelen neemt?

     

     

    Is chemotherapie pijnlijk?

     Top

    De toediending van cytostatica is zelden pijnlijk. Wanneer men de medicatie inneemt via de mond, kan men dit best vergelijken met de inname van een ander geneesmiddel. Wanneer het geneesmiddel wordt ingespoten via een ader, voelt men het aanprikken van het bloedvat. Soms kan men ook een licht brandend gevoel ervaren in de omgeving van de prikplaats. Wanneer men pijn voelt bij een toediening via de bloedbaan kan men best zo vlug mogelijk de verpleegkundige hiervan op de hoogte brengen
     

    Nevenwerkingen: welke en hoe eventueel te vermijden?

     Top

    Cytostatica kunnen de opbouw van sommige gezonde weefsels aantasten, aangezien zij zowel inwerken op de abnormale cellen als op de normale celdelende cellen. De meest kwetsbare organen zijn: het beenmerg, het spijsverteringskanaal, het voortplantingsstelsel en de haarfollikels. De meeste normale weefsels herstellen nochtans snel zodra de behandeling stopgezet wordt.

    Of u al dan niet door nevenwerkingen zal getroffen worden, is afhankelijk van het aangewende medicament, maar ook van de manier waarop uw lichaam reageert. Het is dus moeilijk te voorspellen of een bepaalde persoon last zal krijgen van de behandeling.

    Toch is het nuttig hierover met de arts, de verpleegkundige of sociaal verpleegkundige te praten. Het is immers belangrijk dat u eventuele nevenwerkingen herkent en signaleert,  zodat deze kunnen behandeld worden. De patiënt moet weten dat de nevenwerkingen het gevolg zijn van de behandeling en niet van zijn ziekte. Zij verdwijnen dus meestal als de behandeling wordt stopgezet.

    Men moet niet noodzakelijk nevenwerkingen ervaren opdat de therapie zou slagen.

    Laat u niet beïnvloeden door verhalen van andere mensen. Iedereen reageert immers verschillend op de behandeling. De nevenwerkingen die zich kunnen voordoen worden besproken op de hyperbijgevoegde informatiefiches.
     

    Hoe weet u of de chemotherapie doeltreffend is?

     Top

    Om na te gaan of de behandeling de verwachte resultaten oplevert, zal u regelmatig onderworpen worden aan medische onderzoeken, bloedtests, radiografie, enz...

    Aarzel niet uw arts naar de resultaten van deze onderzoeken te vragen en naar hun betekenis voor de evolutie van uw aandoening.

    Het is belangrijk te weten dat er geen verband bestaat tussen de nevenwerkingen en de doeltreffendheid van de behandeling.
     

    Wat kan uw bijdrage zijn om het genezingsproces te bevorderen?

     Top

    Vele patiënten hebben het gevoel dat hun gezondheid nu volledig in handen ligt van de arts. Nochtans kan u een belangrijke bijdrage leveren om het genezingsproces te bevorderen. Wij denken hierbij aan een gezonde voeding, voldoende rust en het nastreven van een positieve houding.

    De sociaal verpleegkundige kan u hierover meer informatie geven.

    Zij heeft hieromtrent ook schriftelijke informatie ter beschikking, die u van dienst kan zijn indien u dat wenst.
     

    Het herstel

     Top

    De tijd die u nodig heeft om te herstellen en opnieuw op krachten te komen verschilt van persoon tot persoon. De duur van deze herstelperiode hangt af van verschillende factoren, zoals uw algemene toestand en het type geneesmiddelen waarmee u behandeld werd. Indien u vragen heeft over hoe u zich zal voelen in de weken die volgen op de behandeling, aarzel niet om hierover met de arts te praten.
     

    Wat met de vakantie?

     Top

    Het is niet altijd mogelijk om het schema van de behandeling aan te passen. Toch is het zinvol om, wanneer u vakantieplannen heeft, dit te overleggen met de arts alvorens definitieve regelingen te treffen. Wanneer uw vakantie reeds vastligt zal men zo mogelijk het schema van de behandeling wat bijsturen.
     

    Wat gebeurt er indien u reeds andere geneesmiddelen neemt?

     Top

    Vooraleer de behandeling met chemotherapie aangevat wordt, is het aan te raden om al uw geneesmiddelen mee te brengen of een lijst ervan op te maken en aan de arts te bezorgen. Hij zal nagaan of deze geneesmiddelen combineerbaar zijn. Deze lijst moet alle geneesmiddelen omvatten, evenals de dosering, de frequentie van inname en de reden waarom u ze neemt.

    Eenmaal de chemotherapie begonnen is moet u steeds uw arts raadplegen voor u een nieuw geneesmiddel inneemt of stopt met deze die u reeds inneemt.

    Breng bij ieder bezoek aan de arts of het ziekenhuis uw medicatielijst mee. Indien de arts aan uw medicatie iets wijzigt, zal de verpleegkundige u een nieuwe medicatielijst bezorgen.

    1
  • Chemotherapie: Hoe wordt chemotherapie toegediend?
    Terug

    De meest gebruikelijke toedieningswijzen zijn:

    Via de mond

    Deze geneesmiddelen gaan over in het bloed ter hoogte van de maag en de dunne darm. Vele geneesmiddelen kunnen echter niet gegeven worden via de mond omdat zij niet goed opgenomen worden of te sterke maaglast geven

    Via inspuiting in een ader

    Deze geneesmiddelen worden rechtstreeks of via de zijleiding van een infuus langzaam in de bloedbaan gebracht. Bij langdurige behandeling of indien het aanprikken van de ader erg moeilijk is, maakt men gebruik van een poortkatheter. Dit is een kleine injectieruimte die onder de huid wordt geplaatst onder algemene verdoving. Deze injectieruimte wordt via een fijn buisje (katheter) met een grote ader verbonden. Het gebruik van dergelijk poortkatheter verhoogt het comfort van de patiënt omdat het aanprikken van de bloedbaan erg makkelijk is.

    Via een poortkatheter

    Dit is een subcutaan, volledig implanteerbaar toedieningssysteem, dat gebruikt wordt om een betrouwbare toegang tot de bloedbaan te verkrijgen. Via een poortkatheter kan gedurende een langere tijd medicatie, chemotherapie, bloedproducten of andere vloeistoffen toegediend worden. De poort wordt volledig onderhuids geplaatst en is dus van buitenaf slechts te zien als een kleine zwelling onder uw huid. De poort is gemaakt van speciaal medische materialen en is ontworpen voor veilig, langdurig gebruik in het menselijk lichaam.
    De poort bestaat uit twee delen:
    1. Een injectiekamer (ongeveer 3,5 cm diameter) bovenaan afgesloten door een zelfsluitend membraan. Hierin wordt de naald geprikt om de medicijnen toe te dienen.
    2. Een catheter, een dun, flexibel, siliconen slangetje, die de vloeistof naar de bloedbaan leidt.

    1
  • Chemotherapie: De poortkatheter
    Terug

    Een poortkatheter is een subcutaan, volledig implanteerbaar toedieningssysteem, dat gebruikt wordt om een betrouwbare toegang tot de bloedbaan te verkrijgen, met als doel gedurende langere tijd medicatie, chemotherapie, bloedproducten of andere vloeistoffen toe te dienen. De poort wordt volledig onderhuids geplaatst en is dus van buitenaf slechts te zien als een kleine zwelling onder uw huid.

    De poort is gemaakt van speciaal medisch gekleurde materialen en is ontworpen voor veilig, langdurig gebruik in het menselijk lichaam. Zij bestaat uit 2 delen:
    1. Een injectiekamer (ongeveer 3,5 cm diameter) bovenaan afgesloten door een zelfsluitend membraan. Hierin wordt de naald geprikt om de medicijnen toe te dienen.
    2. Een catheter, een dun, flexibel, siliconen slangetje, die de vloeistof naar de bloedbaan leidt.

    Wanneer wordt een poortkatheter gebruikt?
    Hoe en waar wordt de poortkatheter geplaatst?
    Hoe werkt de poortkatheter?
    Gebruik van uw poortkatheter
    Enkele antwoorden op praktische vragen die u misschien heeft over de poortkatheter

     

    Wanneer wordt een poortkatheter gebruikt?

     Top
    • Indien u moeilijk aan te prikken aders heeft en toch gedurende een lange tijd, frequent intraveneuze medicatie moet krijgen.
    • Omwille van de irriterende vloeistoffen die gebruikt worden bij chemotherapie (sommige producten kunnen schade veroorzaken als zij naast de ader lopen, daarom is een poortcatheter een veiliger systeem om dergelijke medicatie toe te dienen).
    • Omwille van de frequente bloedafnames gedurende uw behandeling (deze gebeuren dus ook via poortcatheter).

       

    Hoe en waar wordt de poortcatheter geplaatst?

     Top

    Meestal wordt deze ambulant geplaatst via de dagkliniek en mag u dus dezelfde dag terug naar huis. Het gebeurt soms dat de poortcatheter geplaatst wordt tijdens uw verblijf op de afdeling chirurgie in combinatie met uw operatie, als men reeds zekerheid heeft over de aanvullende chemotherapie.
    De operatie gebeurt onder algemene verdoving, zodat u dus nuchter dient te zijn.
    De chirurgische procedure is relatief eenvoudig en veroorzaakt slechts weinig ongemak.
    De poortkatheter wordt meestal geplaatst op de borstspier, net onder het sleutelbeen.
    De injectiekamer ligt enkele centimeters onder de insnede (litteken). De wonde wordt gehecht met resorbeerbare draad en dichtgekleefd met Steri-Strips. Hierover wordt een transparante, geplastifieerde pleister aangebracht. Omwille van de algemene narcose mag u nadien niet zelf met de wagen naar huis rijden. Gedurende de eerste dagen na het plaatsen van de poortkatheter (ongeveer 1week) is het belangrijk om zware inspanningen te vermijden. Tracht uw arm en schouder aan de zijde van de poortkatheter zo weinig mogelijk te belasten. Er kan een lichte zwelling, roodheid of hematoom optreden.
    Na ongeveer 10 dagen dient u uw huisarts te vragen de wonde te controleren en te ontsmetten en de Steri-Strips te vewijderen. Meestal zal de wonde nu genezen zijn en hoeft er u geen verband meer aan. U kunt nu ook uw dagelijkse activiteiten verderzetten.
     

    Hoe werkt de poortkatheter?

     Top

    Eenmaal onderhuids geplaatst is de poort aanprikbaar. Op die manier kan de verpleegkundige of arts op een gemakkelijke manier medicatie in de bloedbaan brengen of bloedstalen nemen.
    Indien u uw eerste chemotherapie krijgt op de dag van de plaatsing, zal de naald tijdens de ingreep op de operatiezaal in de injectiekamer worden geprikt, terwijl u nog onder narcose bent.
    Bij elke volgende behandeling met chemotherapie zal een verpleegkundige het poortje aanprikken met een speciaal hiervoor bestemde naald. Doorheen de huid wordt het siliconenmembraan doorprikt tot de naald de bodem van de injectienaald raakt.
    Meestal ervaart men hierbij een lichte pijn. Deze pijn verdwijnt echter snel. U draagt best kledij die bovenaan opengaat, zodat de volledige schouder kan ontbloot worden om het aanprikken van de poortkatheter te vergemakkelijken en op een steriele manier te kunnen uitvoeren.

     

    Gebruik van uw poortcatheter

     Top

    De naald die in de poortkatheter geplaatst is, wordt verbonden met een leiding waarlangs men een neutrale spoelvloeistof toedient. Via een driewegkraantje wordt eerst bloed afgenomen en vervolgens de medicatie toegediend. De naald wordt gefixeerd met een steriele, transparante kleefpleister. Na elke behandeling wordt de poort gespoeld met fysiologisch serum en heparine (=medicatie om te voorkomen dat er verstoppingen in het systeem ontstaan). Hierdoor creëert men een zogenaamd heparineslot. De poort kan ongeveer 2000 keer met een speciale naald aangeprikt worden zonder dat het membraan gaat lekken.
    Na uw volledige chemobehandeling zal de poort om de 6 à 8 weken worden gespoeld met een infuus fysiologisch serum en heparine.
    Dit gebeurt op dagkliniek 4 op afspraak elke maandag en vrijdagnamiddag en duurt ongeveer een kwartier. Indien u op onderzoek bent of bij een dokter op consultatie, mag u zonder afspraak uw poortcatheter laten spoelen op dagkliniek 1 of 4.
    De poort kan ook aangeprikt worden om contraststoffen toe te dienen voor CT-scan, echter niet voor isotopenonderzoek (botscan, ejectiefractie).

     

    Enkele antwoorden op praktische vragen die u misschien heeft over de poortkatheter

     Top

    Zal de poortkatheter een invloed hebben op mijn normale dagelijkse activiteiten?
    Éénmaal de wonde (ongeveer 5cm) genezen is, kunt u uw dagelijkse huishoudelijke activiteiten hervatten (na 10 à 14 dagen). Ook baden, zwemmen, joggen zijn mogelijk als de poort niet in gebruik is. Uw arts of verpleegkundige zijn de beste personen om vragen te beantwoorden over speciale activiteiten en het tijdstip waarop die kunnen hervat worden.
    Wat moet ik doen als ik een probleem vermoed?
    Na de ingreep kan er roodheid en gevoeligheid ontstaan rondom de wonde. Dit zal verminderen na enkele dagen. Als u echter ongebruikelijke veranderingen in de omgeving van de poort opmerkt, zoals een sterke zwelling ter hoogte van de schouder of arm, roodheid of pijn, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Als u pijn, koorts, koude rillingen, kortademigheid of duizeligheid voelt, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts.
    Wat moet ik doen als mijn arts of verpleegkundige niet te bereiken zijn?
    U zult na de ingreep een kaartje meekrijgen met de belangrijkste informatie over de poortkatheter (nl. in welk bloedvat die is geplaatst, de naam van de chirurg, datum van de plaatsing, lotnummer van de poortkatheter) = de medische alarm identificatiekaart. Met deze informatie zal medisch personeel u de nodige assistentie kunnen verlenen. Hou het kaartje dus steeds bij uw identiteitskaart of SIS-kaart.
    Wie betaalt de poortkatheter?
    Ziekte onkostenverzekeringen dekken meestal een gedeelte of alle kosten van de poort, de chirurg en bijkomende ziekenhuiskosten. Het is aan te raden eerst bij uw verzekering te informeren.
    Zal de poortkatheter veiligheidsystemen (vb in warenhuizen) in werking doen treden?
    Veiligheidssystemen zullen meestal de geringe hoeveelheid metaal van de poort niet ontdekken. Zou dat echter toch gebeuren, toon dan uw kaartje. NMR-onderzoek stelt evenmin een probleem.
    Hoe lang kan de poortkatheter blijven zitten?
    In principe zolang als uw arts het nodig vindt. (Na een FEC therapie, meestal 2 jaar in overleg met uw arts).
    Kan de poort verwijderd worden als ik hem niet meer nodig heb?
    Ja, de poortkatheter kan met een kleine chirurgische ingreep verwijderd worden door de chirurg, onder plaatselijke verdoving.

    1
  • Chemotherapie: Praktische info
    Terug

    Bereikbaarheid

    Ambulante chemotherapie wordt toegediend op X4Noord (nieuwbouw, vierde verdieping).
    T. 053 72 45 51

    Openingsuren

    De dagkliniek is open van 7.30 tot 22 uur.
    De afspraken worden gemaakt in samenspraak met uw behandelende arts:
    - in de voormiddag: 7.30 - 8.00 of 8.30 uur
    - in de namiddag: 13.00 - 13.30 of 14.00.

    Verloop van de toediening

    Op de Dagkliniek meldt u zich aan op de verpleegpost van de Dagkliniek
    U krijgt een bed of een relaxzetel toegewezen naargelang uw keuze of toestand, u hoeft zich niet om te kleden en u hoeft niet nuchter te zijn.
    Ondertussen wordt u ingeschreven door de verpleegkundige verantwoordelijk voor de Dispatching.
    De omloopverpleegkundige zal u verder helpen gedurende de therapie.
    U wordt eerst gewogen (en gemeten indien dit nog niet gebeurd is), nadien wordt uw bloeddruk en pols genoteerd (om uw dosis chemotherapie te kunnen berekenen, moet uw lichaamsoppervlakte gekend zijn, dit wordt berekend aan de hand van uw lengte en gewicht). Bij elke toediening wordt uw gewicht opnieuw bepaald en wordt de dosis chemo aangepast naargelang uw gewichtsverandering.
    Er wordt ook genoteerd of uw klachten heeft ondervonden na de vorige toediening.
    Nadien wordt er een catheter geplaatst in de arm aan de "niet-geopereerde" zijde, of indien u over een poortkatheter beschikt wordt deze dan aangeprikt. Ondertussen wordt ook een bloedstaal afgenomen. Op de katheter sluit de verpleegkundige een "waakinfuus" aan (om de ader open te houden in afwachting van de chemotherapie).
    Vervolgend komt de arts bij u langs voor een gesprek en een klinisch onderzoek.
    Van zodra uw bloedresultaten gekend zijn, kijkt de arts deze na en beslist hij of de chemotherapie kan gegeven worden.
    Het chemovoorschrift wordt dan pas naar de apotheek verstuurd en bereid, dit duurt ongeveer 30 minuten tot 1 uur.
    Ondertussen krijgt u de voorbereidende medicatie toegediend door de omloopverpleegkundige.
    De chemotherapie wordt dan toegediend volgens het schema, gedurende de toediending dient u op uw kamer te blijven (dit om u onder toezicht te kunnen houden indien er zich een reactie zou voordoen).
    Nadat de chemotherapie volledig is ingelopen, wordt de ader nagespoeld met de rest van het waakinfuus en wordt de katheter verwijderd.
    U meldt zich terug op de verpleegpost aan en daar krijgt u dan een nieuwe afspraak mee voor de volgende therapie.
    Er wordt u gevraagd een consultatie te betalen van de arts die bij u is geweest. De betaling gebeurt op het secretariaat Oncologie.
    Uw verblijf op Dagkliniek 1 neemt ongeveer 4 tot 5 uur in beslag, wachttijden (resultaten, bereiding, ...) inbegrepen Sociaal verpleegkundig.
    Toen de arts u voor de eerste maal vertelde dat u chemotherapie moest krijgen, werd u onmiddellijk doorverwezen naar de sociaal verpleegkundige voor meer informatie.
    Tijdens uw verblijf op Dagkliniek zal de sociaal verpleegkundige ook langskomen (bij de toediening van uw eerste chemo, op uw vraag, of spontaan).
    Aarzel niet om hen aan te spreken of hen te contacteren bij vragen.

    1
  • Chemotherapie: Schemas
    Terug

    De keuze van de geneesmiddelen welke worden aangewend hangt af van het type borstkanker en de plaats van de ziekte. De meeste chemotherapie kan ambulant toegediend worden. Slechts zeldzaam is een hospitalisatie aangewezen.

    Voor de behandeling van borstkanker maken we gebruik van verschillende types chemoterapie. U vindt hieronder de meest gebruikte combinaties met wat informatie over de toediening en de meest voorkomend bijwerkingen:

    • FEC
    • Taxotere
    • CMF
    • AC

     

     

    FEC

     Top

    Bij de behandeling van borsttumoren wordt vaak FEC toegediend.
    FEC is een combinatietherapie van drie producten: fluorouracil (5-FU), epirubicine en cyclofosfamide.
    Deze chemotherapiekuur kan zowel vóór (neo-adjuvant) als na een ingreep (aanvullend of adjuvant) opgestart worden.
    De toediening van FEC is driewekelijks, alleen of in combinatie met een ander chemotherapieschema, bijvoorbeeld 3 cycli FEC en 3 cycli Taxotere, of 6 cycli FEC. Elke cyclus neemt drie weken in beslag en vergt een halve dag op de dagkliniek.

