Longkanker

Inhoudstafel
Longziekten pneumologie

Longkanker wordt ook ‘kwaadaardig longgezwel’, ‘maligne longtumor’ of ‘bronchuscarcinoom genoemd. Het is een kwaadaardig gezwel uitgaande van de luchtwegen. Het lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen of ‘lichaamsbouwstenen’. Om verouderde of beschadigde cellen te vervangen, maakt het lichaam nieuwe aan. In normale omstandigheden is dit zeer strikt geregeld: cellen krijgen signalen wanneer zij moeten delen en wanneer zij daar moeten mee stoppen.

Wanneer de controle op de celdeling verstoord raakt, kan door overmatige celdeling een kwaadaardig gezwel of tumor ontstaan. Een belangrijk kenmerk van kanker is dat het gezwel niet alleen groeit, maar zich na verloop van tijd ook gaat verspreiden in het lichaam. Dit worden uitzaaiingen genoemd.

Bij longkanker wordt naargelang de grootte van de kankercel onderscheid gemaakt tussen kleincellige en niet-kleincellige longkanker. Dit onderscheid is belangrijk omdat de behandeling verschillend is. Niet-kleincellige longkanker komt het vaakst voor. Borstvlieskanker of longvlieskanker (mesothelioom) is een aparte vorm. Dit ontstaat in het borstvlies of pleura en wordt meestal veroorzaakt door blootstelling aan asbest.

Daarnaast kunnen ook meer zeldzame kankers in de borstkas voorkomen. Een gezwel van de zwezerik (thymoom) is zo een voorbeeld. Andere kankers van buiten de borstkas, zoals borst- of darmkanker, kunnen ook uitzaaien naar de longen. Dat is dan geen longkanker, maar kan toch een reden zijn waarom men bij een longarts terecht komt.

Oorzaken

De belangrijkste oorzaak van longkanker is een langdurige blootstelling van de slijmvliezen van de luchtwegen aan kankerverwekkende prikkels of carcinogenen.

Sigarettenrook is de allerbelangrijkste oorzaak. Ongeveer 85% van de longkankers wordt veroorzaakt door sigarettenrook. Wie elke dag 1 pak sigaretten rookt heeft tot 20 keer meer kans op longkanker dan een niet-roker. Passief roken (vaak in de buurt zijn van rokers) verhoogt het risico op longkanker met 30%. Ook roken van sigaren, pijp of drugs vergroot de kans op longkanker.

Andere longkankerverwekkende stoffen zijn: radon (uranium-mijnen), asbest, beryllium, cadmium, dieseluitlaatgassen, nikkel, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, vinylchloride, silicose, arsenicum en chroom. Wie beroepshalve blootgesteld is aan deze stoffen én rookt, loopt een verhoogd risico.

Longkanker is niet erfelijk of besmettelijk. Er zijn wel een aantal erfelijke factoren waardoor sommige mensen een verhoogd risico lopen: rokers waarvan een rechtstreeks familielid (long)kanker had, hebben drie keer meer kans op longkanker.

Hoe snel groeit longkanker?

De tijdspanne tussen de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en het ontstaan van kankercellen bedraagt vele jaren (soms meer dan 20 jaar). Eens de kankercellen er zijn, groeien ze aan hun eigen specifieke snelheid. Men spreekt dan van de verdubbelingstijd; de tijd die nodig is voor een tumor om in volume te verdubbelen. Omdat het gezwel vaak al geruime tijd bestaat, is het zelden nodig om testen en behandelingen overhaast uit te voeren. De behandelende arts weet het best wanneer dringende actie nodig is.

Hoe groot is het risico op longkanker?

In België stellen we elk jaar 95 nieuwe gevallen (80 mannen, 15 vrouwen) van longkanker vast per 100.000 inwoners. Dat is ongeveer 7.000 mensen per jaar. 17% van de rokers krijgt longkanker.

Wat zijn de klachten en symptomen van longkanker?

De symptomen van longkanker kunnen zeer wisselend zijn. Ze zijn mede afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor en van eventuele uitzaaiingen. Een kleine tumor geeft vaak geen klachten en deze worden meestal toevallig ontdekt, bijvoorbeeld door een röntgenfoto of scan om andere redenen. Meestal ontstaan er pas klachten in een gevorderd stadium. Ook dan zijn ze uiteenlopend, soms vaag, en kunnen ze ook bij andere ziekten voorkomen:

  • Vermoeidheid
  • Verminderde eetlust
  • Vermageren
  • Een verandering van hoest, al dan niet met bloederig slijm
  • Kortademigheid, soms met piepende ademhaling
  • Herhaalde luchtweginfecties
  • Pijn in de borstkas
  • Opgezette klieren
  • Een opgezwollen gezicht of nek
  • Pijn elders in het lichaam (botpijn, hoofdpijn)
  • Heesheid
  • Slikklachten

Hoe stelt men de diagnose van longkanker?

Bij vermoeden van longkanker zal beeldvorming nodig zijn met een scan van de longen (CT thorax). De definitieve diagnose van longkanker wordt gesteld door het verrichten van een microscopisch onderzoek op een stukje weefsel. Dit weefsel kan komen van het longgezwel zelf of van een mogelijke uitzaaiing buiten de borstkas. Een dergelijk stukje weefsel heet een biopsie. Na het nemen van een biopsie duurt het 3 tot 5 dagen voor de diagnose bekend is.

