Andere gastro-enterologische problemen

Inhoudstafel

Prikkelbare darmsyndroom

Het prikkelbare darmsyndroom (PDS) of irritable bowel syndrome (IBS), ook wel spastisch colon genoemd, is een vaak voorkomende, vervelende doch onschuldige aandoening. Hoewel de darm er normaal uitziet bij PDS, lijkt de functie van het maagdarmstelsel of de gevoeligheid van de darmwand verstoord. Er kunnen klachten optreden als buikpijn/krampen, een opgezette buik, winderigheid, diarree, verstopping, of een combinatie van al deze klachten. Stress en voeding kunnen een invloed hebben op de klachten.

De diagnose wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon en meestal nadat enkele andere oorzaken voor de klachten werden uitgesloten (bvb. coeliakie, lactose-intolerantie of een inflammatoire darmziekte).

In de behandeling voor het prikkelbare darmsyndroom kan medicatie worden voorgeschreven om de overgevoeligheid van de darmwand te verminderen, en wordt vaak advies gegeven omtrent aangepaste voeding volgens het “low-FODMAP” principe.

De afkorting FODMAP staat voor - Fermenteerbare - Oligosachariden (fructanen en galactanen) - Disachariden (lactose) - Monosachariden (fructose) - And - Polyolen (suikeralcoholen) FODMAPs zijn kleine moleculen die soms slecht opgenomen worden in de dundarm en onverteerd in de dikke darm terechtkomen waar de darmbacteriën ze “fermenteren”. Hierbij komt gas vrij waardoor een opgeblazen gevoel/winderigheid ontstaat. Daarnaast wordt hierdoor meer vocht aangetrokken naar de darm waardoor de stoelgang verstoord kan raken en de spierbewegingen van de darm beïnvloed worden.

Door producten te gebruiken die arm zijn aan deze FODMAPs kunnen de klachten vaak verbeteren. Het is echter niet de bedoeling om alle FODMAPs voor altijd te blijven weren uit de voeding. Na een eerste strenge eliminatieperiode zal stap voor stap elk voedingstype worden geherintroduceerd. Dit alles gebeurt altijd onder begeleiding van een diëtiste.

Lactose-intolerantie

Lactose is een suiker dat in melkproducten voorkomt. Het wordt ook wel eens “melksuiker” genoemd. Om lactose te kunnen verteren hebben we het enzyme lactase nodig. Als dit niet of onvoldoende aanwezig is, komt lactose onverteerd in de dikke darm terecht, waar het “vergist” wordt door de darmbacteriën. Hierdoor kunnen verschillende klachten ontstaan zoals een opgeblazen gevoel, winderigheid, krampen, en diarree.

Om de diagnose te stellen, gebeurt in ons ziekenhuis een waterstof-ademtest. Hiervoor dient u nuchter te zijn (ook niet roken, geen kauwgom, e.d.!). U krijgt een suikeroplossing met lactose te drinken, waarna u om het halfuur in een machientje dient te blazen (een beetje vergelijkbaar met een alcoholcontrole bij de politie). Aan de hand van de hoeveelheid waterstof die zich in de uitgeademde lucht bevindt op de verschillende tijdstippen, kan bepaald worden of u al dan niet lactose-intolerant bent.

Lactose-intolerantie is niet ernstig (en geen allergie). Echter de klachten kunnen wel vervelend zijn en verbeteren door melkproducten te vermijden.

Diverticulitis

Divertikels zijn kleine uitstulpingen van de darmwand. Ze ontstaan op zwakke plekken in de darmwand die onder verhoogde druk gaan uitstulpen als een soort “ballonnetjes” naar buiten toe. Divertikels zijn goedaardig en onschuldig. Af en toe kan er echter een ontsteking in optreden als de stoelgang er te lang in achter blijft. Dit heet dan diverticulitis. Op dat moment ontstaat er pijn (meestal linksonder in de buik), koorts en een veranderd stoelgangspatroon, soms met wat bloedverlies.

Bij diverticulitis kunnen ook complicaties optreden zoals een perforatie of abcesvorming. Dit wordt vastgesteld door het klinisch buikonderzoek, bloedanalyse en beeldvorming.

De behandeling bestaat uit rust, zonodig antibiotica en bij bepaalde complicaties een punctiedrainage of heelkundige ingreep. Om de darm rust te geven wordt op het acute moment een vezelarm dieet aangeraden.

Eenmaal de ontstekingsperiode voorbij is, dient echter terug omgeschakeld te worden naar een vezelrijk dieet om een zo vlot en zacht mogelijke stoelgang na te streven om het risico op nieuwe ontstekingen te verminderen.

Coeliakie

Gluten, een eiwit aanwezig in voeding zoals tarwe, wordt bij patiënten met deze chronische aandoening niet verdragen. Het veroorzaakt, door een complex systeem, een beschadiging van het dundarmslijmvlies. Door de beschadiging van de dundarm is er een afvlakking van de darmvlokken met een slechte opname van voedingsstoffen tot gevolg. Hierdoor kunnen klachten ontstaan als ijzertekort, vermoeidheid, groeiachterstand of gewichtsverlies, diarree of constipatie, buikkrampen, hoofdpijn, prikkelbaarheid, infertiliteit, enz.

De diagnose kan al op jonge (kinder)leeftijd worden gesteld, maar ook soms later bij volwassenen. Om de diagnose te stellen wordt meestal eerst een bloedtest gedaan, maar er dient bevestiging te volgen d.m.v. een dunnedarmbiopsie. Dit gebeurt via een maagonderzoek (gastroscopie).

De behandeling van coeliakie bestaat uit het volgen van een strikt glutenvrij dieet, levenslang. Er is tussenkomst van de mutualiteit voor glutenvrije producten.

Correcte informatie op het internet kan je vinden via de Vlaamse coeliakievereniging (www.coeliakie.be).

Reflux

Bij zure reflux is er terugvloei van zure maagsappen naar de slokdarm. Daar waar de maag voorzien is van een beschermende slijmlaag, is de slokdarm niet bestand tegen het bijtend maagzuur en kan er slokdarmontsteking ontstaan. Er kunnen klachten optreden als zuurbranden, (zure) oprispingen, pijn, moeilijker slikken en chronisch hoesten.

Vaak is er een “structureel probleem” waarbij de sluitspier aan de maagingang zwakker is en het zuur gemakkelijker laat terugvloeien, bvb. bij mensen met een maagbreukje.

Heel vaak zijn er echter (bijkomende) factoren m.b.t. de levensstijl, waar we zelf iets kunnen aan veranderen! Hier volgen enkele tips:

  • Overgewicht aanpakken ; tevens vermijden van te strakke kledij, broeksriemen, enz.
  • Rookstop
  • Vermijden alcohol, koffie, fruitsap en bruisende dranken
  • Vermijden pikante kruiden, chocolade, citrusvruchten, look, ajuin, en vettige maaltijden
  • Niet te laat eten ’s avonds, minstens 3u tussen laatste maaltijd en bedtijd laten 
  • Meerdere keren per dag een kleine portie nuttigen (niet teveel ineens), en goed kauwen
  • Het hoofduiteinde van het bed 10 tot 15 cm ophogen
  • Bij bukken door de knieën gaan i.p.v. vooroverbuigen