    Bijwerkingen

    • Misselijkheid en braken
    • Haarverlies
    • Verminderde eetlust
    • Mondslijmvliesontsteking
    • Risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    • Verkleuring van de urine
    • Pijn op de plaats van de inspuiting
    • Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw
    • Verminderde pompfunctie van het hart
    • Extravasatie (het bloed treedt buiten de bloedbaan)
       
     

    Taxotere

     Top

    Bij de behandeling van borsttumoren wordt frequent Taxotere toegediend. Deze chemotherapie kan na een ingreep (=adjuvant of aanvullend) of vóór een ingreep opgestart worden.
    Taxotere is een semi-synthetisch cytostaticum dat behoort tot de familie van de taxanen.
    Het kan wekelijks toegediend worden of driewekelijks.  Alleen of zoals dikwijls in combinatie met andere chemotherapie schema's: vb na 3 cycli  FEC, 3 cycli Taxotere.

    Bij de wekelijkse toediening wordt de Taxotere over 30 minuten toegediend met een volumetrische pomp. Bij de driewekelijkse toediening loopt de chemotherapie in over één uur.

    Er wordt, om overgevoeligheidsreacties te beperken aangepaste prémedicatie voorgeschreven, nl. dexamethasone 8 mg (in te nemen 's morgens en 's avonds: de dag vóór, de dag van en de dag na de chemotherapie).

    Net voor de toediening van Taxotere wordt Litican intraveneus gegeven om het risico op misselijkheid en braken te verminderen.

    Bijwerkingen

    • Misselijkheid en braken
    • Haarverlies
    • Verminderde eetlust
    • Mondslijmvliesontsteking
    • Risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    • Verandering van de huid
    • Verandering van de nagels
    • Spier- en zenuwpijn
       

    CMF

     Top

    CMF is een combinatietherapie van drie producten, met name cyclofosfamide, methotrexaat en fluorouracil.

    CMF wordt toegediend op dag 1 en dag 8 om de vier weken. CMF wordt nog maar weinig toegediend, tenzij er contra-indicaties zijn voor andere chemotherapieschema’s.

    Bijwerkingen

    • Misselijkheid en braken
    • Haarverlies
    • Verminderde eetlust
    • Mondslijmvliesontsteking
    • Risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    • Verkleuring van de urine
    • Pijn op de plaats van de inspuiting
    • Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw
       

    AC

     Top

    Het AC (adriamycine en cyclofosfamide) schema is een variante van het FEC schema en wordt dikwijls toegepast bij oudere patiënten. Het werkings en bijwerkingsprofiel is vergelijkbaar.
    In tegenstelling tot het FEC schema wordt AC meestal over 4 cycli toegediend.

    1
  • Chemotherapie: schema FEC

    Bij de behandeling van borsttumoren wordt vaak FEC toegediend.
    FEC is een combinatietherapie van drie producten: fluorouracil (5-FU), epirubicine en cyclofosfamide.
    Deze chemotherapiekuur kan zowel vóór (neo-adjuvant) als na een ingreep (aanvullend of adjuvant) opgestart worden.
    De toediening van FEC is driewekelijks, alleen of in combinatie met een ander chemotherapieschema, bijvoorbeeld 3 cycli FEC en 3 cycli Taxotere, of 6 cycli FEC. Elke cyclus neemt drie weken in beslag en vergt een halve dag op de dagkliniek.

    Bijwerkingen

    • Misselijkheid en braken
    • Haarverlies
    • Verminderde eetlust
    • Mondslijmvliesontsteking
    • Risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    • Verkleuring van de urine
    • Pijn op de plaats van de inspuiting
    • Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw
    • Verminderde pompfunctie van het hart
    • Extravasatie (het bloed treedt buiten de bloedbaan)
    1
  • Bijwerking: misselijkheid en braken
    Terug

    Uw lichaam kan op de behandeling reageren met misselijkheid en braken. Deze klachten verschillen sterk van persoon tot persoon, zelfs als deze dezelfde chemotherapie krijgen.

    Duur

    De klachten kunnen optreden tijdens de toediening van de chemotherapiemiddelen of tijdens de eerstvolgende uren erna. De duur van de klachten hangt af van de aard en de hoeveelheid van de toegediende geneesmiddelen, van de toegediende antibraakmiddelen en van uw persoonlijke gevoeligheid. Als u niet misselijk wordt of niet moet braken, betekent dit zeker niet dat uw behandeling niet aanslaat.

    Aanbevelingen

    Voedingsadviezen:

    • De geur die ontstaat bij de bereiding van de maaltijden kan soms misselijkheid veroorzaken. Misschien kan dit verholpen worden door iemand anders te laten koken tot de misselijkheid weggaat.
    • Soms treden smaakveranderingen op, meestal bij erg vette, zoete, sterk geurende, sterk gekruide of gezoute voeding. Best laat men deze voedingsmiddelen tijdelijk achterwege.
    • Gebruik de eerste dagen na de chemotherapie kleine, frequente maaltijden die rijk zijn aan calorieën en eiwitten.
    • Plan uw maaltijden in functie van uw misselijkheid. Neem eventueel een klein ontbijt vóór de behandeling en een lichte maaltijd 's avonds; dit bevordert het inslapen.
    • Eet best niet uw lievelingsgerechten als u zich misselijk voelt. Zo voorkomt u dat u later een verband gaat leggen tussen deze gerechten en uw misslijkheid.
    • Drink voldoende! 1,5 tot 2 liter per dag: appelsap, bouillon, spuitwater, frisdranken, sinaasappelsap, enz...
    • Dwing uzelf niet om te eten.

    Algemene adviezen:

    • Neem strikt uw geneesmiddelen in tegen misselijkheid en braken, zoals voorgeschreven door uw arts.
    • Neem opnieuw de gewoonten op die u hielpen bij het verminderen van braken en misselijkheid bij vroegere ervaringen (ziekte, stress, zwangerschap).
    • Zorg voor voldoende afleiding (hobby's, lezen, muziek, TV, ...).
    • Indien u zich misselijk voelt of moet braken, adem dan langzaam met open mond of zuig op ijsblokjes. Deze tips kunnen de misselijkheid onderdrukken.
    • Durf over uw ziekte en behandeling te praten.
    • Controleer uw gewicht.
       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Bij elke chemotherapie zal  uw arts of  verpleegkundige steeds informeren naar eventuele klachten van braken of misselijkheid. Het is van belang dat u deze informatie zo correct mogelijk doorgeeft zodat de gepaste maatregelen kunnen getroffen worden.
    • Contacteer echter uw arts
      • Als u niet meer voldoende kunt eten en drinken,
      • Als u ernstig vermagert,
      • Als u tekenen van uitdroging vertoont: een gevoel van dorst, een droge of gerimpelde huid, een droge mond, oververmoeidheid, weinig wateren,
    • Als u zich heel angstig en benauwd voelt.
    1
  • Bijwerking: haarverlies
    Terug

    De cellen die zorgen voor de haargroei zijn gevoelig voor bepaalde chemotherapiemiddelen. Naargelang van de aard van de chemotherapie zal uw haar dus wel of niet uitvallen.
    U zult het haarverlies vooral merken tijdens het kammen of borstelen en ook op uw hoofdkussen.
    Bij FEC therapie zult u volledig haarverlies hebben, evenals de wenkbrauwen en de schaamharen.
    Bij Taxotere therapie is het haarverlies afhankelijk van de toegediende doses. Bij lagere doses is de kans op haarverlies 40 % bij hogere doses verdubbelt dit cijfer.

    Duur

    Het haarverlies begint meestal enkele weken na de eerste behandeling. Het haarverlies is van tijdelijke aard. Meestal begint uw haar 2 tot 3 maanden na het einde van de behandeling opnieuw te groeien, soms zelfs veel vroeger.

    Soms heeft het nieuwe haar een andere kleur. Ook de structuur kan anders zijn. Zo kan het nieuwe haar krullend zijn in plaats van glad en omgekeerd.

    Aanbevelingen

    Volg nauwgezet deze aanbevelingen op, zo vermijdt u zoveel mogelijk haarverlies en huidirritatie:

    • Laat bij het begin van uw behandeling uw haar kort knippen. Korte haren maken het haarverlies minder zichtbaar. Als u uw haar kort laat knippen vermijdt u de gevoelligheid van de hoofdhuid. Net voor het haar uitvalt is de hoofdhuid erg gevoellig.
    • Vermijd overdreven kammen en borstellen.
    • Gebruik een zachte borstel of een kam met ver uit elkaar staande tanden. Begin onderaan te kammen en eindig bovenaan.
    • Hou uw haar schoon maar vermijd het overdreven gebruik van shampoo. Was uw haar om de 4 tot 7 dagen, gebruik een zachte shampoo met een neutrale pH (babyshampoo).
    • Gebruik na elke wasbeurt een "crèmespoeling" of een "haarconditioner".
    • Vermijd haarverf, kleurshampoo met ammoniak, bleekprodukten, krulspelden, permanent, haarspray, elektrische haardroger, enz... Vermijd ook haarspelden, haarbanden, strikken (deze maken uw haar erg broos, waardoor u nog meer haar zult verliezen).
    • Een zalf op de hoofdhuid kan jeuk voorkomen, vraag hierover raad aan uw arts.

    Als u een pruik wenst:

    • Kies al meteen bij het begin van de behandeling een pruik. Zo kunt u nagaan welke pruik het best overeenstemt met uw eigen kapsel. Sommige mensen dragen al een pruik nog vóór hun haar begint uit te vallen, dit maakt de overgang gemakkelijker.
    • U hebt recht op een financiële tussenkomst van het ziekenfonds. Vraag hierover advies aan de sociaal verpleegkundige.
    • Zet uw pruik nu en dan af om uw hoofdhuid te laten ademen. Dames kunnen ook een sjaaltje of tulband dragen. Heren kunnen een pet of een hoed dragen. Hoofddeksels zijn lichte en luchtiger dan een pruik. In de zomer bieden ze u in elk geval meer comfort.

    Hou er rekening mee dat de bescherming van de hoofdhuid belangrijk is om afkoeling te vermijden. Via de hoofdhuid kan 25% van de lichaamswarmte verloren gaan.

    Verzorg uw uiterlijk:

    Gebruik als vrouw misschien een beetje meer make-up. Ook als man kan u het zeer moeilijk hebben met uw veranderd uiterlijk. Een verzorgd uiterlijk, ondanks uw haarverlies, is belangrijk om u goed te voelen.

    Het haarverlies kan u emotioneel ontredderen:

    Het is normaal dat u soms overstuur raakt, kwaad bent en dat u zich hopeloos, droevig, angstig en verlegen voelt. Praat over deze gevoelens met uw familie, vrienden, arts en verpleegkundige als u daar behoefte aan hebt.

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u vragen heeft over haarverlies.
    • Als u vragen hebt over de verzorging van uw haar.
    • Als u meer wilt weten over een pruik of andere camouflagemiddelen.
    • Als u eens uw gevoelens van ergernis, verdriet, enz... kwijt wilt.
    1
  • Bijwerking: verminderde eetlust
    Terug

    Een verminderde eetlust evenals reuk- en smaakveranderingen kunnen optreden ten gevolge van uw ziekte of behandeling.
    Deze tekenen kunnen zich uiteraard ook voordoen in andere omstandigheden zoals bijvoorbeeld bij stress. 

    Duur

    Een gebrek aan eetlust evenals reuk- en smaakveranderingen ten gevolge van chemotherapie zijn van tijdelijke aard

    Aanbevelingen

    Algemene adviezen:

    • Zorg voor een verzorgde tafelschikking.
    • Kies aantrekkelijke hapjes.
    • Eet in gezelschap.
    • Gebruik een aperitief, tenzij men u dat uitdrukelijk verboden heeft.
    • Eet eenvoudige bereidingen.
    • Gebruik kleine maaltijden.
    • Kies uw geliefkoosde eetwaren.
    • Vermijd de geur van tabak tijdens het eten.
    • Eet wanneer het u het beste past en wanneer u er zin in hebt.
    • Probeer tussen de maaltijden te drinken en drink zo weinig mogelijk tijdens de maaltijden.

    Als u last hebt van smaakveranderingen:

    • Wanneer uw klassieke maaltijden u niet meer smaken, probeer dan bereide gerechten uit, gebruik ook veel kruiden en sausen en gebruik nieuwe gerechten met nieuwe smaken.
    • Wanneer de eetwaren te zuur lijken, kan u de groenten bereiden in een melksaus en het fruit verwerken tot moes.
    • Wanneer de eetwaren te zout lijken, kan u best fijne vleeswaren vermijden, alsook belegen kazen en chips, ook voegt u best geen zout toe aan uw eetwaren.
    • Wanneer de eetwaren een metaalsmaak vertonen, eet u best vis, eieren en melkprodukten i.p.v. vlees. Ook kan u groene groenten vervangen door zetmeelprodukten zoals aardappelen, rijst en pasta's.
    • Kies frisdranken met een frisse smaak: water, thee, groentensap, vruchtensap, koolzuurhoudende dranken met citroen en sinaasappel, enz...

    Als u last heeft van onaangename geuren:

    • Neem koude of lauwe gerechten: salades, vis, vleesbrood, koude soepen, vers fruit, enz...
    • Vermijd eetwaren met een sterke geur, zoals koolsoorten en uien.
    • Eet geen gerechten tegen uw zin.
       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u veel te weinig eet.
    • Als u te veel gewicht verliest.
    1
  • Bijwerking: mondslijmvliesontsteking
    Terug

    Ten gevolge van chemotherapie kunt u last krijgen van een droge mond en keel. U kunt een branderig gevoel hebben. Uw mond kan overgevoelig zijn voor hete, koude en erg gekruide spijzen. In de mond- en keelholte kan er zich een witte of gele aanslag vormen. Het kauwen, slikken en praten kunnen pijnlijk worden.

    Duur

    Een mondslijmvliesontsteking ten gevolge van chemotherapie is van voorbijgaande aard. De ontsteking treedt meestal na twee weken op en kan worden behandeld.

    Aanbevelingen

    Algemene adviezen:

    • Gebruik geen tabak.
    • Hou uw mond vochtig door regelmatig kleine hoeveelheden te drinken, op ijsblokjes te zuigen of regelmatig uw mond te spoelen met zuiver water.
    • Vermijd dat uw lippen uitdrogen, gebruik daarom een lippenbalsem (bvb. op basis van cacaoboter).
    • Zorg voor een goede mondhygiëne, poets uw tanden  vóór en na elke maaltijd en vóór het slapengaan. Gebruik een zachte tandenborstel en een kleurloze, niet-schurende tandpasta met fluor. Gebruik tandzijde i.p.v. tandenstokers.
    • Als u een kunstgebit draagt, verwijder dit dan als u pijn hebt.
    • Indien het tandenpoetsen te pijnlijk is, kunt u uw tanden reinigen met een kompres dat in een oplossing gedrenkt is (1 koffielepel maagzout in 3/4 glas water). U kan uw mond ook spoelen met deze oplossing, u mag naspoelen met water tegen de slechte smaak. Raadpleeg steeds uw arts alvorens met een spoeling te beginnen, hij kan u eventueel een specifieke spoeling voorschrijven.
    • Zorg voor voldoende speekseltoevloed, dit kan door suikervrije kauwgum te gebruiken of eventueel met behulp van kunstmatig speeksel.
    • Zorg er ook steeds voor dat de lucht in uw omgeving voldoende vochtig is.

    Voedingsadviezen:

    • Vermijd scherpe kruiden, zoals peper, curry, mosterd en paprika.
    • Drink geen koolzuurhoudende dranken zoals spuitwater en drink ook geen alcohol.
    • Sinaasappelsap of pompelmoessap kan prikkelend zijn, roer er eventueel een scheutje room door, dit verzacht de prikkels.
    • Vermijd te hete gerechten, laat gerechten afkoelen tot op kamertemperatuur. Koude gerechten zoals ijs ervaart men vaak als aangenaam en fris.
    • Vermijd zure spijzen.
    • Vermijd belegen eetwaren (zoals belegen kazen).
    • Vermijd harde en droge voeding (zoals volkorenbrood, harde broodjes).
    • Drink eventueel met een breed rietje als u veel pijn hebt, knip het rietje kort zodat u niet veel kracht nodig hebt om te zuigen.
    • Bij overdreven slijmvorming in de mond kunt u donker tafelbier drinken of uw mond ermee spoelen.
    • Melk kan hinderlijke slijmen veroorzaken. Roer daarom wat honing door de melk. Verzuurde melkprodukten (bvb. yoghurt of karnemelk) veroorzaken minder slijmvorming.
    • Gebruik vaak kleine maaltijden.
    • Drink water na alles wat u eet of drinkt.

    Aan te raden voeding:

    • Dranken: warme thee met suiker, zure melkprodukten (yoghurt, karnemelk), milkshakes, pruimen, abrikozensap, kiwisap, appelsap en donker tafelbier.
    • Een zachte voeding: soep, rijst, zachte groenten, wit brood, bananen, peren, ijs, pudding en cake.
       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u koorts hebt;
    • Als u witte vlekjes in de mond bemerkt;
    • Als uw tandvlees bloedt;
    • Als u teveel pijn hebt;
    • Als u minder goed kunt eten;
    • Als u teveel gewicht verliest.

    Uw arts kan U mondspoelingen voorschrijven, een pijnstillende gel of bij overgroei door bacteriën of schimmels, de gepaste antibiotica.

    1
  • Bijwerking: risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    Terug

    De aanmaak van witte, rode bloedcellen en bloedplaatjes kan verminderen ten gevolge van chemotherapie.

    Als er te weinig witte bloedcellen zijn, vermindert de weerstand tegen infecties. Algemene tekenen die op infectie kunnen wijzen, zijn koorts, koude rillingen, hoofdpijn, zich echt heel ziek voelen. Afhankelijk van de plaats van de infectie kunnen meer specifieke tekenen voorkomen als keelpijn, hoest, een verstopte neus (infectie van de luchtwegen), een branderig gevoel bij het wateren (infectie van de urinewegen), buikkrampen, een branderige pijn aan de anus (darminfectie).
    Een huidinfectie kan plaatselijke roodheid, een zwelling, warmte en pijn veroorzaken. Ook vochtverlies (eventuele etter) uit ogen of oren zou op een infectie kunnen wijzen.

    Als het aantal rode bloedcellen sterk gedaald is, spreekt men van bloedarmoede.
    Bij bloedarmoede zult u vlugger moe zijn. U kan er bleek uitzien. U hebt het gemakkelijk koud. Bij inspanningen kan u kortademig zijn en gaan zweten. U kan last krijgen van hoofdpijnen, duizeligheid, snelle ademhaling, een snelle pols en hartkloppingen. Sommige mensen hebben concentratie moeilijkheden.

    Een vermindering van het aantal bloedplaatjes leidt soms tot bloeding. Bloedplaatjes hebben immers als taak het bloed te stelpen. Sommige mensen krijgen vlugger last van blauwe plekken, neusbloedingen, bloedend tandvlees. Als men zich verwondt, blijft men ook langer bloeden dan normaal.