Hoe bepaalt men de uitgebreidheid van de kanker?

De bepaling van de uitgebreidheid van de kanker is erg belangrijk om een goede behandeling te kiezen. Als een longkanker wordt vastgesteld, dan zal de arts een aantal onderzoeken voorstellen om de uitgebreidheid te bepalen. Dit hangt wel af van de situatie en is niet bij elke patiënt hetzelfde. Zo kunnen scans worden gedaan (bijvoorbeeld scan van de hersenen, PET-scan). Soms worden ook bijkomende weefselstukjes genomen (bijvoorbeeld met inwendige kijkonderzoeken EUS/EBUS, zie onderzoeken en ingrepen). De bepaling van de uitgebreidheid van de kanker neemt dus enige tijd in beslag. Dat is medisch gezien geen probleem, maar de onzekerheid tijdens deze periode kan moeilijk zijn.

Hoe wordt longkanker behandeld?

De behandeling hangt af van de algemene conditie van de patiënt en van de uitgebreidheid van de kanker. In de zorg voor onze longkankerpatiënten is het multidisciplinair oncologische consult heel belangrijk. Dat wil zeggen dat elke patiënt wordt besproken in vergadering met collega-artsen van verschillende disciplines (zie onder : team voor longkanker behandeling). Zo wordt de beste behandeling op maat van elke patiënt met de grootste zorg gekozen.

Er gelden drie grote principes.

  1. Lokale tumoren hebben geen aangetaste klieren in de ruimte tussen de twee longen en geen uitzaaiingen. De voorkeursbehandeling is een operatie met de bedoeling te genezen (curatieve intentie). Mensen die geen operatie aankunnen, kunnen worden bestraald, ook met de bedoeling te genezen. Soms wordt na de operatie nog chemotherapie toegediend om de kans op herval te verkleinen.
  2. Lokaal gevorderde tumoren hebben aangetaste klieren in de ruimte tussen de twee longen maar geen uitzaaiingen. De voorkeursbehandeling in dit stadium is een combinatie van chemotherapie en radiotherapie. De bedoeling is te genezen, maar de kans op genezing is niet zo groot. Langdurige ziektecontrole wordt wel vaak gerealiseerd.
  3. Gevorderde of uitgezaaide tumoren kunnen we niet genezen, maar wel onder controle houden. De behandeling bestaat veelal uit chemotherapie, ofwel via infuus ofwel in pilvorm. Er wordt ook gebruikt gemaakt van immunotherapie. De keuze van de beste behandeling hangt van een aantal factoren af (waaronder kenmerken van de tumor). Soms wordt bestraling gegeven om het gezwel bijkomend te behandelen of als pijnstillende maatregel.

Klik hier voor een overzicht van de brochures over de respiratoire oncologische behandelschema's.

Het OLV Ziekenhuis neemt deel aan klinisch wetenschappelijk onderzoek van longkanker (zie Klinisch Onderzoek Longziekten). Hierbij testen we de werking van nieuwe behandelmethodes en ook nieuwere medicijnen. Het kan dus zijn dat deelname aan een dergelijke studie aan u wordt voorgesteld. Met het long-oncologie team bekijken we ook of samenwerking met een universitaire ziekenhuis zinvol is. We maken bij specifieke types kanker ook gebruik van de nieuw ontwikkelde anti-kankermedicijnen die medische firma's gratis ter beschikking stellen, dit in afwachting van terugbetaling door het ziekenfonds. Zo verzekeren we onze patiënt ervan steeds de beste behandeling te krijgen.

Naast de medische behandeling van longkanker is er ook zeer uitgebreide aandacht voor de paramedische zorgen. Onder paramedische zorgen verstaan we psychologische ondersteuning, begeleiding bij sociale problemen, revalidatie. Ook levenseinde en de vele vragen errond worden indien nodig besproken.

Hoe wordt men opgevolgd na een behandeling voor longkanker?

Na de behandeling wordt de patiënt door het longartsenteam en de verpleegkundig specialist nauwkeurig opgevolgd. Op regelmatige tijdstippen zullen ook röntgenfoto’s of scans worden genomen. Zoals hierboven gemeld hebben we ook ruime aandacht voor de sociale en psychologische aspecten.

Stoppen met roken?

Omdat roken de belangrijkste oorzaak van longkanker is, zal uw longarts u zeker vragen of u rookt of gerookt heeft. Stoppen met roken is van groot belang. Uw longarts zal u over de mogelijkheden spreken om rookstop te bewerkstelligen. U vindt hier een link naar onze rookstopkliniek.

OLV-Team voor behandeling van longkanker

Longartsen: Dr. Piet Vercauter, Dr. Kurt Tournoy, Dr. Valerie Adam

Radiotherapeuten: Dr. Luc Verbeke, Dr. Adelheid Roelstraete, Dr. Samuel Bral, Dr. Ann Vancleef

Thoraxchirurgen: Dr. Roel Beelen

Anatoom-patholoog (diensthoofd): Dr. Kris Van Der Steen

Nuclearist (diensthoofd) Dr. Pieter De Bondt

Radioloog (diensthoofd): Dr. Patrick Aerts

Paramedisch team: Ellen Everaert verpleegkundig specialist, Ciska De Smedt klinisch psycholoog, Silke Lossie sociaal verpleegkundige