    Duur
    Aanbevelingen bij een tekort aan witte bloedcellen
    Aanbevelingen bij een tekort aan rode bloedcellen
    Aanbevelingen bij een tekort aan bloedplaatjes
    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

     

    Duur

     Top

    De verminderde aanmaak van witte, rode bloedcellen of bloedplaatjes ten gevolge van chemotherapie is van tijdelijke aard. De aanmaak ervan herstelt spontaan.

    Bij een ernstig tekort aan witte of rode bloedcellen is het soms nodig de volgende behandeling aan te passen of uit te stellen.

    Indien de arts het nodig acht, kunnen er groeifactoren toegediend worden via de thuisverpleegkundige. Deze  groeifactoren bevorderen de aanmaak van witte bloedcellen of rode bloedcellen door het beenmerg.

    I.v.m. tekort aan rode bloedcellen of bloedplaatjes wordt soms een bloedtransfusie toegediend.
     

    Aanbevelingen bij een tekort aan witte bloedcellen

     Top

    Tracht infecties te voorkomen.

    Zorg voor een omgeving waarin de kans op infecties zo klein mogelijk is:

    • Vermijd het kontakt met mensen die een infectie hebben, zoals verkoudheid, griep, herpes, enz...
    • Vermijd het kontakt met zieke kinderen (mazelen, pokken, rode hond of andere ziekten).
    • Vermijd drukke plaatsen (warenhuizen, bioscopen, wachtkamers, openbaar vervoer, enz...).
    • Laat u niet vaccineren, tenzij uw arts dit voorschrijft.
    • Vermijd het kontakt met dierlijke uitwerpselen.

    Zorg voor een optimale gezondheidstoestand:

    • Zorg voor een goede hygiëne (handen wassen voor de maaltijd, schoon linnen gebruiken, tanden regelmatig poetsen).
    • Hoe uw huid zoveel mogelijk ongeschonden. Bij elke wonde, hoe klein ook: maak steeds onmiddellijk schoon, ontsmet grondig en breng een verband aan.
    • Vermijd felle zon, gebruik een zonnecrème met hoge beschermingsfactor als u toch in de zon loopt.
    • Neem een calorierijke en eiwitrijke voeding. Ondervoeding vermindert de weerstand van het lichaam. Eet met mate ongeschild fruit, rauwe groenten, rauw vlees, koude vleesgerechten, rauwe vis, enz... Was altijd het fruit en de groenten voor u ze eet!!!

    Let goed op tekenen die op een infectie zouden kunnen wijzen:

    • Controleer regelmatig uw mond op tekenen van beschadiging.
    • Let op keelpijn en kortademigheid, ga na of u hoest en/of gekleurde fluimen heeft.
    • Controleer regelmatig uw huid op afwijkingen.

    Neem nooit op eigen initiatief geneesmiddelen als u vermoedt dat u een infectie heeft.
     

    Aanbevelingen bij een tekort aan rode bloedcellen

     Top
    • Vermijd extra inspanningen;
    • Gebruik uw energie alleen voor het werk dat echt noodzakelijk en/of belangrijk is;
    • Las tijdens de dag rustpauzes in;
    • Vermijd uitputting;
    • Vermijd plotse bewegingen als u zich duizelig voelt. Als u bijvoorbeeld ligt, ga dan eerst rechtop zitten en sta dan pas op.

       

    Aanbevelingen bij een tekort aan bloedplaatjes

     Top

    De bloedplaatjes doen het bloed stollen om het bloeden te stelpen wanneer u zich verwond hebt. Een vermindering van het aantal bloedplaatjes leidt soms tot bloedingen. Kenmerkend hiervoor zijn:

    • sneller blauwe plekken;
    • neusbloedingen;
    • bloedend tandvlees;
    • als u zich verwondt, blijft u ook langer bloeden dan normaal.

    Aanbevelingen

    • Wees voorzichtig met het oplopen van wonden. Draag bijvoorbeeld handschoenen als u de vaat doet, tuiniert of knutselt.
    • Gebruik een elektrisch scheerapparaat, want scheermesjes kunnen uw huid licht beschadigen.
    • Probeer uw neus zacht te snuiten.
    • Poets uw tanden zeer voorzichtig en met een zachte tandenborstel.
      Gebruik tandzijde in plaats van tandenstokers.
    • Neem nooit geneesmiddelen buiten medeweten van uw dokter, ook geen aspirine.
      Als u cortisone neemt, doet u dat bij voorkeur tijdens de maaltijden of drinkt u wat melk erbij. De dokter kan u een maagbeschermingsmiddel voorschrijven. Dat kunt u best ongeveer een half uur na de geneesmiddelen innemen.
    • Vermijd inspuitingen. Raadpleeg uw behandelende arts als dit toch nodig mocht zijn.
    • Vermijd zoveel mogelijk bezoek aan de tandarts. Een tandverzorging kan een bloeding veroorzaken. Raadpleeg uw behandelende arts als dat toch nodig mocht zijn.
    • Gebruik liever geen zetpillen en ook geen lavement of vaginale tampons.

    Let goed op tekenen die op bloeding zouden kunnen wijzen:

    • Inspecteer regelmatig uw huid. Als u een tekort aan bloedplaatjes hebt, kunnen kleine stervormige onderhuidse bloedingen voorkomen. Die doen zich meestal voor op de onderbenen. Let ook op "onverklaarbare" blauwe plekken.
    • Als u erg weinig plaatjes hebt, kunnen spontane bloedingen optreden. Die bloedingen treden gewoonlijk op in de mond of in de neus. Als u een bloeding hebt in het oog, zult u merken dat u wazig ziet.
      Ook braaksel en fluimen kunnen bloed bevatten.
      Soms komt er ook bloed voor in de urine of in de stoelgang.
      Bij vrouwen kan de menstruatie heviger zijn dan normaal.

    Blijf rustig in geval van een bloeding:

    Als u rustig blijft, verlaagt uw polsslag en uw bloeddruk. Daardoor is de bloeding minder ernstig.

    Wat moet u doen als u een bloedende wonde hebt opgelopen ?

    • Duw onmiddellijk op de wonde;
    • Leg een drukverband aan (met zwachtel of zuiver linnen);
    • Bedek de wonde met ijs, gebruik hiervoor ijsblokjes die u in een handdoek wikkelt, door het ijs trekken de bloedvaten samen (dit doet u ook het best voor onderhuidse bloedingen, "blauwe vlekken").

    Wat moet u doen bij een neusbloeding ?

    • Druk de bloedvaten samen door de neus gedurende enkele minuten dicht te knijpen tot de bloeding ophoudt;
    • Indien dit niet helpt, kan u ook een watten tampon gebruiken;
    • Vermijd in ieder geval om uw neus te snuiten.

       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

     Top
    • Bij bloeding dient u onverwijld uw arts te verwittigen;
    • Verwittig onmiddellijk bij:
      - Koorts boven 38,5°C.
      - Koude rillingen.
      - Een aanhoudend snelle pols.
      - Een moeilijke ademhaling.
      - Vaak kleine hoeveelheden urineren.
      - Misselijkheid, keelpijn, hoesten.
      - Onverklaarbare pijn.
      - Roodheid, ettervorming op de huid of in de slijmvliezen (bvb. mond).
      - Als u zich duizelig voelt.
      - Als u zich bij de minste inspanning doodmoe voelt.
      - Als u pijn hebt op de borst.
    1
  • Bijwerking: verkleuring van de urine
    Terug

    Door de toediening van de Epirubicine in de FEC-therapie zal de kleur van uw urine rood gekleurd zijn, deze verkleuring heeft geen nadelige invloeden.

    Duur

    Dit verschijnsel is van tijdelijke aard en verdwijnt spontaan na 24 uur.

    Aanbevelingen

    Drink veel na elke behandeling en let op de kleur van uw urine

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als de kleur van uw urine niet normaal wordt binnen de 24 uren;
    • Als urineren pijnlijk is.
    1
  • Bijwerking: pijn op de plaats van de inspuiting
    Terug

    Wanneer u tijdens de toediening van de chemotherapie pijn ervaart ter hoogte van de insteekplaats, verwittigt u best onmiddellijk de verpleegkundige van de afdeling. Deze zal nagaan of de naald nog goed zit en de medicatie in de ader loopt. Is dit niet het geval dan zal zij maatregelen nemen, eventueel door de naald te verwijderen en opnieuw aan te prikken.
    Na de toediening van de chemotherapie kan u een lichte verkleuring van de huid (wit, rood, bruin) opmerken ter hoogte van de insteekplaats van de naald of langs het verdere verloop van de ader. Dit kan pijnlijk zijn.

    Duur

    Bij bepaalde geneesmiddelen kunnen deze symptomen optreden. De pijn verdwijnt spontaan na enkele uren of dagen. De huidverkleuring kan blijvend zijn.

    Aanbevelingen

    Kijk waar de insteekplaats van de naald is. Bij huidverkleuring of pijn: gebruik nooit een verband, een zalf, enz... zonder eerst uw dokter of verpleegkundige te raadplegen.

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u pijn hebt en als er een zwelling optreedt op de insteekplaats;
    • Als de huid op de insteekplaats verkleurt en pijnlijk aanvoelt;
    • Als de verkleuring van de huid snel toeneemt;          
    • Pijn op de insteekplaats tijdens het inlopen van de medicatie moet steeds dringend gemeld worden.
    1
  • Bijwerking: verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw
    Terug

    Chemotherapie kan een nadelige invloed hebben op uw vruchtbaarheid, afhankelijk van uw behandeling, uw leeftijd en uw algemene toestand. De hormonenproductie zal verminderen. Daardoor gaat u onregelmatig menstrueren. Tijdens de behandeling kan de menstruatie volledig uitblijven. Daardoor zult u minder vruchtbaar zijn. Door de hormonale veranderingen kunt u typische kenmerken van de menopauze vertonen, zoals: warmte-opwellingen, jeuk, een droge vagina, enz. Er bestaat ook een groter risico op vaginale infecties.

    Duur

    Afhankelijk van uw leeftijd zijn de nadelige gevolgen van chemotherapie op uw vruchtbaarheid van tijdelijke of van blijvende aard. U kunt hierover best informatie inwinnen bij uw arts .

    Aanbevelingen

    Tijdens en tot 6 maanden na de behandeling is het raadzaam dat u een voorbehoedsmiddel gebruikt, om afwijkingen aan de foetus te voorkomen. Praat over deze problemen met de mensen bij wie u zich goed voelt.

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    Bespreek met uw dokter welke invloed uw eigen behandeling heeft op uw vruchtbaarheid en zoek samen naar geschikte oplossingen.

    1
  • Bijwerking: verminderde pompfunctie van het hart
    Terug

    De epirubicine in uw FEC schema kan een effect hebben op de pompwerking van het hart. Daarom is het belangrijk dit te onderzoeken, vooraleer men start met de chemotherapie. Dit onderzoek, namelijk de bepaling van de ejectiefractie van de linkerkamer van het hart gebeurt op de afdeling nucleaire geneeskunde.

    Verloop van het ejectiefractie-onderzoek

    U schrijft zich in aan de dienst inschrijvingen in het ziekenhuis. Vervolgens meldt u zich aan op het secretariaat Nucleaire Geneeskunde.
    Ondertussen bereidt de verpleegkundige het product voor dat ze u zal toedinen. Het is een radioactief serumalbumine (=eiwit).
    Hierna wordt u geïnstalleerd op een mobiele tafel.
    Er worden 3 monitorelektroden op uw borst gekleefd, welke aangesloten worden op een monitoringtoestel voor EKG en een computer.
    Het product wordt in een ader aan de niet geopereerde zijde ingespoten.
    Een scanapparaat wordt schuin tegenover uw linkerborstzijde geplaatst om de linkerhartkamer te visualiseren.
    De ejectiefractie wordt berekend als het gemiddelde van een aantal opeenvolgende hartslagen.
    Het gemiddelde van een vrouw is ongeveer 55 %, voor een man 62 %.

    Enkele adviezen i.v.m dit onderzoek

    Tracht zo rustig mogelijk te zijn, zodat u een normale hartslag heeft. Angst  voor dit onderzoek is echt niet nodig.

    Omwille van de radioactiviteit zal men u aanraden geen contact te hebben met zwangere vrouwen of kleine kinderen (indien dit niet mogelijk is kan men een afstand behouden: hoe verder verwijderd, hoe lager de radioactiviteit).

    Ook dient u veel te drinken na dit onderzoek (o.a. cafeïnehoudende dranken zoals koffie of thee, omdat deze vochtafdrijvend werken en zo de radioactiviteit in het lichaam sneller afbreken (normaal duurt dit ongeveer 12 u).

    Gevolgen bij verminderd hartfunctie

    Door hartfunctie onderzoek heeft de arts  inzicht in de werking van uw hart en kan hij beslissen om de chemotherapie al dan niet te starten.

    Indien u niet in aanmerking komt voor de FEC therapie (omdat de pompfunctie van uw hart beperkt is),  zal men opteren voor een chemotherapieschema dat minder belastend is voor het hart.

    1
  • Chemotherapie: schema Taxotere
    Terug

    Bij de behandeling van borsttumoren wordt frequent Taxotere toegediend. Deze chemotherapie kan na een ingreep (=adjuvant of aanvullend) of vóór een ingreep opgestart worden.
    Taxotere is een semi-synthetisch cytostaticum dat behoort tot de familie van de taxanen.
    Het kan wekelijks toegediend worden of driewekelijks.  Alleen of zoals dikwijls in combinatie met andere chemotherapie schema's: vb na 3 cycli  FEC, 3 cycli Taxotere.

    Bij de wekelijkse toediening wordt de Taxotere over 30 minuten toegediend met een volumetrische pomp. Bij de driewekelijkse toediening loopt de chemotherapie in over één uur.

    Er wordt, om overgevoeligheidsreacties te beperken aangepaste prémedicatie voorgeschreven, nl. dexamethasone 8 mg (in te nemen 's morgens en 's avonds: de dag vóór, de dag van en de dag na de chemotherapie).

    Net voor de toediening van Taxotere wordt Litican intraveneus gegeven om het risico op misselijkheid en braken te verminderen.

    Bijwerkingen

    • Misselijkheid en braken
    • Haarverlies
    • Verminderde eetlust
    • Mondslijmvliesontsteking
    • Risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    • Verandering van de huid
    • Verandering van de nagels
    • Spier- en zenuwpijn
    1
  • Bijwerking: verandering van de huid
    Terug

    Taxotere kan de huid droger maken. De huid kan ook harder en meer gespannen lijken. Dat gebeurt meestal aan de handen en daardoor ontstaan er gemakkelijk huidkloofjes.

    Duur

    Op elk moment van de behandeling met Taxotere kunnen zich verschillende types huidreacties voordoen. Ze ontstaan heel geleidelijk en verdwijnen ook meestal langzaam.

    Aanbevelingen

    • Door gebruik te maken van specifieke verzorgingsproducten kunnen klachten voorkomen of verminderd worden (badolie, vette of vochtinbrengende crèmes). Bescherm uw huid tegen bijkomende irritatie, tegen verwondingen en ontstekingen, zolang de behandeling duurt.
    • Vermijd zoveel mogelijk blootstelling aan de zon. Als u toch in de zon loopt:
      • Gebruik altijd een totaal beschermende zonnecrème, met een beschermingsfactor die groter is dan 20.
      • Draag een blouse met lange mouwen en een lange rok of  broek.
    • Was u met een neutrale, niet-geparfumeerde zeep. Als u toch een droge huid hebt: gebruik na het bad of de douche een vochtinbrengende lotion.
    • Als u tegelijkertijd bestraald wordt of nog niet lang geleden werd bestraald: blijf de aanbevelingen met betrekking tot de huidreacties ten gevolge van bestraling inachtnemen.
    • Vermijd contact  met irriterende producten (schoonmaak en afwasproducten), draag bijvoorbeeld handschoenen tijdens de vaat.
    • Voorkom verwondingen en draag bijvoorbeeld ook handschoenen tijdens het tuinwerk.
       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u hevige jeuk hebt.
    • Als u rode vlekken bemerkt.
    • Als u een plaatselijke huidreactie hebt die erg pijnlijk is.

    In zeldzame gevallen wordt de behandeling met Taxotere definitief stopgezet.

    1
  • Bijwerking: verandering van de nagels
    Terug

    Behandeling met Taxotere kan nagelbeschadiging veroorzaken. De nagels kunnen broos worden en/of afbrokkelen, ze kunnen splijten, verkleuren, ontkleuren of zelfs loskomen van het nagelbed. Om dit euvel zoveel mogelijk te voorkomen draagt u tijdens de chemotherapie ijshandschoenen.

    Duur

    De nagelbeschadiging is niet blijvend: na het stopzetten van de behandeling herstellen de nagels spontaan. Uiteraard is dit herstelproces afhankelijk van de graad van beschadiging. Vooral na 6 cycli Taxotere kan het enige tijd duren vooraleer de nagels weer helemaal hersteld zijn.

    Aanbevelingen

    • Om nagelmisvormingen te voorkomen, worden er tijdens de behandeling ijshandschoenen gedragen.
    • Zorg voor een goede nagelhygiëne, dit voorkomt infecties.
    • Tracht vinger-en teennagels steeds kort te houden.
    • Om" vasthaken" te voorkomen is het aangewezen handschoenen te dragen bij het uitvoeren van sommige handelingen.
    • Breng vanaf het begin van de behandeling een nagelversteviger aan.
    • Vermijd contact met irriterende producten en voorkom verwondingen door handschoenen te dragen bij bepaalde activiteiten.
    • Neem bij risico op infectie door de aanwezigheid van kleine wondjes 2 tot 3 maal per dag vinger-of voetbadjes met een chloramineoplossing, uiteraard enkel op aanraden van uw arts.
    • Indien er toch een infectie optreedt zal antibiotica toegediend worden.
       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u veranderingen merkt ter hoogte van de nagels.
    • Als er bloeduitstortingen optreden onder de nagels.
    1
  • Bijwerking: spier- en zenuwpijn
    Terug

    Behandeling met Taxotere kan een negatieve invloed hebben op het oppervlakkig  zenuwstelsel. De klachten kunnen uiteenlopen naargelang de graad van de aantasting.

    U kunt last krijgen van tintelingen en een "voos" gevoel in de vingerstoppen of tenen. Ook kan het gebeuren dat u minder kracht hebt en dat u minder goed fijne bewegingen kunt uitvoeren zoals het sluiten van knopen, het vasthouden van een pen. Soms kunt u wat last krijgen van onhandigheid. Evenwichtsstoornissen, gehoorstoornissen, algemene spierzwakte, maagpijn, verstopping, enz... kunnen eveneens voorkomen.
    Deze tekenen komen doorgaans elk afzonderlijk en in milde vorm voor.

    Duur

    Deze tekenen treden slechts zelden op na een eerste behandeling. Na 6 kuren Taxotere heeft iedereen last van vervelende tintelingen in de extremiteiten. Eenmaal er sympomen zijn opgetreden, verergeren ze na elke  toediening. Hoewel de last reversibel van aard is, duurt het toch een hele tijd voor er herstel optreedt.

    Aanbevelingen

    • Eet een vezelrijke voeding die veel vitamine B bevat, zoals: brood, aardappelen, rijst, pasta's, verse groenten en  vers fruit. Deze voeding werkt positief in op het zenuwstelsel.
    • Als u erg veel last heeft van zwakke spieren of als u moeilijk fijne bewegingen kunt uitvoeren, wees dan voorzichtig met het manipuleren van breekbare voorwerpen.
    • Bestuur geen voertuig en zorg voor gezelschap tijdens uw verplaatsingen, als u zich soms duizelig voelt of evenwichtsstoornissen hebt.
       

    Raadpleeg uw arts of verpleegkundige

    • Als u één van de hierboven omschreven klachten hebt.
    • Als deze klachten erger worden en als uw normaal functioneren door die klachten in het gedrang komt.
    1
  • Chemotherapie: schema CMF

    CMF is een combinatietherapie van drie producten, met name cyclofosfamide, methotrexaat en fluorouracil.

    CMF wordt toegediend op dag 1 en dag 8 om de vier weken. CMF wordt nog maar weinig toegediend, tenzij er contra-indicaties zijn voor andere chemotherapieschema’s.

    Bijwerkingen

    • Misselijkheid en braken
    • Haarverlies
    • Verminderde eetlust
    • Mondslijmvliesontsteking
    • Risico op bloeding, infectie en bloedarmoede
    • Verkleuring van de urine
    • Pijn op de plaats van de inspuiting
    • Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw
    1
  • Chemotherapie: schema AC

    Het AC (adriamycine en cyclofosfamide) schema is een variante van het FEC schema en wordt dikwijls toegepast bij oudere patiënten. Het werkings en bijwerkingsprofiel is vergelijkbaar.
    In tegenstelling tot het FEC schema wordt AC meestal over 4 cycli toegediend.

    1
  • Hormoontherapie: hormoongevoeligheid
    Terug

    Niet alle borsttumoren zijn hormoon gevoelig. Om deze reden wordt bij elk borstgezwel een microscopisch onderzoek gedaan naar de hormoongevoeligheid. Hiervoor spoort men eiwitten op die een binding kunnen vormen met oestrogeen of progesteron. Deze bindingsplaatsen of receptoren kunnen gemeten worden en geven ons een idee van de hormoongevoeligheid. Een oestrogeen receptor negatieve tumor heeft geen bijzondere affiniteit voor oestrogenen en is derhalve niet hormoongevoelig. Een hormonale behandeling is dus in dit geval niet aangewezen.
    Het hormoonreceptor onderzoek wordt routinematig uigevoerd bij elk microscopisch onderzoek. Reeds een aantal dagen na de biopsie of operatie zijn de resultaten bekend.
    Zowel het oestrogeen als het progesteron receptor onderzoek zijn van belang bij het nemen van therapeutische beslissingen.

    1
  • Hormoontherapie: bijwerkingen
    Terug

    De meeste hormonale behandelingen worden zeer goed verdragen. Doch de meeste hebben bijwerkingen die voornamelijk te maken hebben met het het onttrekken van vrouwelijke hormonen aan het lichaam.

    Warmteopwellingen

    Warmteopwellingen, opvliegers of vapeurs zijn de meest hinderlijke bijwerkingen van de hormonale therapie. Hormonale substitutie om deze last op te vangen is natuurlijk niet aangewezen. Er bestaan echter een aantal medicamenteuze alternatieven. Bespreek deze met uw arts.

    Daarnaast kunt u ook enkele eenvoudige maatregelen in acht nemen: vermijd alcohol, te warme spijzen en dranken, sterke kruiden .... Kleed u luchtig, bij voorkeur in laagjes.  Zorg bij nachtelijke warmte opwellingen voor een frisse, goed geventileerde kamer, vermijd al te warme dekbedekking ...

    Vaginale droogte en overvloedige vochtafscheiding

    Sommige patiënten hebben last van droge vaginale slijmvliezen, andere hebben last van overvloedig slijmverlies. Op zich zijn dit normale verschijnselen bij hormonale behandeling. U hoeft zich hierover niet ongerust te maken.

    Raadpleeg evenwel uw arts als u jeuk of pijn hebt: geïrriteerde vaginale slijmvliezen zijn gevoelig aan infecties en deze worden best behandeld.

    Gebruik een glijmiddel als u pijn hebt tijdens betrekkingen.

    Risico op osteoporose (botontkalking)

    Sommige hormonale behandelingen (Tamoxifen) beschermen de botten, andere versnellen dan weer botontkalking (osteoporose).

    Er bestaat medicatie die het kalkverlies uit de botten afremt, maar u kan ook een aantal maatregelen nemen om het botverlies tot een minimum te beperken:

    Blijf voldoende in beweging, neem voldoende calciumrijk voedsel in (melk, kaas, ...).

    Kalk- en vitaminesupplementen neemt u best in na overleg met uw arts.

    Andere bijwerkingen

    Elke medicatie kan aanleiding geven tot huiduitslag, wat maag- of darmlast. Aarzel niet om uw arts aan te spreken als u hieromtrent vragen hebt .

    1
  • Hormoontherapie: types
    Terug

    Naast de hormoongevoeligheid van de tumor zijn er ook andere factoren die bepalen welke behandeling nu het meest geschikt is: de menopauzale status, de leeftijd van patiënt, de ernst van de ziekte, groeisnelheid van de tumor, de aanwezigheid van uitzaaiingen in vitale organen ....

    Ook de algemene toestand en de medische voorgeschiedenis zijn bepalend voor de keuze van de hormonale behandeling. Uw arts zal u hier uitgebreid kunnen over informeren. Zo zal ook nader ingegaan worden op de optimale duur en het optimale tijdstip om de hormonale behandeling op te starten. Dit kan immers sterk variëren naargelang de ernst van de ziekte en de begeleidende behandelingen.

    Types hormonale therapie

    Wij beschikken over een aantal mechanismen om de werking van vrouwelijke hormonen te beïnvloeden. Ze worden hieronder heel kort beschreven.

    Blokkeren hormoonproductie door eierstokken

    Bij de premenopauzale patiënte wordt de overgrote meerderheid van vrouwelijke hormonen geproduceerd door de eierstokken. Dit proces wordt centraal gereguleerd door de de hypofyse. Deze klier bevindt zich ter hoogte van de hersenen. De eierstok homoonproduktie kan afgeremd worden door de eierstokken chirurgisch te verwijderen of door de eierstokken te bestralen.
    Er bestaan ook medicaties die een centraal werkingsmechanisme hebben en zo de hormoonproduktie op niveau van de eierstokken afremmen. Het gaat hier om inspuitingen die maandelijks moeten toegediend worden.

    Anti-oestrogenen

    Anti-oestrogenen, zoals bv. Tamoxifen, blokkeren de receptoren en verhinderen zo dat de circulerende hormonen zich op deze 'landingsplaatsen ' gaan binden. Op deze manier wordt het groeistimulerend effect van oestrogen tegengegaan.

    Tamoxifen wordt ingenomen onder de vorm van pilletjes. De duur van behandeling kan sterk variëren.

    Anti-oestrogenen kunnen als enige vorm van therapie toegediend worden of in combinatie met andere behandelingen:  voor of na heelkunde, na chemotherapie, in combinatie met immunotherapie, tijdens bestraling... Zowel pré-als postmenopauzale patiënten kunnen hiermee behandeld worden.

    Aromatase inhibitoren

    De aanmaak van hormonen is enkel mogelijk dankzij de werking van een aantal enzymen. Aromatase is een enzym dat de productie van oestrogenen mogelijk maakt. Bepaalde medicaties (de aromatase inhibitoren) zijn in staat om de werking van dit 'aromatase' enzym te remmen. Zij worden dan ook gebruikt bij de behandeling van borstkanker: Anastrozole (Arimidex), Letrozole (Femara), Exemestane (Aromasin).

    Ook deze medicatie kan als enige behandeling aangewend worden of in combinatie met andere therapieën. In bepaalde gevallen volgen de aromatase inhibitoren na een initiële behandeling met anti-oestrogenen.

    Het is belangrijk om te vermelden dat deze behandeling enkel kan toegediend worden bij postmenopauzale patiënten.

    1
  • Immunotherapie: Herceptin
    Terug

    HERCEPTIN (trastuzumab) is een relatief nieuw geneesmiddel in de behandeling van bepaalde types borstkanker. Het werkingsmechanisme berust op een reactie tussen Herceptin met een specifiek eiwit (HER2NEU) op de celmembraan van de tumorcellen. Slechts een minderheid van de borstkankers, ongeveer 20 %, vertonen deze eigenschap en alleen bij die patiënten wordt Herceptine gebruikt. Dit eiwit op de celmembraan en dus de gevoeligheid voor Herceptin kan met een moleculaire diagnostische techniek op het gezwel in de borst onderzocht worden (zogenaamde FISH-test).
    Tot recent werd Herceptin enkel erkend en gebruikt voor de behandeling van patiënten met gevorderde borstkanker, dit wil zeggen bij patiënten die ook metastasen of ‘uitzaaiingen’ hebben. Bij deze groep patiënten verlengt Herceptin de overleving en verbetert Herceptin ook de levenskwaliteit. Zowel bij gebruik van het medicament alleen, als in combinatie met chemotherapie. Vele duizenden patiënten werden met dit geneesmiddel reeds met succes behandeld.

    Recent is gebleken dat Herceptin ook zeer nuttig kan zijn bij de behandeling van vroegtijdig behandelde borstkanker waar nog geen sprake is van metastasen. Om de definitieve genezingskansen te verbeteren wordt soms na (soms ook voor) de operatie, waarbij de tumor verwijderd is, radiotherapie, chemotherapie en/of hormonale behandeling toegediend. De resultaten van een aantal grote Europese en Amerikaanse studies bij dergelijke patiënten tonen duidelijk aan dat het toevoegen van Herceptin aan de klassieke behandelingen de genezingskansen verder beduidend doet toenemen: na 1 jaar behandelen met Herceptin blijken de kansen om terug ziek te worden met ongeveer 50 % te verminderen terwijl de bijwerkingen gering zijn.

    Toediening

    Herceptin wordt ambulant toegediend via de dagkliniek langs intraveneuze weg. Zoals de chemotherapie toegediend wordt, kan het via een infuus in de arm of via een poortcatheter. Het inlopen duurt anderhalf uur. Nadien volgt een observatieperiode van vier en een half (eerste keer) tot een half uur (volgende keren). De toediening wordt om de 3 weken herhaald, voor een periode van 1 jaar of tot belangrijke nevenwerkingen optreden.

    Bij patiënten met gevorderde ziekte kan Herceptin in combinatie met chemotherapie toegediend worden op wekelijkse basis.

    Bij de start en na 3, 6 en 12 maanden behandeling wordt de functie van de hartspier gecontroleerd met een isotopenonderzoek of met een echografie. Indien de hartfunctie achteruitgaat wordt de behandeling uiteraard gestopt.

    Indicaties

    • Bij het geopereerde vroegtijdig borstcarcinoom met positieve FISH-test;
    • Na aanvullende chemotherapie en radiotherapie;
    • Binnen de 12 weken na chemotherapie of binnen de 8 weken na radiotherapie en na bevestiging van een normale hartspierfunctie.
       

    Bijwerkingen

    Naast een zeldzame allergische reactie wordt slechts in een heel beperkte groep van behandelde patiënten (0,5 %) ernstig hartfalen gezien.

    1
  • Immunotherapie: Lapatinib
    Terug

    Lapatinib (Tyverb) is een nieuw geneesmiddel in de behandeling van bepaalde types borstkanker.
    Door veranderingen (mutaties) in het DNA van specifieke genen die de celdeling regelen en controleren, kunnen cellen ontstaan die ongecontroleerd kunnen delen: de kankercel. Bij de controle op die celdeling spelen interacties tussen cellen een rol, met het doorgeven van signalen aan de celoppervlakte. Soms zijn er te veel groeisignalen, soms te weinig stopsignalen. Al deze signalen moeten hun weg vinden naar de celkern. Deze signaaloverdracht begint aan het celoppervlak via bepaalde receptoren, en wordt bemiddeld via een intracellulair enzym: tyrosinekinase.
    Tyrosinekinaseremmers kunnen de signaaloverdracht stilleggen en de verhoogde celdeling blokkeren.
    Lapatinib is dus een tyrosinekinaseremmer, een kleine molecule die door het celmembraan dringt.
    Slechts een minderheid van de borstkankers, ongeveer 20%, heeft deze receptor. Enkel bij deze patiënten die deze receptor hebben, is toediening van Lapatinib zinvol. Of dergelijke receptor aanwezig is op de celwand en dus gevoelig is voor Lapatinib, kan getest worden op de tumorcellen met de zogenaamde FISH-test.

    Toediening

    Lapatinib zijn tabletten en worden via de mond ingenomen. Het medicament wordt voorgeschreven door de oncoloog en meegegeven uit de ziekenhuisapotheek.

    • Het geneesmiddel moet elke dag rond hetzelfde tijdstip ingenomen worden en dit minstens 1 uur vóór of 1 uur na de maaltijd. Lapatinib kan ingenomen worden als een suspensie opgelost in water of in een niet-bruisende vruchtendrank (geen pompelmoessap). Het wordt echter aanbevolen om de tabletten niet te pletten of op te lossen.
    • Geen pompelmoezen eten of pompelmoessap drinken tijdens de behandeling, omdat dit de werking van Lapatinib kan verzwakken.
    • Bepaalde geneesmiddelen mogen niet tegelijkertijd worden ingenomen wegens de mogelijke wisselwerking met het geneesmiddel. Andere geneesmiddelen moeten altijd in overleg met de behandelend arts ingenomen worden.

    Bewaring
    Het product moet op kamertemperatuur worden bewaard en worden beschermd tegen zonlicht.

    Indicaties

    Momenteel wordt Lapatinib in studieverband (ALTTO) gegeven aan patiënten met een vroegtijdig vastgestelde borstkanker, een positieve FISH-test en na chemotherapie en radiotherapie. Er zijn verschillende behandelschema’s mogelijk.

    Ook aan patiënten met een vergevorderde borstkanker wordt Lapatinib toegediend in combinatie met chemotherapie, na eerdere behandelingen met chemotherapie.

    Bijwerkingen

    De voornaamste bijwerkingen zijn diarree, gebrek aan eetlust, misselijkheid, vermoeidheid en huiduitslag. Deze bijwerkingen zijn meestal mild.

    Advies bij gewichtsverlies en diarree

    • Veel drinken: 1,5 tot 2 liter water, frisdrank of bouillon per dag.
    • Vermijd te koude dranken, koffie en alcohol.
    • Het is raadzaam bij alles wat u drinkt vast voedsel zoals beschuit of toast te gebruiken. Hierdoor wordt het vocht in de darmen gebonden.
    • Eet geen peperkoek.
    • Vermijd rauwkost, koolsoorten, uien en vers fruit.
    • Bananen zijn wel toegestaan.
    • In geval van diarree kan Imodium ingenomen worden na overleg met de arts.
    • Spoel de mond met een mondspoeling in geval van ontstoken mondslijmvliezen.

    Advies bij huiduitslag

    Huiduitslag treedt op bij 50% tot 100% van de patiënten. Het start meestal binnen de twee weken na het opstarten van de behandeling en verbetert of verdwijnt na een paar weken. Hoewel de huiduitslag soms acneïform wordt genoemd, is het geen echte acne en kan het dus niet op die manier behandeld worden. Het verschijnt meestal als droge, jeukende en schilferende huid, vooral op plaatsen waar veel talgklieren voorkomen zoals gezicht, nek en schouders.

    • Gebruik geen geparfumeerde vochtinbrengende crèmes vanaf het begin van de behandeling.
    • Gebruik milde hydraterende douchegel of doucheolie.
    • Gebruik dagcrème met zonnefilter.
    • Gebruik, indien gewenst, camouflerende make-up op waterbasis.
    • Gebruik een huidvriendelijk en vloeibaar middel om make-up te verwijderen.
    • Vermijd blootstelling aan zonlicht, harde wind en vochtigheid.
    • Vermijd irriterende middelen.
    • Vermijd sterke parfums.
    • Vermijd alcoholhoudende huidproducten.
    • Vermijd strakke, schurende kleding.
    • Vermijd acnemiddelen die u zonder voorschrift kunt verkrijgen. Vraag advies aan uw behandelend arts.

    Bij minder dan 1% van de patiënten kan vier tot acht weken na aanvang van de therapie nagelbeschadiging optreden. Dit kan zich uiten als een ontsteking van de nagelriemen, meestal aan de voetnagels. Ontsmettende voetbaden en lokale zalfjes met antibiotica en corticoïden zijn soms aangewezen.

    1
  • Fysiotherapie en revalidatie

    Na een sentinelklierprocedure of okselklieruitruiming kunnnen schouder- en armbewegingen pijnlijk zijn of kan de mobiliteit verminderd zijn. Meestal is dit een fenomeen van voorbijgaande aard is. Vrij snel na de ingreep start de kinesist een oefenprogramma met als doel de beweeglijkheid van het schoudergewricht te verbeteren.
    Bij een okelklieruitruiming zal de kinesit de oefeningen met u opstarten om het risico op lymfoedeem in de arm te verkleinen. Tevens zal hij u advies geven omtrent de preventie van armoedeem en een meting van de arm uitvoeren (herpetz meting).
    De oefeningen herhaalt u verder thuis. Soms is bijkomende begeleiding door een kinesist noodzakelijk. Bij ontslag ontvangt u de nodige voorschriften van uw behandelende arts.

    • Revalidatie van de arm en schouder
    • Lymfoedeem
    • Oncorevalidatie
    0
  • Revalidatie van de arm en schouder
    Terug

    Na een sentinelklierprocedure of okselklieruitruiming kunnen schouder- en armbewegingen pijnlijk zijn of kan de mobiliteit verminderd zijn. Meestal is dit een fenomeen van voorbijgaande aard. Vrij snel na de ingreep start de kinesist een oefenprogramma met als doel de beweeglijkheid van het schoudergewricht te verbeteren.

    Bij een okselklieruitruiming zal de kinesist de oefeningen met u opstarten om het risico op lymfoedeem in de arm te verkleinen. Tevens zal hij u advies geven omtrent de preventie van armoedeem en een meting van de arm uitvoeren (herpetz meting).

    De oefeningen herhaalt u verder thuis. Soms is bijkomende begeleiding door een kinesist noodzakelijk. Bij ontslag ontvangt u de nodige voorschriften van uw behandelende arts.

    Volumemeting van de arm: de Herpertz-methode

    !!! enkel bij okselklieruitruiming!!!

    Tijdens de ziekenhuisopname doet de kinesitherapeut een omtrekmeting op 4 punten van de armen.

    Met de Herpetz-methode kan uit deze metingen een relatief percentage oedeemvolume worden berekend. Bij het bereiken van 10 % volumeverandering tussen de arm van de geopereerde en niet-geopereerde zijde spreekt men van lymfoedeem en moet een complexe fysische behandeling worden ingesteld

    1
  • Lymfoedeem
    Terug

    Ons lichaam heeft een netwerk van lymfeklieren en lymfebanen waarin er lymfevocht stroomt, vergelijkbaar met ons bloedvatensysteem.
    Dit netwerk van lymfevaten brengt het lymfevocht doorheen ons ganse lichaam. Het lymfevocht bevat witte bloedcellen die ons beschermen tegen infecties. Lymfoedeem is een abnormale ophoping van eiwitten en vocht in het lichaamsweefsel als gevolg van een verstoord evenwicht in de aanvoer en afvoer van vocht.

    Het verwijderen van de lymfeklieren en lymfebanen in de oksel zorgt ervoor dat de vochtafvoer in de arm veranderd, het maakt het moeilijker om het vocht in de arm te laten circuleren naar andere delen van het lichaam. Indien de achterblijvende lymfebanen onvoldoende zijn om het vocht uit de arm en de borst te draineren, zal dit vocht zich opstapelen en zal er zwelling of lymfoedeem in de arm ontstaan. Bestraling van de borst en de oksel kan hetzelfde effect op de lymfebanen veroorzaken als chirurgie. Vrouwen bij wie er veel lymfeklieren werden verwijderd en die radiotherapie op de oksel ondergingen, hebben het hoogste risico op het ontwikkelen van lymfoedeem. Lymfoedeem treedt meestal niet acuut op, het ontwikkelt zich langzamerhand. De zwelling kan de eerste tijd heel mild blijven, maar zelfs jaren later verder evolueren. We verwachten dat door het aanwenden van nieuwe heelkundige technieken, zoals de sentinelprocedure, er veel minder vrouwen lymfoedeem zullen ontwikkelen. Ook al blijft er nog heel wat te leren over lymfoedeem, toch zijn er een aantal maatregelen die kunnen genomen worden om het risico op armoedeem te beperken. Eenmaal opgetreden kan lymfoedeem niet genezen toch kan vroegtijdig ingrijpen de zwelling onder controle houden en verdere toename van de armdiameter voorkomen.

    • Preventie
    • Tekenen van lymfoedeem
    • Opsporen en behandelen van lymfoedeem
    1
  • Lymfoedeem: preventie
    Terug

    Hoewel geen enkele studie heeft aangetoond dat lymfoedeem effectief kan voorkomen worden, volgen experts volgende basisregels, die het risico op lymfoedeem verkleinen of uitstellen.

    Probeer infecties aan hand en arm te voorkomen
    Vermijd extreme warmte en koude
    Vermijd druk op arm en schouder
    Vermijd spierspanning
    Vermijd gewichtstoename

     

    Probeer infecties aan hand en arm te voorkomen

     Top

    Uw lichaam reageert op een infectie door het aanmaken van extra vocht, dit om de infectie te bestrijden. Verwijdering of beschadiging van de lymfevaten maakt het moeilijk om dit extra vocht te transporteren waardoor kans op zwelling ontstaat.
    Goede hygiëne en zorgvuldige huidverzorging kunnen helpen om infecties te voorkomen.

    Basisadviezen

    • Probeer wondjes te voorkomen, ontsmet steeds direct en dek af met en verband indien nodig.
    • Draag handschoenen bij ruwe karweien ( tuinieren, vuil huishoudelijk werk).
    • Gebruik regelmatig handcrème om kloofjes en kapotte nagelriemen te voorkomen.
    • Laat geen bloed afnemen aan de geopereerde zijde. Laat geen infuus aanleggen aan de geopereerde zijde. Laat de arts of verpleegkundige weten dat u een risico loopt om lymfoedeem te ontwikkelen.
    • Krab puistjes of insectenbeten niet open.
    • Onthaar de oksel elektrisch of gebruik eventueel een ontharingscrème.
    • Gebruik een vingerhoed bij het handwerken.
    • Neem bij kneuzingen, verstuikingen of ontstekingen contact op met uw arts.


    Vermijd extreme warmte en koude

     Top

    Net als infecties, kunnen ook brandwonden het lichaam aanzetten om extra vocht te produceren, wat kan leiden tot zwelling van de arm of hand.

    Basisadviezen

    • Bescherm uw arm tegen zonnebrand. Gebruik zonnebrandcrème met voldoende beschermende factor, of blijf uit de zon gedurende de warmste periode van de dag.
    • Pas op met heet douchen, baden, sauna bezoek.
    • Gebruik bij huishoudelijk werk niet te heet water.
    • Wees voorzichtig met stoom (aardappelen afgieten e.d.).
    • Vermijd oliespatten bij het koken.
    • Gebruik geen kruiken, kersenpitkussens of cold-hotpacks voor je arm of schouder.
    • Gebruik ovenwanten.
    • Span u bij warm weer niet overmatig in, las pauzes in en doe af en toe arm en schouderoefeningen.


    Vermijd druk op arm en schouder

     Top

    Afklemming of druk op de arm zorgen voor druk op de nabij gelegen bloedvaten. Dit kan leiden tot toename van vocht en zwelling.
    Sommige vrouwen associeerden druk met het ontstaan van hun lymfoedeem.
    Lymfoedeem gaat soms ook samen met vliegreizen, waarschijnlijk als gevolg drukverschil.

    Basisadviezen

    • Draag geen knellende kleding, handschoenen of sieraden.
    • Vermijd zware handtassen met schouderriemen.
    • Koop geen zware prothese, kies eventueel voor een lichtgewicht exemplaar of voor een contact prothese, die op de huid geplakt wordt en dus minder aan de schouder hangt.
    • Laat geen bloeddruk nemen langs de geopereerde zijde.
    • Neem tijdens vliegreizen wat beweging en doe af en toe wat oefeningen.
       

    Vermijd spierspanning

     Top

    Het is belangrijk de geopereerde zijde te gebruiken voor normale dagelijkse activiteiten, zoals het borstelen van uw haar, het baden, … en dit om sneller te genezen en kracht te herwinnen.
    Maar opgelet! Overmatige belasting van de arm kan een aanleiding zijn tot het ontstaan van lymfoedeem.
    Het is een goed idee om deze suggesties te volgen waar mogelijk:

    • Gebruik uw aangetaste arm zo normaal mogelijk. Blijf de activiteiten doen die u vóór uw chirurgie deed zodra u volledig, ongeveer vier tot zes weken na chirurgie of stralingsbehandeling bent hersteld.
    • Oefen maar probeer niet uw arm te overbelasten. Alvorens om het even welke zware oefening aan te vatten, zoals tennis, bespreek dit met uw arts, verpleegkundige, of kinesitherapeut. Zij kunnen mee beslissen welk niveau van activiteit voor u juist is. Vraag uw arts of kinesitherapeut of het nodig is een steunkous te dragen tijdens zware activiteiten.
    • Gebruik uw gezonde arm zoveel mogelijk om zware gewichten zoals de kinderen, kruidenierswaren en handtassen te dragen.

     

    Vermijd gewichtstoename

     Top

    Omdat extra vet in de arm meer bloedvaten vereist, leidt dit tot meer vloeistof in de arm en zorgt zo voor een grotere last op de aanwezige lymfebanen.
    Minstens 2 studies hebben aangetoond dat gewichtstoename na mastectomie een hoger risico van lymfoedeem betekent. Vrouwen die zwaarlijvig zijn zouden meer kans op een ernstige vorm van lymfoedeem hebben.

    1
  • Lymfoedeem: symptomen
    Terug

    Alle maatregelen ten spijt kan er toch lymfoedeem ontstaan, ook al is het alleen bij inspanning. Waarom de één het wel krijgt en de ander niet is niet duidelijk.

    De symptomen die zich kunnen voordoen in arm, hand, oksel, borst of rug zijn:
    • Zwelling
    • Een zwaar gespannen of moe gevoel
    • Functieverlies of bewegingsbeperking
    • Pijn en / of tintelingen

    Als u deze symptomen merkt kunt u eerst proberen de arm rust te geven en hoger te leggen. Als de klachten de volgende dagen niet verminderen neem dan contact op met de uw huisarts of specialist. Hoe eerder maatregelen getroffen worden hoe groter de kans dat lymfoedeem kan verholpen worden.

    1
  • Lymfoedeem opsporen en behandelen
    Terug

    Opsporen lymfoedeem: de Herpetz-meting

    Na uw operatie komt de kinesist bij u op de kamer en zal een omtrekmeting uitvoeren op 4 plaatsen van beide armen. Deze metingen zullen later herhaald worden. Met de Herpertz-methode kan uit deze metingen een relatief percentage oedeemvolume worden berekend.

    Behandeling lymfoedeem

    Bij het bereiken van 10% volumeverandering tussen de arm van geopereerde en niet-geopereerde zijde moet een complexe fysische behandeling worden ingesteld bestaande uit manuele lymfdrainage volgens dr. Vodder, oefeningen en pneumatische compressietherapie met een meerkamermanchette. Dagelijks wordt de arm na de behandeling ingezwachteld.

    Deze intensieve behandeling wordt tot 3 maal per week uitgevoerd en dit gedurende 1 à 3 maand.
    Bij stabilisatie van de zwelling wordt eventueel gedurende 1 jaar een onderhoudsbehandeling gegeven van 1 à 2 maal per week.
    Tevens wordt ook het dragen van een elastische compressiekous aanbevolen.

    1
  • Klinische studies

    De artsen van de Borstkliniek OLV werken mee aan een aantal klinische studies rond de behandeling van borstkanker. Het kan dat men u, tijdens uw therapie, vraagt om aan zo'n klinische studie uw medewerking te verlenen. Uiteraard kan dit alleen maar als u voldoende begrijpt wat zo'n klinische studie inhoudt.

    Wat zijn klinische studies?
    Wie komt voor een studie in aanmerking?
    Word ik voldoende geïnformeerd?
    Hoe verleen ik mijn toestemming?
    Waarom aan een studie deelnemen?
    Zijn er extra kosten bij deelname aan studies?
    Welke studies lopen binnen de Borstkliniek OLV Aalst?

     

    Wat zijn klinische studies?

     Top

    Klinische studies zijn onderzoeken waarbij het effect en de bijwerkingen van nieuwe behandelingsmethodes worden geëvalueerd of waarbij het effect van twee gelijkaardige (al dan niet medicamenteuze) behandelingen worden vergeleken.
    Nieuwe medicijnen worden eerst in laboratoria ontwikkeld en uitgetest.

    Als de resultaten van deze testen veelbelovend zijn, moet men deze resultaten bevestigen op een bepaalde groep patiënten. Soms zijn duizenden patiënten in één studie nodig om de efficaciteit van een bepaalde behandelingsmethode te bewijzen. Om deze reden proberen we zoveel mogelijk mensen te stimuleren om deel te nemen aan dergelijke studies.
     

    Wie komt voor een studie in aanmerking?

     Top

    Uiteraard komt niet elke patiënt in aanmerking voor deelname aan een klinische studie. U moet voldoen aan een aantal uiteenlopende criteria, die volgens studieprotocol nogal eens kunnen variëren: bijvoorbeeld uw leeftijd, vroegere behandelingen, uitgebreidheid van uw aandoening, type tumor, ...

    Indien u in aanmerking komt voor een bepaalde studieprotocol, zal uw arts u contacteren.
     

    Word ik voldoende geïnformeerd?

     Top

    Ieder onderzoek heeft zijn specifieke aspecten. Voordat u aan een klinisch onderzoek begint, geven de onderzoeksarts en datamanager een uitgebreide voorlichting waarbij alle belangrijke elementen van het onderzoek aan de orde komen.

    Na dit gesprek kunt u de informatie rustig nalezen in de brochure van de studie (de schriftelijke patiënteninformatie). In de patiënteninformatie staan de volgende onderwerpen beschreven: de reden van de studie, de te testen behandeling, de fase waarin het onderzoek zich bevindt, de mogelijke risico's en voordelen en een overzicht van de onderzoeken (zoals röntgenfoto's en bloedonderzoek) die nodig zijn.

    U bepaalt zelf hoe lang u over uw eventuele deelname wilt nadenken. U kunt altijd vragen stellen tot u alle informatie hebt die nodig is.

     

    Hoe verleen ik mijn toestemming?

     Top

    Pas wanneer u helemaal overtuigd bent van de waarde van de studie en u besluit deel te nemen aan een studie, wordt zowel u als de onderzoeksarts gevraagd een toestemmingsformulier te ondertekenen. Daarna wordt u uitgenodigd voor een screening. Tijdens de screening ondergaat u een algemeen lichamelijk onderzoek en wordt een aantal aanvullende onderzoeken uitgevoerd. De uitslag van de screening bepaalt of u werkelijk kunt starten met het onderzoek, omdat elk onderzoek bepaalde eisen stelt aan de lichamelijke toestand van de deelnemers.

    Belangrijk om te weten is dat u altijd het recht hebt om op elk ogenblik uit de studie te stappen en dat u zich hierover niet hoeft te verantwoorden. Als u de studiebehandeling stopt, bekijkt uw behandelend arts uiteraard wat voor u verder de meest geschikte behandeling is en volgt hij u hiervoor verder op.
     

    Waarom aan een studie deelnemen?

     Top

    De reden om aan dergelijke studies deel te nemen kan heel uiteenlopend zijn: sommige patiënten nemen deel omdat ze als eerste een nieuwe behandeling willen proberen, anderen hopen zo hun genezingskansen te verhogen of hun levenskwaliteit te verbeteren.  Anderen willen dan weer bijdragen aan de vooruitgang van het wetenschappelijk kankeronderzoek en hopen vooral andere toekomstige kankerpatiënten te kunnen helpen!
     

    Zijn er extra kosten bij deelname aan een studie?

     Top

    Het is belangrijk dat u weet dat deelname aan een klinische studie geen extra financiële kosten met zich meebrengt. Daarover en over de kwaliteit van de studie waakt een ethisch comité. Dit onafhankelijk comité dient formele goedkeuring te geven aan een studieprotocol vooraleer dit binnen het ziekenhuis patiënten kan includeren. 
     

    Welke studies lopen binnen de Borstkliniek OLV Aalst ?

     Top

    Binnen de Borstkliniek OLV Aalst zijn er steeds een aantal studieprotocols lopende. U kunt hiervoor altijd terecht bij de verschillende artsen van de OLV Borstkliniek of de datamanagers.

    0
  • Patiëntenbegeleiding Borstkliniek

    Misschien werd u op de hoogte gebracht dat u een gezwel heeft ter hoogte van de borst of kreeg u ander nieuws te horen. U kreeg allerlei medische informatie van de artsen, maar wellicht zijn er nog dingen die voor u niet zo duidelijk zijn, of hebt u gewoon nood aan een gesprek. Misschien heb je vragen van niet medische, eerder van praktische aard. Ook hiervoor kan u steeds beroep doen op de dienst patiëntenbegeleiding oncologie.

    • Borstverpleegkundige
    • Psycho-sociale begeleiding
    • Psychologische begeleiding
    • Palliatief Support Team
    0
  • Borstverpleegkundige
    Terug

    Het vermoeden hebben van borstkanker of meegedeeld worden dat u als vrouw borstkanker heeft, is een zware confrontatie. De borstverpleegkundige wil u en uw familie ondersteunen gedurende uw ziekteverloop en een aanspreekpunt zijn.

    Tijdens het eerste consult bij de arts maakt u reeds kennis met de borstverpleegkundige. Samen met de patiëntenbegeleiding borstkliniek is ze uw aanspreekpunt gedurende uw hele ziekteproces.
    Wanneer de diagnose gesteld wordt, geeft ze u informatie over het ziekteverloop: wat is borstkanker, wat is de borstkliniek, welke onderzoeken staan u te wachten,...". In geval van ingreep ziet de borstverpleegkundige u zowel voor als na de operatie. Tevens is ze een aanspreekpunt voor u en uw familie. Hetzelfde geldt voor ziekenhuisartsen én huisartsen.

    Gedurende uw verdere ziekteverloop zal u de borstverpleegkundige u op regelmatige tijdstippen ontmoeten. Natuurlijk kan u haar ook steeds bereiken voor vragen. Zij kan u doorverwijzen naar uw behandelende arts of verwijzen naar andere psychosociale medewerkers.

    1
  • Psycho-sociale begeleiding
    Terug

    Voor psycho-sociale begeleiding zal u contact hebben met één van de vier sociaal verpleegkundigen die werkzaam zijn op de dienst patiëntenbegeleiding oncologie, namelijk Ann Biebaut, Linde Houbracken, Rita Vranken of Nele De Roo.

    Wanneer zijn wij beschikbaar?
    Wat kunnen wij doen voor u voor de ingreep?
    Wat kunnen wij doen voor u na de ingreep, tijdens uw opname?
    Welke informatie kan ik krijgen over een borstprothese?
    Wat kunnen wij doen voor u bij het opstarten van de nabehandeling?
    Welke informatie kan ik krijgen voor de aankoop van een pruik?
    Wat kunnen wij doen voor u bij de bestraling?
    Wat kunnen wij doen voor u tijdens de chemotherapie?
    Wat wordt er nog georganiseerd?
    Waar vind ik meer informatie over interessante literatuur?

     

    Wanneer zijn wij beschikbaar?

     Top

    Wij zijn voor u beschikbaar tijdens de ganse periode van de behandeling, vanaf het moment dat u de diagnose heeft gekregen tot en met de controle consultaties na de behandeling (heelkunde, bestraling, chemotherapie of hormonale therapie).

    Ter gelegenheid van de ingreep en bij de start van de nabehandeling brengen wij u spontaan een bezoekje. Ook nadien wordt u verder opgevolgd. Wenst u ons op een ander moment nog te spreken, dan kan de behandelende arts of kan uzelf met ons contact opnemen. Wij zijn steeds bereikbaar tussen 8h30 en 17h00 op het telefoonnummer 053 72 44 79 of
    053 72 40 13.

     

    Wat kunnen wij voor u doen voor de ingreep?

     Top

    De diagnose horen van borstkanker, kan vele emoties oproepen. Misschien heeft u nood om deze te uiten. Indien u dit wenst, kunt u ons na de consultatie contacteren zodat we u kunnen ondersteunen, een luisterend oor zijn. Indien gewenst kunnen wij u verdere psychologische begeleiding aanbieden.
     

    Wat kunnen wij voor u doen na de ingreep, tijdens uw opname?

     Top

    Via de behandelende arts worden wij op de hoogte gebracht van de ingreep. Tijdens uw opname komen wij langs om kennis te maken indien dit in vorige fase nog niet is gebeurd. Wij staan samen met u stil bij emoties en vragen van allerlei aard. Deze kunnen gaan over de thuiszorg, de nabehandeling, de voorlopige borstprothese. Ook uw partner en familie kunnen hierbij betrokken worden indien u dat wenst. Zij kunnen eveneens beroep doen op onze dienst.

    Welke dingen kunnen zoal aan bod komen?

    • Na de ingreep kan u enige moeite hebben om het huishoudelijk werk zelf te doen en heeft u misschien nood aan extra hulp. In samenwerking met verschillende thuiszorgdiensten (thuisverpleging, gezins- en bejaardenhulp, warme maaltijden) kunnen we dit in goede banen leiden;
    • Ook met vragen rond administratieve formaliteiten kan u bij ons terecht bijv. financiële tegemoetkomingen;
    • Uw verhaal nog eens kunnen vertellen kan bijdragen tot het gevoelsmatig herstel. Wij beluisteren uw zorgen en problemen en kunnen eventueel verdere psychologische begeleiding aanreiken;
    • Indien u vragen heeft in verband met de bestraling of de chemotherapie kunnen wij u hierover informeren. Ook praktische vragen zoals hoe moet ik dagelijks naar het ziekenhuis komen? Ik kan niet met de wagen rijden, ik ga mijn haar verliezen, waar kan ik een pruik kopen? kunnen besproken worden;
    • Indien u een borstamputatie heeft ondergaan, krijgt u de gelegenheid om een voorlopige borstprothese aan te schaffen (meer info : zie verder).

    Bij het einde van ons gesprek krijgt u ook de gepaste schriftelijke informatie mee, die kan dienen als aanvulling voor uw persoonlijke informatiebundel.
     

    Wat kunnen wij doen bij het opstarten van de nabehandeling?

     Top

    Na de ingreep wordt  beslist of u een nabehandeling nodig heeft en onder welke vorm deze zal gebeuren (bestraling, chemotherapie of  een hormonale behandeling). Deze beslissing wordt getroffen tijdens het wekelijks medisch overleg met de verschillende betrokken artsen en diensten. Na dit overleg wordt u uiteraard op de hoogte gebracht over de te volgen nabehandeling. U krijgt dan ook een afspraak met de arts die u zal begeleiden gedurende de nabehandeling.  Tijdens dit contact worden de verschillende aspecten van de behandeling overlopen en worden ondermeer ook de neveneffecten besproken.

    Indien u nood heeft om ons te spreken na deze consultatie kan u dit steeds doorgeven aan de secretaresse. Indien u dit contact niet onmiddellijk wenst, spreken wij elkaar bij de voorbereiding van de bestraling of bij de 1e toediening van de chemotherapie.
     

    Wat kunnen wij voor u doen bij de bestraling

     Top
    • Bij de voorbereiding van de bestraling werd voldoende tijd gepland voor een contact met onze dienst patiëntenbegeleiding,  om informatie door te geven over het verloop van de voorbereiding, over het verloop van de bestraling, over de neveneffecten, over praktische en financiële aspecten, over parkeermogelijkheden, enzomeer.
    • Tijdens dit contact kunnen we samen met u vervoer regelen, indien nodig. Hiervoor zoeken wij uiteraard naar de goedkoopste manier. Afhankelijk van de regio waar u woont of van het ziekenfonds waarbij u bent aangesloten kan dit vervoer volledig gratis of mits een kleine opleg. Mits een attest krijgt u een kilometervergoeding vanuit de mutualiteit. Het nodige attest verkrijgt u op het einde van de behandeling via het secretariaat van radiotherapie.
    • Tijdens de bestraling kan u steeds terecht bij ons voor emotionele ondersteuning, voor een luisterend oor, alsook voor allerlei praktische vragen. Eventueel staan wij stil bij de nevenwerkingen en kunnen wij een aantal tips aanreiken om aan deze nevenwerkingen te verhelpen.
       

    Wat kunnen wij voor u doen tijdens de chemotherapie?

     Top
    • Bij de 1e chemotherapie geven wij informatie door over de behandeling, hoe lang het duurt, de neveneffecten, het plaatsen van een catheterpoort, financiële informatie;
    • Tijdens uw behandeling komen wij regelmatig langs op de dagkliniek voor een ondersteunend gesprek;
    • Indien u zelf vragen heeft, kan u ons ook steeds verwittigen via de verpleegkundigen van de dagkliniek of via het secretariaat;
    • Een belangrijk neveneffect van chemotherapie is het haarverlies. Vanuit onze dienst kunnen wij u de nodige informatie geven rond haarprothesen, verkoopspunten, alsook het terugbetalingstarief en de kostprijs (meer info : zie verder).

       

    Welke informatie kan ik krijgen over een borstprothese?

     Top
    • Zoals hierboven reeds geschreven werd, krijgt u de mogelijkheid om voor uw ontslag een voorlopige borstprothese te passen. Tijdens ons gesprek stellen wij u deze mogelijkheid voor en u kan kiezen of u dit wenst of niet. Een voorlopige prothese wordt volledig terugbetaald door de mutualiteit. De noodzakelijke formaliteiten worden door onze dienst in samenwerking met Daniëlle gedaan.
    • Indien u geïnteresseerd bent, geven wij dit door aan Daniëlle en zij zal u een bezoek brengen op de kamer. Zij zal u ook informatie geven over aangepaste lingerie, badpak en een definitieve borstprothese. Uiteraard bent u niet verplicht om ook later van haar diensten gebruik te maken. Zij is terwerkgesteld in de thuiszorgwinkel in de Sint-Jorisstraat in Aalst.
    • Zowel de voorlopige als de definitieve prothese worden volledig terugbetaald door uw ziekenfonds.
       

    Wat wordt er nog georganiseerd?

     Top

    Verzorgingssessies

    Onder invloed van chemotherapie gaan gezonde cellen zoals deze van de huid, haar en nagels aangetast worden. Extra zorg dragen hiervoor is de boodschap. Daarom werd in samenwerking met de VLK 3 maal per jaar een verzorgingssessie ingericht onder het thema "look good, feel better".
    Een schoonheidsspecialiste begeleidt deze verzorgingsnamiddagen:

    • Een huidverzorging;
    • Een make-up sessie, met aandacht voor wenkbrauwen, camoufleren van vlekken en oneffenheden van de huid, gebruik van aangepaste make-up, ...;
    • Advies over keuze van haarprothese, haarbanden en draperen van sjaaltjes.
       

    Gespreksgroepen

    Twee maal per jaar worden samenkomsten georganiseerd met patiënten die hieraan nood hebben. Het doel van deze bijeenkomsten is patiënten informatie en begeleiding aan te bieden, ongeacht hun leeftijd, de aard en de fase van hun ziekte, in de hoop dat zij hierdoor meer inzicht zouden verwerven in hun ziektetoestand, een groter gevoel van controle zouden krijgen over hun eigen levenssituatie, om zo positief mogelijk te leren omgaan met hun ziekte en om gestimuleerd te worden in hun zelfzorggedrag.

    Brochures liggen ter beschikking op de diensten waar patiënten verzorging krijgen en op onze dienst patiëntenbegeleiding.  Deze brochures bevatten ondermeer een inschrijvingsstrook en geven ook wat meer informatie over de inhoud van de gespreksnamiddagen en over de sprekers die deze begeleiden.

    Zie ook: Activiteiten georganiseerd door de OLV Borstkliniek.
     

    Waar vind ik meer informatie over interessante literatuur?

     Top

    We houden een lijst bij met interessante literatuur en websites. Indien u geïnteresseerd bent, kan u steeds met ons contact opnemen.

    Bovendien beschikken we over een patiëntenbibliotheek. Hier vindt u recente boeken en naslagwerken over borstkanker, geschreven vóór en dikwijls ook dóór borstkankerpatiënten. U kunt die uitlenen en thuis rustig doornemen. Indien u zelf een interessant boek hebt gelezen, kunt u ons dit melden zodat we dit ook voor andere mensen kunnen aanschaffen.
     

    Welke informatie kan ik krijgen over de aankoop van een pruik?

     Top

    Ten gevolge van chemotherapie zal u last hebben van haarverlies. U kan dan de keuze maken tussen een pruik en/of  het draperen van sjaaltjes. Misschien zal u zich de vraag stellen: Waar kan ik terecht voor een pruik? Hoeveel kost dat? Hoeveel krijg ik terugbetaald van de mutualiteit?  

    • Wij raden u aan om nog voor de haaruitval optreedt een haarprothesespecialist  te raadplegen, zodat het gemakkelijker is om uw kapsel zo goed mogelijk na te bootsen. Als uw keuze gemaakt is, kan u indien u dit wenst de haarprothese aanschaffen op het moment van de haaruitval. Op dat ogenblik neemt u terug contact op met de winkel en wordt uw pruik aangepast en bijgeknipt indien nodig;
    • U kan in het ziekenhuis terecht voor advies rond een pruik, het aanpassen en het onderhoud ervan.

    Een andere mogelijkheid is dat u buiten het ziekenhuis naar oplossingen zoekt. Wij kunnen u indien nodig een lijst van verkooppunten bezorgen.

    • Ook hier heeft u recht op een financiële tussenkomst vanuit de mutualiteit. U bezorgt hen twee documenten: enerzijds de factuur en anderzijds een medisch attest dat u bij ons kan bekomen.
    • Indien u een hospitalisatieverzekering hebt, kan u via deze dienst ook een tussenkomst krijgen.
    1
  • Psychologische begeleiding
    Terug

    Zoals u ongetwijfeld heeft gemerkt, brengt het ziek zijn heftige emoties met zich mee. Of u nu patiënt bent of partner, kind of familie van degene die ziek is. Door deze ingrijpende gebeurtenis ziet het leven er ineens anders uit, is de toekomst onzeker geworden. Misschien vraagt u zich af hoe het nu allemaal verder moet.

    Sommigen hervinden het evenwicht met de hulp van familie en vrienden. Anderen kunnen daarbij best een steuntje in de rug gebruiken van professionele hulpverleners.

    Een psycholoog kan de patiënt en diens naaste(n) op een systematische wijze helpen zich aan te passen aan deze nieuwe levenssituatie, zowel tijdens de behandeling als in de periode daarna.

    Vaak gaat het om problemen zoals angst en onzekerheid, depressie, woede, laag zelfbeeld en zelfwaardegevoel, veranderd lichaamsbeeld, veranderde intimiteit en seksualiteit, relatie- en gezinsproblemen, schaamte en schuld. Dit hoeft zeker niet als een teken van zwakte gezien te worden. Veelal is het een gevolg van andere factoren, die de psycholoog samen met u kan aanpakken.

    De psycholoog is er:

    • om steun te bieden bij het omgaan met het ziek zijn;
    • om hulp te bieden bij het vinden van een leefbare balans; en
    • om hulp te bieden bij een optimale verwerking.

    Voor wie? Welke begeleiding?
    Begeleiding tijdens en na de behandeling

    De begeleiding wordt gegeven door de psychologe, Tiny Van Keymeulen. Zij maakt deel uit van het behandelend team en de dienst Patiëntenbegeleiding oncologie.

    Voor meer informatie of als u een afspraak wenst te maken, kan u contact opnemen via het secretariaat op het nummer 053 72 44 79.

    1
  • Psychologische begeleiding - voor wie?
    Terug

    Iedereen is het erover eens dat kanker geen zuiver lichamelijke aangelegenheid is. Ze treft de patiënt tot in zijn diepste wezen; ze heeft gevolgen voor de partner en het gezin. Elke fase, van diagnose, naar behandeling tot herstel, kent zijn eigen zorgen en problemen.

    Elke patiënt, elk gezinslid heeft zijn eigen individuele manier om de gebeurtenissen te verwerken.

    Iedereen reageert op zijn eigen manier op kanker. Sommigen worden geconfronteerd met een veelheid aan emoties (b.v. opluchting en angst, verdriet en agressie), anderen met maar één enkele emotie (b.v. woede). Iemand kan totaal verdoofd of gevoelloos zijn. Gevoelens kunnen in al hun heftigheid en onverwachts naar boven komen, of zeer lang sluimeren...  De patiënt  kan zeer lang het gevoel hebben dat alles verwerkt is. Toch kan de angst ineens weer de kop opsteken.

    Omdat niet alleen de zieke wordt getroffen, maar ook de andere gezinsleden, kunnen individuele, relatie- en/of gezinsgesprekken geregeld worden.

    Afhankelijk van uw wensen en noden wordt samen met u bepaald hoe de verdere begeleiding eruit zal zien.

    De partner

    Partners van kankerpatiënten ervaren, evenals de patiënt zelf een hoge mate van stress in de tijd vlak na de diagnose, bij het optreden van een recidief, enz... Ze krijgen te maken met de verwerking van de eigen emoties en die van de zieke partner. Ook zij worden geconfronteerd met nare bijwerkingen tijdens de behandeling en met lichamelijke verminkingen door operaties, onzekerheid over de toekomst en angst voor de gevolgen van de ziekte. Daarenboven zijn de toename van verantwoordelijkheden door de zorg van de patiënt, het dagelijks huishouden en de opvang van de kinderen belastend voor de partner.

    Men vindt bij hen verminderde werkprestaties, slaap- en eetstoornissen, stress en aanpassingsproblemen.

    Belangrijk is dat de patiënt en de partner elkaar kunnen ondersteunen en opvangen in deze moeilijke periode. Soms vergt dit veel van de relatie, wat aanleiding kan geven tot relatieproblemen.

    Daarom willen we de partners van kankerpatiënten en de partnerrelatie de aandacht geven die zij verdienen. Dit is des te belangrijker omdat partners doorgaans minder emotionele steun krijgen dan de patiënten zelf.

    Het gezin en de kinderen in het gezin

    Het is uiterst belangrijk kinderen te betrekken bij wat er binnen hun gezin gebeurt. Ze voelen perfect aan dat er iets fout gaat. Als aan kinderen niet verteld wordt wat er gaande is, kunnen ze angsten ontwikkelen die erger zijn dan de realiteit. Ze vangen hier en daar dingen op en gaan hun eigen vervormde verhaal maken. Ze zijn namelijk zeer goed in het opmerken van dingen, maar veel minder goed in het juist begrijpen ervan. Daarom moeten ze de realiteit kennen. Het is ook belangrijk dat zij hun plaats krijgen binnen het gezinssysteem. Dit heeft hen het gevoel erbij te horen.

    Kinderen hebben een verbazend vermogen om om te gaan met de waarheid, zelfs met een droevige waarheid. Maar ze moeten hierbij goed opgevangen en ondersteund worden.

    Dit kan veel vragen van ouders. Ouders moeten zelf het slechte nieuws van de diagnose kanker en hun eigen emoties verwerken. Tegelijkertijd maken zij zich zorgen over hoe zij hun kinderen moeten helpen om te gaan met hun emoties.

    De psycholoog

    • kan tips aanreiken hoe u dit best kan aanpakken;
    • biedt ondersteuning naar u als ouder;
    • kan samen met u gesprekken aanknopen met uw kinderen.   

    Sommige kinderen hebben vragen die ze niet aan hun ouders durven te stellen omdat ze bang zijn hen teveel lastig te vallen met hun vragen en zorgen. Ook hierin kan de psycholoog hulp bieden en een klankbord zijn voor uw kinderen.

    1
  • Psychologische begeleiding tijdens en na de behandeling
    Terug
    Tijdens de behandeling

    Kanker heeft voor elke patiënt die ermee te maken krijgt grote gevolgen. Regelmatig is er sprake van enorme angst, onzekerheid, verwardheid en het besef van verlies op vele fronten.
    Emotionele moeilijkheden kunnen de kop opsteken.
    Anderzijds kunnen veel van de emotionele problemen na de diagnose ook vertaald worden in termen van verdriet om verlies.

    • Verlies van lichamelijke gezondheid en welbevinden
    • Verlies van onafhankelijkheid
    • Verlies van de normale rolpatronen
    • Verlies van goede vrienden of van wat men dacht goede vrienden te zijn
    • Verlies van het vertrouwde uitzicht of aanvoelen van het eigen lichaam
    • Verlies van een stukje van zichzelf
    • Verlies van werk, verlies van inkomen

       

    Na de behandeling, nazorg

    • Als de fysieke behandeling voorbij is en de patiënt het ziekenhuis mag verlaten of als de dagelijkse of wekelijkse ziekenhuisbezoeken achter de rug zijn, is het zeer goed mogelijk dat het emotionele herstel nog moet beginnen.
    • Nu het zo goed gaat en de ziekte weg blijft, verwacht de omgeving dat de (ex-)patiënt terug het leven zoals voorheen oppakt. Toch is dit niet zo eenvoudig als dat wel lijkt. Aanpassingsproblemen zijn in deze periode niet uitzonderlijk.
    • Misschien voelt de (ex-)patiënt zich aan haar lot overgelaten. Het feit dat iemand niet meer zo vaak wordt gecontroleerd kan meer angst opwekken over wat er in het lichaam (ongezien) gebeurt. Het is zeer goed mogelijk dat de (ex-)patiënt nog steeds met een zekere angst zit over de toekomst en twijfelt over de goede afloop van de ziekte. Vooral in de beginperiode kan angst voor herval de kop opsteken. Gezinsleden maken dezelfde overgang mee.
    1
  • Palliatief Support Team
    Terug

    Palliatieve zorg
    Binnen het OLV Ziekenhuis
    Samenstelling van het PST campus Aalst en Ninove
    Bereikbaarheid van het team
    Samenstelling van het PST campus Asse
    Bereikbaarheid van het team
    Inschakelen van het PST
    Kosten
    Stuurgroep Palliatieve Zorg

     

    Palliatieve zorg

     Top
    • is die zorg voor patiënten en hun naasten op het moment dat medisch gezien geen genezing meer kan worden verwacht;
    • legt het accent op kwaliteit, veeleer dan op kwantiteit van leven en wil het leven noch verlengen noch verkorten;
    • wil beantwoorden aan fysieke, psychologische, sociale, spirituele en existentiële noden en strekt zich, zo nodig, uit tot steun bij rouwverwerking;
    • wil de autonomie van de patiënt optimaliseren;
    • wenst zorg te dragen voor de hulpverleners die worden geconfronteerd met het lijden en de dood van hun patiënten (zorg voor de zorgenden).

       

    Binnen het OLV Ziekenhuis

     Top

    In het OLV Ziekenhuis, waar kwalitatief hoogstaande zorg een streefdoel is, mag extra aandacht voor de ongeneeslijk zieke patiënt niet ontbreken.
    De naasten en directe hulpverleners blijven ook in palliatieve situaties op de eerste plaats zorg dragen voor de stervenden.
    De patiënt, zijn familie en de hulpverleners kunnen beroep doen op een mobiel interdisciplinair team (PST) sinds september 2001.
    Samen proberen we te zorgen voor een sereen en menswaardig levenseinde. 
     

    Functieomschrijving van het Palliatief Support Team (PST)

     Top

    1.     Het PST dient een palliatieve zorgcultuur in het ziekenhuis in te voeren en uit te bouwen. 

    2.     Het PST neemt een consultfunctie op zich waarbij advies verleend kan worden aan alle hulpverleners, zonder evenwel de medische of verpleegkundige zorg voor patiënten over te nemen. Bij deze heeft het PST een tweedelijnsfunctie. De behandelende arts behoudt steeds de volledige verantwoordelijkheid voor de behandeling.  

    3.     Het PST staat in voor een permanente opleiding van het ziekenhuispersoneel om de deskundigheid betreffende palliatieve zorg te bevorderen. 

    4.     Het PST ontwikkelt een brugfunctie met de thuiszorg en residentiële zorginstellingen in de regio om opname, verblijf en ontslag van palliatieve patiënten in het ziekenhuis vlot te laten verlopen.
    Het optimaliseren van contacten met de huisartsen, de palliatieve thuiszorg, het regionaal Netwerk Palliatieve Zorg en andere diensten zijn van groot belang in het kader van de continuïteit van de geboden zorg. 

    5.     Het PST biedt aandacht aan rouwzorg. 

    6.     Het PST wil het ethisch denken t.a.v. bepaalde palliatieve problemen levendig houden, in nauwe samenspraak met de Stuurgroep Palliatieve Zorg. 

    7.     Het PST registreert en evalueert de eigen activiteiten.
     

    Samenstelling van het PST campus Aalst en campus Ninove

     Top
    • verpleegkundige (coördinator): Bert Vandenborne (voltijds) T. 053 72 14 85
    • arts anesthesist-pijnkliniek: dr. Kathleen De Wolf, T. 053 72 12 37
    • psycholoog: Verhas Myriam 053 72 14 84

       

     Bereikbaarheid van het team

     Top
    • Ma - vrij: tussen 8h30 - 17h15 
    • Bureel: F1
    • E-mail : palliatief.support.team@olvz-aalst.be
    • T. 053 72 46 65

       

     Samenstelling van het PST campus Asse

     Top
    • internist-geriater: dr. Ria Fabri, 02 300 63 78
    • psycholoog: Annelies Steurs, 02 300 60 94
    • hoofdverpleegkundige palliatieve zorgeenheid: ludo De Roo, 02 300 60 93

       

    Bereikbaarheid van het team

     Top
    • Bureel: derde verdieping blok H, kamer 6
    • E-mail: palliatief.support.team.asse@olvz-aalst.be
    • T. 02 300 60 94

       

    Inschakeling van het PST gebeurt

     Top
    • op vraag van de hulpverleners: na overleg met de patiënt en/of familie
    • op vraag van de patiënt en/of familie: na overleg met de hulpverleners.
       

    Kosten

     Top

    De zorgverlening van het PST is inbegrepen in de ligdagprijs.
     

    Stuurgroep Palliatieve Zorg

     Top

    Het PST is omringd door een Stuurgroep Palliatieve Zorg, welke bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende disciplines in het ziekenhuis.
    Geïnteresseerden uit het ziekenhuis kunnen contact opnemen met deze Stuurgroep.

    1
  • Activiteiten georganiseerd door Borstkliniek OLV Aalst

    De Borstkliniek van het OLV Ziekenhuis Aalst organiseert in het kader van de hoger geciteerde doelstellingen een aantal activiteiten.

    • Oncorevalidatie
       
    • Infosessies voor patiënten in samenwerking met VLK
       
    • Gespreksgroepen in samenwerking met VLK
       
    • "Look good, feel better" in samenwerking met de VLK
       
    • VLK-vrijwillger ontmoet mensen met kanker
       
    • "Goed Verzorgd, beter gevoel" in samenwerking met de Stichting tegen Kanker
       
    • Activiteiten georganiseerd met Leven Zoals Voorheen
       
    • Patiëntenbibliotheek
       
    • Nuttige links
    0
  • Infosessies voor patiënten in samenwerking met VLK
    Terug

    Sinds jaren organiseert de dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie in samenwerking met de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) infonamiddagen. Tijdens de infosessies geven artsen, kinesisten, diëtisten, sociaal verpleegkundigen, psychologen,... uitleg omtrent een aantal heel uiteenlopende zaken: wat is borstkanker, de behandeling en neveneffecten, aanvullende behandelingen, voeding, lymfedrainage, vermoeidheid…

    Programma

    Wat is borstkanker?
    Donderdag 6 oktober 2011
    Dr. Roelstraete, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek OLV Ziekenhuis Aalst

    Behandelingen bij borstkanker
    Donderdag 20 oktober 2011
    Dr. Roelstraete, radiotherapeut-oncoloog en coördinator Borstkliniek OLV Ziekenhuis Aalst

    Intimiteit, seksualiteit en kanker
    Donderdag 27 oktober 2011
    avondsessie van 19.30 tot 21.30 uur
    Ellen Troch, psycholoog OPST OLV Ziekenhuis Aalst

    Vermoeidheid en oncorevalidatie
    Donderdag 17 november
    Ann Biebaut, sociaal verpleegkundige OPST, Sylvie Evenepoel en Sandra De Wagter: kinesitherapeuten OLV Ziekenhuis Aalst

    Emoties en stress bij kanker
    Donderdag 1 december 2011
    Annelore Maes, psycholoog OPST OLV Ziekenhuis Aalst

    Menopauze en kanker
    Donderdag 15 december 2011
    Dr. Traen, gynaecoloog OLV Ziekenhuis Aalst

    Voor wie

    mensen geconfronteerd met kanker en mensen uit hun omgeving

    Duur

    telkens van 14u tot 17u

    Plaats van afspraak

    onthaal (nieuwbouw) om 13u45

    Prijs

    alle infosessies zijn gratis, inschrijven is verplicht

    Inschrijven

    OLV ziekenhuis Aalst, Rita Vranken, sociaal verpleegkundige OPST, tel: 053 72 40 14

    of rita.vranken@olvz-aalst.be

    Op deze infosessies kunnen de patiënten een begeleider (partner, familielid, vriend(in)…) meebrengen indien ze dit wensen.

    Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor alle, of voor enkele infosessies naar keuze.

    1
  • Activiteiten georganiseerd door Leven Zoals Voorheen

    Terug

    Voordracht
    "Met je kinderen spreken of niet"

    Zaterdag 19 november 2011
    Sarah Van Vreckem, Klinisch psycholoog OLV Ziekenhuis Aalst

    Lokatie

    OLV Ziekenhuis, Campus Aalst

    Tijdstip

    om 14 uur verzamelen aan het onthaal

    Contact

    Françoise Van Schuylenberg
    T. 053 77 28 16

    1
  • Gespreksgroepen in samenwerking met VLK
    Terug

    De gespreksgroep ‘leren leven en omgaan met kanker’ is een reeks van 10 bijeenkomsten waarop kankerpatiënten met lotgenoten van gedachten kunnen wisselen. Kankerpatiënten kunnen er hun verhaal vertellen en luisteren naar het verhaal van anderen. De nadruk ligt vooral op de emotionele verwerking van de ziekte. 

    Mensen met kanker kunnen in de gespreksgroep meer inzicht verwerven in zichzelf en in hun ziekte, een groter gevoel van controle krijgen over hun situatie, leren omgaan met hun gevoelens over kanker en ze leren uiten. Een gespreksgroep kan daardoor een therapeutische waarden hebben.

    Via de gespreksgroep leren mensen met kanker:

    • meer inzicht verwerven in hun ziekte en in zichzelf
    • omgaan met hun gevoelens en ze leren uiten
    • communiceren over hun ervaringen (met hun omgeving, arts, familie, enz...)
    • hanteren van negatieve gedachten en emoties
    • anders omgaan met spanning en onzekerheid
    • groeien in zelfbewustzijn en op die manier levenskwaliteit verbeteren
    • stilstaan bij een veranderde intimiteit
    • de kracht van ontspanning en relaxatie ervaren in het omgaan met onrust en angst

    Van de deelnemers wordt de bereidheid verwacht om stil te staan bij wat de ervaring met kanker voor hen betekent, en dit met andere mensen willen delen.

    Er wordt in de gespreksgroep echter niet alleen over kanker gepraat. Een even essentiële vraag is: "Hoe kan terug meer levenskwaliteit in het leven gebracht worden, ondanks aanwezige ongemakken en onzekerheden?"

    Deze gespreksgroep wordt begeleid door Tiny Van Keymeulen, psycholoog OPST OLV ziekenhuis 

    Data najaar 2011

    10, 17 en 24 oktober
    7, 14, 24 en 28 november
    5, 12 en 19 december

    Voor wie

    Mensen geconfronteerd met kanker en mensen uit hun omgeving

    Duur

    Reeks van 8 bijeenkomsten, telkens op maandag van 14u tot 17u

    Plaats van afspraak

    onthaal (nieuwbouw) om 13u45

    Prijs

    gratis, inschrijven is verplicht

    Inschrijven

    OLV Ziekenhuis Aalst, Rita Vranken, sociaal verpleegkundige OPST, tel: 053 72 40 14 of rita.vranken@olvz-aalst.be

    1
  • "Look good, feel better" in samenwerking met VLK
    Terug

    Het OLV Ziekenhuis organiseert in samenwerking met de Vlaamse Liga Tegen Kanker verschillende activiteiten voor kankerpatiënten en mensen uit hun omgeving.
    De workshop 'Look good, feel better' leert u technieken om nevenwerkingen van de behandeling te maskeren: de huid reinigen, dagcrème gebruiken, wenkbrauwen bijtekenen, vlekken camoufleren, keuze van haarprothese, haarbanden en sjaals,...

    De workshop wordt verzorgd door mevrouw Jenny Claeys, schoonheidsconsulente VLK

    Voor wie

    Mensen geconfronteerd met kanker

    Data 2011

    23/09/2011 en 02/12/2011

    Duur

    van 13u tot 17u

    Plaats van afspraak

    Onthaal (nieuwbouw) om 12u45

    Prijs

    Gratis, inschrijven is verplicht

    Inschrijven

    OLV Ziekenhuis Aalst, Rita Vranken, sociaal verpleegkundige OPST, tel: 053 72 40 14 of rita.vranken@olvz-aalst.be

    1
  • VLK vrijwilliger ontmoet mensen met kanker
    Terug

    Het OLV Ziekenhuis organiseert in samenwerking met de Vlaamse Liga tegen Kanker activiteiten voor mensen met kanker en hun omgeving. U kan ook een gesprek met een VLK-vrijwilliger aanvragen.

    U kan voor individuele steun terecht bij een goed opgeleide VLK-vrijwilliger. Die biedt een luisterend oor, kan problemen signaleren aan de zorgverleners in het ziekenhuis en u informeren over de diensten van het VLK.

    Voor wie

    Mensen geconfronteerd met kanker en hun omgeving

    Inschrijven

    OLV Ziekenhuis Aalst, Rita Vranken, sociaal verpleegkundige OPST, T. 053 72 40 14 of

    rita.vranken@olvz-aalst.be

    1
  • "Goed Verzorgd, beter gevoel" in samenwerking met de Stichti
    Terug

    Het OLV Ziekenhuis organiseert in samenwerking met de Stichting tegen Kanker activiteiten voor kankerpatiënten en hun omgeving. "Goed verzorgd, beter gevoel" is een gelaatsverzorging voor mensen met kanker.

    Waarom?

    Zowel de zieke zelf als de behandling van kanker hebben soms onaangename veranderingen van het uiterlijk tot gevolg: een kwetsbare, gevlekte of uitgedroogde huid, verlies van hoofdhaar, wenkbrauwen, wimpers, ...

    Als u er minder goed uitziet, voelt u zich ook minder goed... Het maakt u wellicht onzeker, u komt niet meer zo gemakkelijk onder de mensen en u stelt zich misschien vragen zonder een antwoord te vinden :

    • Wie heeft tips voor een aangepaste gelaatsverzorging?
    • Welke schoonheidsproducten kan ik best gebruiken?
    • Waar kan ik terecht met mijn vragen?

    Daarom heeft de Stichting tegen Kanker schoonheidsconsulenten opgeleid, die de problemen van mensen met kanker begrijpen en hen kunnen helpen met het terugvinden van een positief "zelfbeeld".

    Wat?

    Het programma "Goed verzorgd, beter gevoel" bestaat uit een eenvoudige, aangename gelaatsverzorging, namelijk:

    • demaquillage en/of reiniging van het gelaat
    • lichte gelaatsmassage
    • aanbrengen van een hydraterend masker en een verzorgende dagcrème
    • relaxerende handmassage
    • desgewenst een eenvoudige dagmaquillage
       

    Voor wie?

    Dit gratis aandachts- en verwenprogramma is enkel bestemd voor mensen met kanker die in behandeling zijn of nog met de bijwerkingen ervan geconfronteerd worden. Doorverwijzing door een arts, verpleegkundige, kinesist of andere verzorgende is aanbevolen.

    Aanvraag voor gelaatsverzorging?

    Gelieve u voor een afspraak te richten tot dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie OLV Ziekenhuis Aalst, Rita Vranken op nummer: 053 72 40 14 (bereikbaar op werkdagen van 9u tot 16u) of via mail: oncologie.sociale.dienst@olvz-aalst.be

    1
  • Patiëntenbibliotheek
    Terug

    De OLV Borstkliniek beschikt over een patiëntenbibliotheek. Hier vindt u recente boeken over borstkanker, geschreven vóór en dikwijls ook dóór borstkankerpatiënten. Deze boeken kan u uitlenen om thuis rustig door te nemen (waarborg/boek € 15). Regelmatig worden er nieuwe boeken aangekocht. 

    Voor de meest recente lijst richt u zich best tot de dienst patiëntenbegeleiding.

    Indien u zelf een interessant boek hebt gelezen, kunt u dit ook aan ons melden, zodat we dit ook voor andere mensen kunnen aanschaffen

    Bibliotheek Oncologie - Borstkliniek
    Catalogus uitleenbare boeken
    Info – dienst patiëntenbegeleiding T. 053 72 40 15

    Boeken beschikbaar in de patiëntenbibliotheek

    • Eenzame hoogte
    • Roodborstje: Leven na borstkanker
    • Ontboezemingen over borstkanker
    • De kracht van de berusting
    • Borstkanker met puntjes
    • Borstkanker: mijn ervaringen als arts
    • Een bloes met armen
    • Chemo
    • De tuin van Jonas
    • Kinderboek
    • De ziekte in mijn familie: krijg ik die later ook?
    • 101 vragen over lymfoedeem
    • De gezwollen arm na borstoperatie
    • Over kanker
    • De kunst van het afscheid nemen
    • Borstkanker
    • Tijdschrift: Leven
    • Brochures
    • Bustehouder: een creatie verhaal over vrouwen, door vrouwen en voor vrouwen
    • Overgave en strijd
    • Leven met kanker: bekende Vlamingen getuigen
    • Meisje met negen pruiken
    • Mijn borst
    • Wat wilde je weten over borstkanker?
    • Video: overleven, borstreconstructie
    • Waar ben je nu?
    • Twee borsten
    • Slecht nieuws
    • Het vaginaboek
    • Het Penisboek
    • Ons seksboek
     Top

    Eenzame hoogte

    Kanker kan cellen doden, maar niet je spirit. Deze woorden begeleiden de expeditie Beyond the White Guard. Een expeditie naar de hoogste berg van Amerika. De teamleden zijn Europese vrouwen met een borstkankerverleden. Samen hebben ze de krachten gebundeld om te vechten tegen het stigma van patiënt dat hun leven begrenst. Ze willen een signaal geven dat er een rijk en intens bestaan na borstkanker is.
    Katelijne Van Heulekom selecteerde vrouwen uit verschillende landen. Ze zorgde voor sponsoring en was de drijvende kracht achter deze expeditie. De bergtocht werd een onvergetelijk avontuur. EENZAME HOOGTE is een spannend en machtig verhaal over sterke vrouwen die de strijd tegen kanker niet opgeven.

    Roodborstje: Leven na borstkanker

    Eén vrouw op negen krijgt in haar leven met borstkanker af te rekenen. Het overkwam ook journaliste Frieda Joris.
    Elke week publiceerde Frieda een dagboek in Het Laatste Nieuws: over de goede en de slechte dagen, over hoop en wanhoop, over de plotse confrontatie met de wereld achter de ziekenhuismuur waarin alles anders wordt en waarin je lot voor een deel in de handen van medici ligt.
    Dit boek is geen klaagzang maar een getuigenis vol angst, hoop en …humor. Want dappere roodborstjes, ze laten zich niet zomaar uitroeien.

     Top

    Ontboezemingen over borstkanker

    In 'Ontboezemingen over borstkanker' vertellen bekende en minder bekende Vlamingen openhartig aan Frieda Joris, zelf een gewezen borstkankerpatiënte, over hun persoonlijke ervaringen met deze ziekte. Preventie, chemotherapie, operatie en borstamputatie, goede en slechte dagen, hoop en wanhoop, de gevolgen van borstkanker op de relatie, revalidatie en onzekerheid na het genezingsproces: deze en vele andere gevoelige onderwerpen komen in dit inspirerende boek aan bod.
    Ontboezemingen over borstkanker is niet alleen bestemd voor boezemvriendinnen, maar voor al wie met kanker geconfronteerd wordt, het gezin, de familie en de vrienden. Hoe ga je er als partner of vriend mee om? Wat kun je doen om te helpen? 

    De kracht van de berusting

    Met dit boek hoopt de auteur bij te dragen tot het welzijn van kankerpatiënten.
    Het boek spreekt alle mensen aan die rechtstreeks of onrechtstreeks met kanker te maken krijgen.: zij die er onder lijden, maar ook hun naasten, artsen, verzorgend personeel…

    Borstkanker met puntjes

    Bij de eerste afspraak was het al raak:’ Komt u maar mee ,mevrouw,’ zei de verpleegster en ze keek naar mijn echtgenote. Maar het gaat om mij, verdorie, ik heb borstkanker!
    In de media wordt zelden over mannen met borstkanker gerept.
    De diagnosetechnieken, de behandelingen en de overlevingskansen zijn bij vrouwen en mannen nochtans grotendeel gelijk.
    Ook Henk Van Daele kreeg borstkanker. Hoe dit zijn leven veranderde verwoordt hij in dit vlot geschreven boek. Hij wou zoveel mogelijk over de ziekte weten en bundelde deze recente wetenschappelijke gegevens.
    De auteur brengt gelijktijdig een boodschap van hoop aan de mens met kanker, een verantwoorde vraag naar meer menselijk begrijpend aanvoelen vanwege de zorgverstrekkers en een goed onderbouwde argumentatie naar de gemeenschap toe om het principe van de centrale plaats van de patiënt tot een dagelijkse realiteit om te zetten.

     Top

    Borstkanker: mijn ervaringen als arts

    Dit is het openhartige verhaal van Sofie De Vuysere, een jonge radiologe bij wie op een dag borstkanker wordt vastgesteld. Vanaf dat moment komt ze niet langer alleen als arts in contact met de ziekte, maar ook als patiënte, met alle vragen, onzekerheden, angsten en verdriet die daar bij horen. Het verhaal van Sofie is erg herkenbaar voor wie bij zichzelf, een familielid of een vriendin te maken krijgt met borstkanker. Sofie vertelt haar ervaringen, geeft op een bevattelijke manier onmiskenbare informatie en zoekt naar een gepast antwoord op de meest prangende vragen.

    Een bloes met armen

    In 1998 kreeg Pieke Stuvel borstkanker. Ze werd bestraald en onderging een chemokuur.
    In’ Een bloes met armen‘ beschrijft ze het ziekteproces, gezien door de ogen van haar toen negenjarige dochter Anna. Het verhaal laat zien dat een kinderleven gewoon doorgaat, met alle daarbij horende pleziertjes en pijntjes. Anna’s rotsvaste vertrouwen in een goede afloop geeft haar een ontwapenende kijk op de ziekte en de vele, soms slopende behandelingen.
     Dit boek is in eerste instantie geschreven voor kinderen vanaf acht jaar. Maar deze ontroerende vertelling zal jong en oud aanspreken en velen tot steun zijn.

    chemo

    Een woord als een donderslag, een atoomontploffing.Voor wie te horen krijgt dat zij kanker heeft, staat de wereld stil. Als het verdict dan luidt: "Chemo is als behandeling noodzakelijk", stort de wereld in. Als kanker en chemopatiënte word je al gauw op een zijspoor gezet. Dokters schrijven gemakkelijk een ziektebriefje voor zolang de behandeling duurt. Je gewone, actieve leven wordt stopgezet. In het ziekenhuis verander je van subject in een "te behandelen object". Je voelt je naar de kant geduwd. Ik wil me verzetten tegen de nevenwerkingen van kanker en chemo: de angst, bij mezelf en in de ogen van anderen, de verpletterende moeheid, het onbegrip, de uitsluiting…
    Schrijven is mijn vorm van verzet.
    Christine Lafaille vertelt zo helder en zo menselijk over haar kanker dat je niet anders dan kracht kan putten uit haar vechtlust en nuanceringvermogen.

     Top

    De tuin van Jonas

    Dit is een verhaal voor kinderen van vier tot twaalf jaar oud, van wie een familielid kanker heeft. Het verhaal gaat over de troostende vriendschap tussen tuinman Fred en Jonas. Aan de hand van een eenvoudige metafoor legt de auteur het verloop van de ziekte en de behandeling met chemotherapie zorgvuldig uit. De hoop op genezing blijft gevrijwaard. Een vragenlijst, naar een oorspronkelijk idee van Paul Jaquet de Haveskercke (Belgische Federatie tegen Kanker), helpt de jonge lezer om zijn gevoelens uit te drukken. Op die manier kan het kind zijn hart voluit laten spreken. 

    Kinderboek

    Janne is mijn vriendinnetje. Haar mama was, net als ik, op een dag ernstig ziek geworden. Om te genezen gingen we samen verschillende keren naar het ziekenhuis voor chemotherapie. Janne begreep niet goed wat er daar allemaal gebeurde. De dokters zeiden toch dat mama zou genezen, maar toch was zij vaak misselijk als ze van het ziekenhuis thuiskwam en bleef ze de eerste dagen veel in bed. Ook zag Janne, dat haar mama op een dag een pruikje begon te dragen en soms een sjaaltje, omdat ze door het vieze spul al haar mooie haren kwijtgeraakt was.
    Op een dag gaf ik haar het verhaaltje van de zieke eekhoorn. Janne vond het een mooi verhaal en ze nam het mee naar school. De juf las het voor en achteraf volgde een mooi gesprek over ziek zijn en genezen, over bang en verdrietig zijn, over mooi zijn zonder haartjes…over vriendschap, over lief en zorgzaam zijn zoals de mier, over moedig zijn en hoopvol, over vertrouwen ook. Janne was blij dat ze dit alles had kunnen delen met de kinderen van haar klas.
    Dit boekje, met veel warmte en vriendschap gemaakt voor Janne, en ook voor moedige kleine mensen zoals jij, die soms verdrietig zijn en bang en dan weer hoopvol en ook blij.
    Een warme mierenknuffel.

    De ziekte in mijn familie: krijg ik die later ook?

    Heel wat mensen vragen zich bezorgd af of ze later in het leven zelf de ziekte zullen krijgen die één of meerdere familieleden treft. Dit boek gaat uitgebreid in op de praktijk van preventieve testen en op de context waarin predictieve tests momenteel gebeuren. Dit wordt verduidelijkt aan de hand van twee voorbeelden: de ziekte van Huntington en de erfelijke vorm van borstkanker.
    Dit alles wordt geïllustreerd met persoonlijke getuigenissen en er wordt ook een beeld gegeven van de opinies over predictief testen via een onderzoek bij huisartsen, verpleegkundigen, vroedvrouwen, patiëntenorganisaties en onderzoekers in de biotechnologie.
    Dit boek geeft belangrijke en evenwichtige informatie over preventief testen, gesteund op zowel praktijkervaring als literatuur en onderzoek.

     Top

    101 vragen over lymfoedeem

    Bij operaties van tumoren is het vaak noodzakelijk om ook lymfeklieren te verwijderen. Samen met een aantal andere ontstaansfactoren zoals radiotherapie of een erfelijk slecht functionerend lymfestelsel, kan dit lymfoedeem tot gevolg hebben. Rond de diagnosticering en behandeling van lymfoedeem bestaan nog geen algemeen geldende afspraken. De behandelingsmogelijkheden zijn vaak onvoldoende gekend.
    Het is dan ook geen wonder, dat voor lymfoedeempatiënten vragen onbeantwoord blijven, of dat ze zelfs alleen maar te horen krijgen, dat ze; “Er maar mee moeten leren leven”.
    Veel mensen kwamen met hun vragen terecht bij de Stichting Werkgroep Lymfoedeem, de patiëntenorganisatie.
    De meest voorkomende vragen zijn in dit boek beantwoord en overzichtelijk bij elkaar gezet.
    Dit maakt het boekje zeer geschikt als informatiebron voor mensen met lymfoedeem .

    De gezwollen arm na borstoperatie

    In Europa is 1 vrouw op 9 slachtoffer van borstkanker! Een tumor in de borst is een ernstige, maar niet hopeloze aandoening. Een groot deel van de patiënten kan definitief genezen van de ziekte, mits een degelijke behandeling. Een heelkundige ingreep is vaak onvermijdelijk!
    Na de operatie is de kans op een dikke arm beduidend groot, wat een esthetisch en functionele handicap kan veroorzaken.
    Aangezien dit een zeer actueel probleem is, wensen wij iedereen hierover in te lichten en te sensibiliseren.
    Wij hopen dat deze publicatie er zal toe bijdragen de patiënt te helpen de problemen rond de gezwollen arm beter te begrijpen.

    Over kanker

    Er is geen ziekte die zoveel verwarring en onzekerheid met zich meebrengt als kanker. We zijn er als de dood voor. En dat we er liever niet over praten kan veel onduidelijkheid in de hand werken. Die stilte wil dit boek doorbreken. Wat is kanker? Welke behandelingen zijn er mogelijk?
     Over Kanker werd geschreven door zeven mensen die dagelijks - als patiënt, als partner of door hun werk - met kanker geconfronteerd worden. Het boek gaat in op zowel medische als practische vragen.

     Top

    De kunst van het afscheid nemen

    Een boek om te koesteren voor hen die van sprekende kunst houden.
    Poëzie en kunst gebundeld in één boek.

    Borstkanker

    Elke vrouw heeft ontzettend veel vragen over preventie, behandeling, chirurgische ingrepen en naverzorging. Een foutieve of onvolledige benadering door de huisarts, gynaecoloog of canceroloog, kan tot traumatische ervaringen leiden. Een goed geïnformeerde patiënte daarentegen helpt mee de juiste beslissingen te nemen en kan de harde realiteit beter dragen.
    Dr.Clarysse schetst in dit boek op een wetenschappelijk gefundeerde manier een totaalbeeld van de ziekte. Medische tekeningen, tabellen en foto’s maken van het boek het meest volledige in zijn soort.
    Dit boek maakt borstkanker voor het eerst op een overzichtelijke en begrijpelijke manier toegankelijk voor een zeer breed publiek van patiënten, gynaecologen, huisartsen en verpleegkundigen.

    Tijdschrift: Leven

    De Vlaamse Liga tegen Kanker geeft een driemaandelijks tijdschrift uit.
    Dit tijdschrift is gratis verkrijgbaar bij de dienst patiëntenbegeleiding.

     Top

    Brochures

    Bij de dienst patiëntenbegeleiding zijn verschillende brochures verkrijgbaar. Brochures met informatie over alle mogelijke behandelingen en de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de diagnose borstkanker.

    Omdat een goede uitleg al de helft van de verwerking kan zijn.

    Bustehouder: een creatief verhaal over vrouwen, door vrouwen en voor vrouwen

    Dagelijks zien we vrouwen en hun borsten mooi verpakt verschijnen in de media. In alle maten en formaten. Borsten worden bekeken, geliefkoosd… Maar hoe voelt een vrouw zich daarbij? Voelt ze zich goed in haar lichaam? Is ze tevreden over haar leven? Is ze zich bewust van haar borsten,draagt ze er zorg voor? In dit boekje vindt u 15 verhalen en foto's van vrouwen. Dit verhalenboekje is te koop voor 4 Euro.

    Overgave en strijd

    Direct na het huwelijk tussen Ken Wilber – beroemd auteur op het gebied van transpersoonlijke psychologie – en zijn grote liefde Treya, blijkt dat zij borstkanker heeft. Dan begint een vijf jaar durende strijd voor haar leven, uiterlijk door elke vorm van medische behandelingswijze, innerlijk door meditatie en overgave. Treya's ontroerende dagboeken over haar diepste ervaringen worden afgewisseld met Ken's persoonlijke strijd om als ‘helper’ zichzelf volledig weg te cijferen. Wat heeft spiritualiteit en meditatie voor waarde, geconfronteerd met een dodelijke en slopende ziekte? Kan liefde en inzicht blijven groeien oog in oog met de dood? Een aangrijpend en onthutsend eerlijk boek.

     Top

    Leven met kanker: bekende Vlamingen getuigen

    De Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) bundelt in dit boek een reeks BV-getuigenissen die journalist Marc Peirs de voorbije jaren voor het patiëntenmagazine Leven schreef.

    Standaard Uitgeverij staat in voor de realisatie en de verkoop van het boek; een deel van de opbrengst gaat naar de VLK.

    Kanker is een sluipschutter, maar gelukkig niet langer een onvermijdelijk doodvonnis.

    Om en bij de dertig bekende Vlamingen doen in het boek hun verhaal. Eén ding hebben ze gemeen: kanker. Sabine De Vos kreeg twee keer het verdict te horen. Wannes Van de Velde vocht tegen chronische leukemie. Leen Demaré overwon huidkanker. Nicole en Hugo streden samen tegen haar borstkanker. Patrik Vankrunkelsven verloor zijn vrouw aan kanker, Celie Dehaene een kleinkind, Michiel Hendryckx zijn vriendin, Bart Peeters zijn vriend Robert Mosuse. De trouwe lezers van Leven zullen de getuigenissen herkennen, maar de meeste verhalen zijn ook geactualiseerd.

    De getuigenissen in dit boek zijn een bron van troost en herkenning voor al wie met deze ziekte te maken krijgt

    Meisje met negen pruiken

    Het is zaterdag, en alles is anders. Vanmorgen ben ik niet naar de markt gegaan en heb ik geen koffie gedronken op de Westerstraat. Ik ben ziek, heb kanker en ga misschien dood. Maandag begint er een nieuw, onzeker leven voor mij. Vanaf maandag lig ik 54 weken aan het infuus. Dat is het enige zekere dat ik nog heb.

    Sophie van der Stap, het meisje met de negen pruiken, heeft haar leven tijdens deze 54 weken bijgehouden in een dagboek. Openhartig én met humor schrijft ze over doktersintriges en geroddel van zusters, kaal worden en wenkbrauwen stiften, daten en verliefd zijn op dokter K., pruiken shoppen en dansen in nachtclubs, maar ook over de gewenning, haar onzekerheden, haar angst en de dood. Ze beleeft niet alleen avonturen binnen de muren van het ziekenhuis, maar schrijft ook ro

    1
  • Nuttige links
    Terug
    • Belgische Federatie tegen Kanker
    • Borstkanker.net
    • Vlaamse Liga tegen kanker
    • levenzoalsvoorheen.be


    1
  • 5 jaar Borstkliniek OLV Ziekenhuis Aalst

    Zaterdag 15 september 2007 - C.C. “De Werf” Aalst

    Programma

    08u45   Registratie

    09u10   “5 jaar Borstkliniek OLV Aalst” (dr. A. Roelstraete, Voorzitter Borstkliniek OLV Aalst)

    09u25   “Erfelijke belasting bij borstkanker” (Prof. dr. E. Legius, Centrum Menselijke Erfelijkheid UZ Leuven)

    09u45   “Het genetisch profiel van een borstkankercel” (dr. A.-M.Schelfhout, Histo- en Cytopathologisch labo)

    10u05   “Gerichte immunotherapie bij borstkanker (dr.Ph.Vroman, Medische Oncologie)

    10u25   “Actuele hormonale therapie (dr.B.Seynhave, Gynaecologie-Verloskunde)

    10u45   PAUZE

    11u15   “Borstkliniek in de praktijk: becommentarieerde case reports" (Moderator: dr.L.Verbeke, Radiotherapie & Oncologie. Panelleden: dr. M. Wijns, Huisarts; dr. J.P. Gillardin, Algemene Heelkunde; dr. I. Boelaert, Medische Beeldvorming; dr. W. Jeuris, Histo- en Cytopathologisch Labo; dr. J. Van den Haute, Gynaecologie-Verloskunde; dr. Ph. Vroman, Medische Oncologie; dr. L. Lefèvre, Plastische Heelkunde; dr. A. Vancleef, Radiotherapie en Oncologie; mevr. T. Van Keymeulen, Klinische Psychologie; mevr. R. Vrancken, Dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie

    12u15   Discussie & Slotwoord (dr.L.Verbeke, Radiotherapie en Oncologie)

    12u30   LUNCH

    Namiddagprogramma (patiënten, familie en geïnteresseerden)*

    14u00   “Borstkanker in 2007” (dr.A.Roelstraete, Voorzitter Borstkliniek OLV Aalst)

    14u10   “Hoe groot is mijn risico op borstkanker?" (dr.K.Stukkens, Gynaecologie-Verloskunde)

    14u20   “Waarom moet ik naar mijn borsten laten kijken? Doel en nut van borstkankerscreening (dr.I.Boelaert, Medische Beeldvorming)

    14u30   “Nut van het préoperatief bilan en behandelingsmogelijkheden” (dr.J.-P.Gillardin, Algemene Heelkunde)

    14u50   “Een nieuwe borst: hoe zit dat?" (dr.L.Lefèvre, Plastische Heelkunde)

    15u10   “Borstkanker en antilichamen (dr. Ph. Vroman, Medische Oncologie)

    15u30   PAUZE

    16u00   “Leven na borstkanker: (ex-) patiënten aan het woord” (mevr. T. Van Keymeulen, Klinische Psychologie Oncologie; mevr. L. Houbracken, Dienst Patiëntenbegeleiding Oncologie)

    16u35   “Oncorevalidatie en verantwoord trainen (dr.G.Vermeersch, Fysische Geneeskunde)

    16u55   Slotwoord (dr. A. Roelstraete, Voorzitter Borstkliniek OLV Aalst)

    1
  • Menselijke erfelijkheid

    In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen. In de meeste gevallen gaat het om een niet-erfelijke ziekte.

    Bij 5 % van de patiënten met borstkanker stellen we een erfelijke vorm van borstkanker vast.

    Deze erfelijke vorm van borstkanker komt meestal voor op vrij jonge leeftijd, presenteert zich frequent in beide borsten tegelijk en is soms geässocieerd met eierstoktumoren.

    Het is belangrijk dat deze vrouwen zich regelmatig laten onderzoeken: de kansen op genezing zijn veel groter indien de ziekte in een vroegtijdig stadium ontdekt wordt.

    De meest voorkomende genafwijking die aanleiding geeft tot borstkanker is de mutatie (afwijking ) in het BRCA1 of BRCA2 gen.

    Deze afwijking kan zowel van de vader als van de moeder geërfd worden.

    Indien in uw familie meerdere vrouwen getroffen zijn door borstkanker, waarvan een aantal op jongere leeftijd, dan kan er sprake zijn van erfelijke borstkanker.

    Wanneer de familiegeschiedenis in deze richting wijst, kan er naar een afwijking in het genetische materiaal worden gezocht via DNA onderzoek.

    Indien u vermoedt dat u erfelijk belast bent of u heeft vragen hieromtrent, dan kan u zich best wenden tot uw huisarts of behandelende arts.

    Indien deze het aangewezen vindt, kan hij u doorsturen naar een gespecialiseerde Dienst Menselijke Erfelijkheid.

    Prof. dr. E. Legius (Menselijke Erfelijkheid UZ Leuven) houdt in het OLV Ziekenhuis op regelmatige tijdstippen raadpleging. Uw arts kan u hieromtrent verder informeren.

    0
  • Boekenlijst
    • Eenzame hoogte
    • Roodborstje: Leven na borstkanker
    • Ontboezemingen over borstkanker
    • De kracht van de berusting
    • Borstkanker met puntjes
    • Borstkanker: mijn ervaringen als arts
    • Een bloes met armen
    • Chemo
    • De tuin van Jonas
    • Kinderboek
    • De ziekte in mijn familie: krijg ik die later ook?
    • 101 vragen over lymfoedeem
    • De gezwollen arm na borstoperatie
    • Over kanker
    • De kunst van het afscheid nemen
    • Borstkanker
    • Tijdschrift: Leven
    • Brochures
    • Bustehouder: een creatie verhaal over vrouwen, door vrouwen en voor vrouwen
    • Overgave en strijd
    • Leven met kanker: bekende Vlamingen getuigen
    • Meisje met negen pruiken
    • Mijn borst
    • Wat wilde je weten over borstkanker?
    • Video: overleven, borstreconstructie
    • Waar ben je nu?
    • Twee borsten
    • Slecht nieuws
    • Het vaginaboek
    • Het Penisboek
    • Ons seksboek

     

    Eenzame hoogte

    Kanker kan cellen doden, maar niet je spirit. Deze woorden begeleiden de expeditie Beyond the White Guard. Een expeditie naar de hoogste berg van Amerika. De teamleden zijn Europese vrouwen met een borstkankerverleden. Samen hebben ze de krachten gebundeld om te vechten tegen het stigma van patiënt dat hun leven begrenst. Ze willen een signaal geven dat er een rijk en intens bestaan na borstkanker is.
    Katelijne Van Heulekom selecteerde vrouwen uit verschillende landen. Ze zorgde voor sponsoring en was de drijvende kracht achter deze expeditie. De bergtocht werd een onvergetelijk avontuur. EENZAME HOOGTE is een spannend en machtig verhaal over sterke vrouwen die de strijd tegen kanker niet opgeven.

    Roodborstje: Leven na borstkanker

    Eén vrouw op negen krijgt in haar leven met borstkanker af te rekenen. Het overkwam ook journaliste Frieda Joris.
    Elke week publiceerde Frieda een dagboek in Het Laatste Nieuws: over de goede en de slechte dagen, over hoop en wanhoop, over de plotse confrontatie met de wereld achter de ziekenhuismuur waarin alles anders wordt en waarin je lot voor een deel in de handen van medici ligt.
    Dit boek is geen klaagzang maar een getuigenis vol angst, hoop en …humor. Want dappere roodborstjes, ze laten zich niet zomaar uitroeien.

    <

    1

Artsen

  • Bladt, Olivier
    Borstkliniek - Medische Beeldvorming
  • Boelaert, Ignace
    Borstkliniek - Medische Beeldvorming
  • Bral, Samuel
    Borstkliniek - Radiotherapie
  • Cassiman, Luc
    Borstkliniek - Medische Beeldvorming
  • De Bondt, Pieter
    Borstkliniek - Nucleaire geneeskunde
  • De Raeve, Hendrik
    Borstkliniek - Pathologische Ontleedkunde
  • De Winter, Olivier
    Borstkliniek - Nucleaire geneeskunde
  • Defrancq, Dirk
    Borstkliniek - Fysische geneeskunde en Revalidatie - Oncorevalidatie
  • Huygh, Greet
    Borstkliniek - Medische Oncologie
  • Jeuris, Wino
    Borstkliniek - Pathologische Ontleedkunde
  • Kersschot, Erik
    Borstkliniek - Medische Beeldvorming
  • Lefèvre, Lucien
    Borstkliniek - Plastische, Reconstructieve en Esthetische Heelkunde
  • Leyman, Peter
    Borstkliniek - Medische Beeldvorming
  • Meert, Vanessa
    Borstkliniek - Pathologische Ontleedkunde
  • Roelstraete, Adelheid
    Borstkliniek - Oncorevalidatie - Radiotherapie
  • Schelfhout, Anne-Marie
    Borstkliniek - Pathologische Ontleedkunde
  • Stukkens, Karin
    Borstkliniek - Gynaecologie - Verloskunde
  • Traen, Koen
    Borstkliniek - Gynaecologie - Verloskunde
  • Van den Haute, Jan
    Borstkliniek - Gynaecologie - Verloskunde
  • Van Der Steen, Kris
    Borstkliniek - Pathologische Ontleedkunde
  • Van Slycke, Sam
    Algemene Heelkunde - Borstkliniek
  • Vancleef, An
    Borstkliniek - Radiotherapie
  • Verbeke, Luc
    Borstkliniek - Radiotherapie
  • Vermeersch, Guido
    Borstkliniek - Fysische geneeskunde en Revalidatie - Oncorevalidatie
  • Vroman, Philippe
    Borstkliniek - Medische Oncologie
Campus Aalst Moorselbaan 164, 9300 Aalst +32 53 72 41 11
Campus Asse Bloklaan 5, 1730 Asse +32 2 300 61 11
Campus Ninove Biezenstraat 2, 9400 Ninove +32 54 31 21 11
  • Privacy
  • Disclaimer

© Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis